Kleine beurzen slachtoffer van integratie; Brussel in problemen door forse omzetdaling

ROTTERDAM, 13 AUG. De Brusselse effectenbeurs raakt in steeds grotere financiële problemen door een scherpe daling van de omzet en hoge eenmalige bouwkosten nadat een brand vorig jaar grote delen van het beursgebouw verwoestte.

Dit meldde gisteren de Wall Street Journal. Hoewel exacte cijfers niet beschikbaar zijn, zegt de vice-president van het bestuur van de effectenbeurs W. Van Glabeek, dat de beurs te maken heeft met een “licht tekort”.

De inkomsten van de beurs - voor het grootste deel afkomstig van bijdragen die handelaren betalen voor gebruik van het computer gestuurde handelssysteem voor hun transacties - zijn sterk gekrompen nadat de dagelijkse omzetten dit jaar daalden tot circa een derde van het niveau dat vorig jaar werd gehaald.

De financiële ellende van de Brusselse effectenbeurs is een duidelijk voorbeeld van de moeilijkheden die kleinere Europese beurzen ondervinden nu ze gedwongen zijn steeds sterker te concurreren met grotere, efficiënter opererende beurzen. Ondanks een drie jaar durende actie tot modernisering van de handel door het opstellen van nieuwe beursregels en installering van een geavanceerd computersysteem voor de beurshandel, blijft Brussel een dwerg tussen de reuzen.

Met een volume van 7,54 miljard ecu (16,5 miljard gulden) in 1990 behaalde Brussel de achtste plaats op de lijst van de twaalf EG-beurzen. Daarmee bleef Brussel de beurzen van Athene, Dublin, Lissabon en Luxemburg voor. Cijfers van de Vereniging van EG-Effectenbeurzen geven aan dat Brussel slechts 0,7 procent van het totale volume van de twaalf EG-beurzen voor zijn rekening nam. Ter vergelijking: de effectenbeurs van Londen, Europa's grootste beurs, haalde in 1990 een volume van 430,56 miljard ecu ofwel 41 procent van het totaal van de EG-beurzen en 57 maal zo groot als de omzet van Brussel.

Omdat Brussel amper de omzet kan halen die nodig is om geen verliezen te lijden, lijkt de beurs evenals andere kleinere Europese beurzen, gedoemd te worden opgeslokt door de grote Europese beurzen nu de Europese financiële markten steeds sterker intergreren.

“Een van de redenen voor alle veranderingen die we de afgelopen periode al hebben doorgevoerd was dat we ons wilden prepareren voor het nieuwe Europa”, zegt Van Glabeek. Hij wijst op de steun die Brussel heeft gegeven aan het project Euroquote waarmee verschillende Europese beurzen gebruik zouden kunnen maken van hetzelfde systeem van bedrijfs- en koersinformatie. Van Glabeek meent dat Brussel via Euroquote zijn voortbestaan had kunnen verzekeren. Maar Euroquote werd een maand geleden tegengehouden door de oppositie van de beurzen van Frankfurt en Londen.

Intussen bekijkt het bestuur van de Brusselse effectenbeurs verschillende mogelijkheden om de verliezen te beperken. Daartoe zijn onder andere ontslagen gevallen onder het personeel en werden de kosten voor beursgenoteerde ondernemingen en Brusselse handelaren omhoog getrokken. Van Glabeek wijst er op dat verhoging van de bijdrage van beursgenoteerde ondernemingen tussen de 30 miljoen en 40 miljoen Belgische francs op zou kunnen leveren.

Volgens de vice-president zal de beurs van Brussel echter geen beslissingen nemen voor 30 september als het bestuur van de beurs zijn volgende vergadering heeft.