Keuze en risico

VOORALSNOG HEEFT de aankondiging van PvdA-leider Kok om de discussie over de WAO-plannen van het kabinet te willen heropenen weinig effect bij de tegenstanders gesorteerd.

Mocht het spoedoverleg van de PvdA-top van afgelopen zondagavond bedoeld zijn geweest om de vakbeweging, die de dag erop haar actieplannen zou presenteren, nog enigszins tot bedaren te brengen dan is dat in elk geval mislukt. De harde taal waarmee het "WAO-offensief' van de drie vakcentrales gisteren werd gepresenteerd doet eerder het tegendeel vermoeden. Het lijkt er op dat bij de vakbeweging het gevoelen overheerst dat nu de eerste stenen uit de muur zijn, de rest ook wel snel zal volgen.

Maar zijn er al stenen uit de muur? Vice-premier Kok wil de discussie over de WAO heropenen. De coalitiepartner, het CDA, is daartoe niet ongenegen. Maar eveneens is duidelijk dat, zoals minister De Vries van sociale zaken vandaag in deze krant zegt, de marges voor veranderingen “buitengewoon smal” zijn.

Dat de kabinetsvoornemens met betrekking tot de WAO en de Ziektewet, zoals ze in de nacht van 13 op 14 juli werden gepresenteerd, niet alleen het staatsblad niet, maar zelfs niet eens de Miljoenennota ongeschonden zouden halen, was direct de week erna al duidelijk. Was het immers niet vice-premier Kok zelf die reeds een paar dagen na het kabinetsbesluit in vraaggesprekken liet weten dat alternatieven voor hem bespreekbaar waren?

In die zin heeft het beraad van afgelopen zondagavond in de PvdA-top dan ook niet bijster veel nieuws opgeleverd. Iets specifieker dan een aantal weken geleden zegt Kok nu dat hij voor bepaalde gevallen nog eens wil kijken naar de voorgestelde beperking van de uitkeringsduur. Maar daarnaast wijst hij er nog eens op dat alternatieven binnen de eerder door het kabinet gestelde randvoorwaarden moeten blijven. Het aantal arbeidsongeschikten moet terug en het ombuigingsbedrag van 4,4 miljard moet worden gehaald. Met andere woorden: tussen het "aanpassen' of "verzachten' van de plannen van Kok en het "van tafel' van de vakbeweging gaapt een levensgrote, zo niet onoverbrugbare kloof. Minister De Vries is daarover vandaag heel duidelijk: “Ik denk niet dat ik de vakbeweging kan overtuigen”.

DE WAO IS een zaak geworden waarbij een oplossing in de termen van de Nederlandse overlegeconomie niet langer toereikend is. Er zullen hoe dan ook pijnlijke keuzes moeten worden gemaakt. Het WAO-probleem is allereerst een volumeprobleem. Het systeem werd opgezet met de prognose dat er maximaal 200.000 mensen op aangewezen zouden raken. Maar inmiddels is het miljoen arbeidsongeschikten in zicht gekomen. De vraag is simpel: deugt de Nederlandse werknemer niet, of deugt het systeem niet? En zou er misschien een causaal verband zijn tussen de inkomensgarantie die het systeem biedt, en het gebruik dat er van wordt gemaakt? Wat het kabinet van de samenleving vraagt is een cultuuromslag in het denken. Heel interessant zijn wat dat betreft de opmerkingen die Kok afgelopen zondag maakte over de discussie die hij nu met zijn partij wil aangaan. Als het aan Kok ligt zal de PvdA zich moeten uitspreken over de positie van de WAO in het geheel van de sociale zekerheid. Kok wil werken aan een stelsel dat gericht is op de sociale, culturele en economische doelstellingen van de jaren negentig, met bescherming voor hen die het nodig hebben, maar ook met meer eigen verantwoordelijkheid. Anders gezegd: wie een onbeperkte WAO-uitkering wil, zal zich daarvoor moeten bijverzekeren. Eigen verantwoordelijkheid betekent meer keuzevrijheid, eventueel uitmondend in meer eigen risico. Meer eigen verantwoordelijkheid zal onherroepelijk leiden tot volume- en kostenbeheersing.

ALS KOK ZIJN partij in die gedachtengang meekrijgt, is er al heel wat gewonnen. Getuige de reacties van de vakbeweging heeft die al bij voorbaat afgehaakt. Daar is elk debat over verandering ondergeschikt gemaakt aan de toverwoorden "verworven recht'. Het is een gewaagd experiment: de oud-vakbondsman die als politiek leider afscheid neemt van de vakbeweging.