Geen Joegoslavische situaties ophanden in Tsjechoslowakije

Tragisch, gevaarlijk en destabiliserend zijn de meest gebezigde adjectieven in de Tsjechoslowaakse massamedia over de Joegoslavische crisis. De dramatische gang van zaken in Joegoslavië en de Westeuropese pogingen om een voor alle betrokken partijen aanvaardbare oplossing te vinden, worden in Tsjechoslowakije nauwlettend gevolgd.

De bezorgdheid is begrijpelijk. De Slovenen en Kroaten (in deze volgorde) kunnen bij de Tsjechen en Slowaken traditioneel op warme sympathieën rekenen. De Sloveense taal vertoont een nauwe verwantschap met het Tsjechisch en nog meer met het Slowaaks en alle vier volkeren hebben een gemeenschappelijk verleden in de Habsburgse monarchie: de Tsjechen en Slovenen in het Oostenrijkse deel, de Slowaken en Kroaten in het Hongaarse.

Maar er is nog een verklaring voor de grote betrokkenheid bij de Joegoslavische kwestie van Tsjechoslowaakse zijde. Net als Joegoslavië is ook Tsjechoslowakije een federale staat die op grond van etnische criteria tot stand is gekomen. Sinds de "fluwelen revolutie' van november 1989 toen het autoritaire communistische bewind het veld moest ruimen en plaats maakte voor politiek pluralisme is ook de verhouding tussen de Tsjechen en Slowaken in de "Tsjechische en Slowaakse Federatieve republiek' zoals het land thans officieel heet, een onderwerp van discussie.

Centraal staat de vraag hoe sterk of juist hoe zwak de federatie zal moeten worden, of een federatie hoe dan ook de beste staatkundige oplossing voor Tsjechoslowakije is en welke bevoegdheden onder de competentie van de federale regering in Praag moeten vallen en wat op het niveau van beide deelrepublieken wordt beslist. Wordt Tsjechoslowakije een federatie? Een confederatie? Of zal Slowakije volledige onafhankelijkheid opeisen en met de Tsjechische landen, Bohemen en Moravië via een reeks van verdragen een associatie van het Benelux-type vormen?

Ofschoon deze discussie gepaard gaat met spanningen, irritaties en het nodige politieke lawaai in de drie parlementen, drie regeringen en soms ook wel op straat, "Joegoslavische toestanden' vallen in Tsjechoslowakije niet te verwachten. Hiervoor zijn verscheidene redenen. De betrekkingen tussen de Tsjechen en Slowaken zijn vanuit historisch oogpunt bezien niet zwaar belast. Er woedde tussen beide naties nooit een gewapend conflict veroorzaakt door etnische, religieuze of andere motieven met honderdduizenden slachtoffers, zoals bijvoorbeeld het geval is geweest tussen de Kroaten en Serviërs.

De getalsmatig sterkere Tsjechen hebben bovendien voor de Slowaakse nationale identiteit nooit een reële bedreiging gevormd. Niet gedurende het bestaan van Tsjechoslowakije sinds 1918 en ook niet eerder. Tegenover de Servische nationalistische gedachte van een Groot-Servisch Rijk op de Balkan die verschillende volkeren in Joegoslavië en daarbuiten verontrust, staat geen "Groot-Tsjechische' variant in Tsjechoslowakije.

De machtsverhoudingen in Midden-Europa hebben de Tsjechen in het verleden al geleerd dat er aan expansie, in welke richting dan ook, niet te denken viel. Integendeel, zowel de Tsjechen als de Slowaken werden in hun ontplooiing bedreigd of op zijn minst gehinderd door anderen. De eerstgenoemden door de Duitsers, de laatsten door de Hongaren, waarbij onmiddellijk opvalt dat beide volkeren door de eeuwen heen geen uitzonderlijke vechtlust en verzetsmentaliteit ten toon spreidden. Per slot van rekening werd de "brave soldaat Svejk' niet in Servië, Kroatië of Montenegro geboren.

Anders gesteld, de Tsjechen en Slowaken klimmen niet gauw met wapens op de barricaden om hun nationale aspiraties kracht bij te zetten. In dit verband is veelzeggend de reactie van de Tsjechoslowaakse bevolking op de militaire interventie in 1968 die een einde aan de Praagse Lente maakte. Het verzet van de Tsjechoslowaken tegen de bezetting was indrukwekkend, juist door zijn volstrekte geweldloosheid. Niet één van de 500.000 Sovjet- en andere soldaten is daarbij door Tsjechische of Slowaakse kogels om het leven gebracht. Het idee dat men nu de constitutionele en andere problemen, inclusief de kwestie van een eventuele Slowaakse afscheiding, zal oplossen met behulp van messen, bijlen en mitrailleurs komt iedereen als weerzinwekkend voor.

Bij de lappendeken Joegoslavië, waarin de grenzen tussen de afzonderlijke republieken niet met etnische grenzen samenvallen, steekt de landsinrichting in Tsjechoslowakije gunstig af. De verhouding tussen Tsjechen en Slowaken wordt niet bemoeilijkt door slepende grensgeschillen als gevolg van aanspraken op elkaars grondgebied. De historisch gegroeide grenzen worden door alle Tsjechische en Slowaakse politieke groeperingen, de nationalisten inbegrepen, geëerbiedigd.

Strikt genomen zijn de buren van de Slowaken niet de Tsjechen, maar de Moraviërs: een bevolkingsgroep die Tsjechisch spreekt en van oudsher samen met de Tsjechen een koninkrijk vormde. Sommige Moraviërs, afkomstig uit de "beweging voor democratisch zelfbestuur' zouden het toekomstige Tsjechoslowakije liefst omgevormd willen zien in een triple-federatie. Doch kansen op zo'n oplossing zijn vooralsnog erg klein.

Een ander belangrijk aspect dat een redelijke verstandhouding tussen Tsjechen en Slowaken waarborgt, is de etnische homogeniteit van beide republieken. In de Tsjechische landen Bohemen en Moravië met 10,3 miljoen inwoners leven verspreid 300.000 Slowaken; in Slowakije bezitten van de 5,2 miljoen burgers slechts 53.000 de Tsjechische nationaliteit. Ter vergelijking: van de Joegoslavische republieken telt Kroatië op een bevolkingsaantal van 4,6 miljoen 600.000 Serviërs, terwijl in Bosnië-Herzegovina (ruim 4 miljoen inwoners) de Serviërs 32 procent en de Kroaten 18 procent van de totale populatie uitmaken.

Wel woont er in Slowakije een aanzienlijke minderheid van 560.000 Hongaren die zich voornamelijk langs de zuidelijke grens met Hongarije bevinden. Zij voelen zich in hun rechten, zoals bijvoorbeeld het gebruik van de Hongaarse taal, ten opzichte van de Slowaakse meerderheid tekort gedaan. Het valt te verwachten dat bij een eventueel referendum over de Tsjechoslowaakse staatshervorming deze Hongaren zich vóór de federatie en tegen een separate Slowaakse staat zullen uitspreken.

Men kan stellen dat de woelingen in Joegoslavië eerder een kalmerende dan een polariserende werking op de discussie over de Tsjechoslowaakse staatsvorm hebben gehad. De tegenstanders van de federatie hebben er voorlopig geen garen bij gesponnen. In de Tsjechische republiek vertegenwoordigen de separatisten - voornamelijk te vinden in de rijen van de schreeuwerige en extreem-rechtse Republikeinse Partij van M. Sládek - amper vijf procent van de bevolking. In Slowakije schommelt het percentage aanhangers van de onafhankelijkheid naar het Sloveense model rondom de dertien procent. Meestal betreft het leden van de Slowaakse Nationale Partij. Maar zelfs de meest radicale politici in haar gelederen willen niet alle banden met de Tsjechische republiek verbreken en pleiten voor een gezamenlijke douane en munt.

Toch zijn de gevaren die de Tsjechoslowaakse federatie bedreigen nog lang niet geweken. Vooral de slechte economische situatie in Slowakije en de sombere prognoses baren het bewind van president Havel grote zorgen. De radicale economische hervormingen in de richting van een markteconomie eisen in de oostelijke republiek een veel hogere tol dan in de economisch veel sterkere Tsjechische landen. Dit betekent aanzienlijke sociale offers voor Slowakije en op den duur grote politieke risico's.

Zo ligt de prijs van voedsel in Slowakije gemiddeld vier procent hoger dan in de Tsjechische republiek en de prijzen van industriële goederen zelfs dertien procent hoger. De werkloosheid in de Slowaakse republiek bedroeg in mei van dit jaar 130.000 mensen ofwel vijf procent van de Slowaakse beroepsbevolking. In de Tsjechische republiek waren het slechts 92.000 (1,9 procent). Vanaf juni komen er in Slowakije dagelijks ongeveer duizend werklozen bij.

Vooral de Slowaakse wapenindustrie waarin 80.000 mensen emplooi hebben, moet het als gevolg van de ontspanning tussen Oost en West ontgelden. Door de ontbinding van het Warschaupact is negentig procent van haar afzetgebied in Oost-Europa weggevallen. Andere trouwe afnemers van het zware militaire materieel, Syrië en Iran, willen wel blijven kopen, maar dergelijke leveringen zijn politiek gezien allesbehalve wenselijk en hebben in het federale parlement tot de nodige commotie geleid.

Om de economische lasten van Tsjechoslowakije en Slowakije in het bijzonder te verlichten, is hulp nodig voor het afzetten van de Tsjechoslowaakse produkten in zowel het Westen als de Sovjet-Unie. Met een redelijk economisch vooruitzicht zal de Tsjechoslowaakse federatie stand houden. Zo bezien hebben de Westerse landen meer zeggenschap over de toekomst van dit land dan op het eerste gezicht lijkt.