De jeukmugplaag

Sandfly Point, het einde van het Milfordpad in het Fiordland National Park in zuidwest Nieuw-Zeeland. Na vier dagen bepakt lopen over een stenig pad door glaciale, U-vormige dalen en het overwinnen van de steile duizend meter hoge MacKinnen-pas schreeuwen de spieren om een snipperdag. Voorlopig wordt er echter nog even in rondjes gelopen, de enige manier om voor zonsondergang de kwelling van de sandflies te ontlopen.

Er is maar één bootje per dag dat naar de minimale bebouwing (en een welkome bierkraan) aan de overkant van Milford Sound vaart. De noodzaak de pont over het fjord niet te missen heeft geleid tot een onnodig vroeg vertrek en daarom een extra uurtje wachten.

Het bijna onbewoonde nationale park biedt net als de rest van de westkust van het Zuidereiland huisvesting aan een mensenfolterende overbevolking van de bloedzuigende sandfly (jeukmug zegt mijn woordenboek Engels-Nederlands). Tijdens de gedwongen pauze in Sandfly Point is de kwelling inderdaad het ergst.

De terreurzwerm zorgt voor panische cirkelexercities van het groepje wandelaars aan het eind van een zware 22 kilometer-etappe. “Gevleugelde piranha's”, zegt een Engelse krachtpatser, die zijn snelheid beloond zag met een nog langere blootstelling aan de plaag.

De sandflies komen ook elders aan hun trekken, want het pad dwingt regelmatige pauzes af. Driftig fotograferend probeer je het visuele festijn te vangen. De Engelse schrijver Rudyard Kipling noemde het pad “de mooiste wandeling ter wereld”, een kwalificatie die door de reclamemensen van het ministerie van toerisme nu al jarenlang trots wordt overgeschreven. Het is inderdaad veel meer dan een verzameling plaatjes. Het Milfordpad is het hoogtepunt van alle ervaringen aan natuurpracht waarmee Nieuw-Zeeland me al negen jaar overdondert.

Wandelaars worden nederig in dit grootse landschap, een door mensen onbedorven samensmelting van de Zwitserse Alpen, Noorse fjorden en subtropische regenwouden, in stand gehouden door een jaarlijkse neerslag van zeven meter.

Al dat water veroorzaakt enorme landverschuivingen, waarbij eeuwenoud oerbos van de bergwanden wordt afgerukt en rivieren worden afgedamd. Lawinegevaar bedreigt de wandelaar eveneens. Met schijnbaar achteloos geplaatste borden in de dodelijke gevaarzones wordt de toerist tot doorlopen gemaand. Verschrikt versnellen we onze tred.

Watervallen hangen hier als witte watergordijnen voor de door gletsjers gecreëerde loodrechte bergwanden. Dat weten we van foto's. Wij beleven zelf het welkome wonder van vier droge dagen. Veel watervallen zijn daarom tijdelijk opgedroogd en andere tot vaak smalle, maar honderden meters lange straaltjes uitgedund.

Nieuw-Zeeland haalde met dit verticale water eens een geografisch wereldrecord. Donald Sutherland, een uit Schotland afkomstige kluizenaar, ontdekte hier aan het eind van de vorige eeuw een reusachtige waterval. Niet alleen een tiental meters breed, maar, daarvan was de Schotse avonturier overtuigd, op zijn minst 1500 meter hoog.

Het water van de ”Sutherlandwatervallen' komt ook in de droge tijd met zo veel kracht naar beneden dat je je, op een bijna windstille dag, een paar honderd meter verderop nog in een ronkende orkaan waant. Sutherlands overdrijving mag hem niet worden aangerekend.

Professionele en van romantiek gespeende landmeters hebben later de ware hoogte vastgesteld. Het was maar 580 meter: Sutherland en Nieuw-Zeeland waren hun topplaats kwijt. Ontdekking van nog meer reuzenwatervallen in Zuid-Amerika betekenden dat de alleen te voet bereikbare Sutherlandplons nu met een vijfde plaats op die mondiale lijst genoegen moet nemen. Dat geeft niet. Voor de voettoerist uit het platte Nederland zijn zulke kille cijfers voor dit natuurwonder onnodig en onwerkelijk.