Bhutto fel tegen regering, maar ontkent vroegere corruptie van eigen bewind; "Pakistan is een BCCI in het klein'

ISLAMABAD, 13 AUG. “Pakistan is een BCCI in het klein”, zegt Benazir Bhutto. Net zoals de beruchte bank geld uitdeelde, gunsten verleende en af en toe druk uitoefende, oefenen de regeerders van Pakistan hun macht uit door geld en chantage, vindt ze. De ex-premier van Pakistan kan het weten: Agha Hassan Abedi, de oprichter van de Bank of Credit and Commerce, woont maar een paar huizen van haar vandaan in Karachi's chique kustwijk.

Om haar bewering te staven verwijst ze naar de krant van gisteren die voor de derde achtereenvolgende keer meldt dat parlementsleden van haar Pakistan Peoples Party (PPP) in de provinciale en nationale Assemblée zich bij de regering hebben aangesloten.

“Zij zijn gechanteerd, het is gemakkelijk voor de regering om een pistool in iemands auto te leggen of een kilo heroïne in iemands huis en dan de politie de auto of het pand te laten doorzoeken.” Benazir kan het inderdaad weten, reageren haar tegenstanders omdat zij hetzelfde heeft gedaan toen ze aan de macht was.

Een zakenman die een goede bekende is van de eerste minister van de provincie Sind, Jam Sadiq Ali, zegt dat in Sind de politieke klasse geen problemen heeft met “het bizarre idee” dat een parlementariër een mandaat heeft van het volk en dat moet respecteren. Hij vertelt dat hij het gesprek van Ali met de president van Pakistan toevallig heeft opgevangen net voor een recentelijk gehouden tussentijdse verkiezing in Jacobabad: “President Ishaq Khan spoorde hem aan om te stoppen met campagnevoeren en geen poging te doen om de uitkomst van de stemming te beïnvloeden”.

Jam, zoals Ali algemeen wordt genoemd, beloofde om niets te doen dat verkeerd was, zich aan de wetten te zullen houden en zijn ministeriële collega's in toom te houden. Maar aan het eind van het gesprek vertelde hij de president op spottende toon: “Staat u mij toe, meneer, om te zeggen dat onze kandidaat zal gaan winnen met 12.255 stemmen”.

Hij won. Al kwam het stemmenaantal niet precies uit, Jam had zijn bedoeling duidelijk gemaakt: er was geen sprake van dat hij zo'n belangrijke stemming aan "het toeval' zou overlaten. Een jaar na het ontslag van Benazir Bhutto als premier is zij nog steeds het mikpunt van de aanvallen van de regering.

Behalve het weglokken van haar partijgenoten is de regering van Sind in Karachi begonnen met de bouw van een negen verdiepingen hoog appartementsgebouw bijna tegen haar huis. De hoge muren rondom haar "Bilawal House' zullen spoedig niet meer kunnen verhinderen dat men bij haar naar binnen kan kijken. Maar nog veel onplezieriger is dat zij voor de rechter moet verschijnen in zes zaken die in verschillende rechtbanken van het land worden gehouden waardoor zij gedwongen is steeds te reizen.

Ophanging

De beschuldigingen hebben betrekking op ambtsmisbruik toen zij premier was en zijn meestal verbonden met haar echtgenoot Asif Zardari. Zardari zelf zit in de centrale gevangenis van Karachi. Hem zijn twaalf wetsovertredingen ten laste gelegd. Zardari kan in het ergste geval worden veroordeeld tot de strop.

Zelfs aanhangers van de PPP zijn ervan overtuigd dat ten minste een deel van de beschuldigingen tegen Zardari juist is. Maar ze denken ook dat de premier van Sind zijn best zal doen om de rechtbanken en de getuigen te beïnvloeden om het bewijs helemaal rond te krijgen.

Waarom is de regering zo kwaadaardig in haar aanvallen op de leider van de PPP? Tenslotte is Bhutto tot nu toe nauwelijks een effectieve oppositieleider geweest, omdat zij liever de regering beschuldigt van frauduleuze verkiezingen dan zich in te zetten voor het parlementaire werk. Opvallend is het buitengewone onvermogen van Benazir om te leren van haar fouten.

Als haar wordt gevraagd of ze fouten heeft gemaakt toen ze in de regering zat, antwoordt ze: “Welke fouten?” Vervolgens ratelt zij een lijst van successen af waaronder de vergunning voor de ontvangst van CNN en het staatsbezoek van de Franse president Mitterrand. Ze weigert ook steevast om haar echtgenoot te zien als een politieke sta-in-de-weg, en vergelijkt hem met haar overleden vader die aan de galg moest sterven op grond van verzonnen beschuldigingen.

De aanvallen van de regering op Benazir zijn des te verbazender in het licht van de overwinning van de partij-alliantie van premier Nawaz Sharif bij de nationale verkiezingen nog maar net negen maanden geleden, waardoor een absolute meerderheid werd behaald in het Lagerhuis. Bovendien kreeg Sharif in deze korte tijd al meer wetten aangenomen dan Benazir in de twintig maanden dat zij premier was.

Sharif drukte de controversiële islamitische Sharia-wet door maar ook de hogelijk geprezen overeenkomsten over de verdeling van het water in het stroomgebied van de Indus, de regeling van de financiële bijdragen aan de provincies en het indienen van wetten om een groot deel van het bureaucratische economische systeem van het land te privatiseren dat wordt verlost van beperkende voorschriften van de overheid.

Roversbendes

Eén reden voor de zorgen van Sharif is de voortdurend deerniswekkende staat van gezag en orde, met name in de provincie Sind. Het platteland van Sind met feodale toestanden en troosteloze armoede wordt geteisterd door daicots, roversbendes die treinen plunderen, zich bezig houden met diefstallen op de autowegen en mensen ontvoeren om losgeld te krijgen. Japanse en Zweedse toeristen en Chinese technici zijn al het slachtoffer geworden en de aandacht van de internationale media dreigt buitenlandse bedrijven ervan te weerhouden in Pakistan te investeren. Sharif wil juist buitenlandse investeerders aantrekken als onderdeel van zijn privatiseringsbeleid.

Teneinde deze criminele activiteiten de kop in te drukken heeft Sharif vorige maand een amendement op de grondwet voorgesteld waarin de regering het recht krijgt speciale rechtbanken op te zetten om bedrijvers van "gruwelijke misdaden' te veroordelen zonder de mogelijkheid van verweer.

Dit amendement heeft op grote schaal kritiek gewekt door de snelheid waarmee het zonder debat door het parlement werd gejaagd en omdat het door de regering kan worden gebruikt tegen haar politieke tegenstanders. Het kan bovendien het juridische systeem ondermijnen door nog een parallel gerechtelijk apparaat te scheppen, naast de sharia.

Ayyaz ud Din, een zakenman uit Karachi die meestal sympathiek staat tegenover Sharif, vraagt zich af waarom het nodig is nog meer veiligheidswetten te creëren. “We hebben genoeg wetten. Maar juist de corruptie van het juridische systeem moet worden aangepakt. De meeste moordenaars en daicots worden nooit veroordeeld omdat rechters worden omgekocht of onder druk gezet. Hieraan zijn de politieke partijen schuldig omdat zij het gerechtelijk apparaat op dezelfde manier misbruiken.”

De dubieuze afzetting van Benazir Bhutto een jaar geleden en een verkiezing waarbij volgens velen zwaar geknoeid is, toonden aan dat de democratie in Pakistan zeer wankel is. Ondanks een duidelijke parlementaire meerderheid en een machteloze oppositie duiken er bij de geringste aanleiding geruchten op van een militaire coup of een val van de regering. Een voorbeeld hiervan is de onlangs gemaakte opmerking van de opperbevelhebber van de Pakistaanse strijdkrachten, generaal Aslam Beg, dat het verkeerd was om de oppositie met de rug tegen de muur te zetten.

Beg deed deze uitlating tijdens zijn afscheidsbezoek aan een aantal militaire garnizoenen. Hij maakte de rondreis omdat hij spoedig met pensioen zou gaan. Er waren onmiddellijk geruchten dat Begs afscheidsbezoek alleen bedoeld was om de steun van het leger te krijgen voor een coup die Nawaz Sharif zou verdrijven.

Maar waarom zou Beg de premier die nog maar een half jaar geleden mede door hem zelf in het zadel was geholpen, weer afzetten? Omdat, zo gingen de geruchten, Beg en Sharif ruzie met elkaar hadden gekregen over de rol van Pakistan in de Golfoorlog. Sharif zou ook tegen Begs keuze voor zijn opvolger zijn gekant. Hoewel Sharif en Beg de geruchten ontkennen, hebben veel mensen in Pakistan al te veel donderslagen bij heldere hemel meegemaakt om gerust te zijn. “Ik denk niet dat er iets zal gebeuren”, zei een bankier uit Karachi gisteren, “maar ik zal toch opgelucht zijn als de zestiende augustus voorbij is.” Dat is de dag van de pensionering van Beg.