Wereldvrede op z'n Chinees

Komt de wereldvrede dichterbij als alle naties het non-proliferatie verdrag (NPV) ondertekenen, is de vraag die zich opwerpt na de Chinese aankondiging als laatste van de vijf grote mogendheden zijn handtekening te zullen zetten onder deze internationale overeenkomst die de verdere verspreiding van kernwapens moet tegengaan.

In 1968 stelden drie van de vijf nucleaire mogendheden: Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, samen met een groot aantal landen zonder kernwapens het non-proliferatie verdrag op dat in 1970 voor een periode van 25 jaar van kracht werd. De andere twee: Frankrijk en de Volksrepubliek China onthielden hun steun aan het NPV, hoewel de Fransen zich sinds 1976 wel aan alle bepalingen ervan hebben gehouden. Parijs kondigde in juni aan het NPV te zullen onderschrijven.

Het NPV heeft de afgelopen 21 jaar, ondanks het feit dat de periode grotendeels samenviel met een kernwapenwedloop tussen Oost en West, officieel gezorgd waar het voor moest zorgen: dat niet meer landen dan de vijf bestaande nucleaire mogendheden via officiële kanalen atoomwapens wisten te produceren. Het voorkwam niet dat landen die het NPV niet ondertekenden, ondermeer Israel, India en Zuid-Afrika - die hun bezit van kernwapens niet bevestigen - door konden gaan met de ontwikkeling van eigen kernwapens.

China kon intussen zijn atoomtechnologie naar believen exporteren. De Volksrepubliek heeft daar slechts spaarzaam gebruik van gemaakt. Peking sloot in 1972 vriendschap met de Verenigde Staten en en Washington zou een te grote Chinese ijver bij de verkoop van kernreactors niet op prijs hebben gesteld. Voor zover bekend heeft alleen Algerije een Chinese reactor gekregen die de potentie heeft splijtstof voor kernwapens te vervaardigen. Mogelijk heeft Peking ook Pakistan, dat het NPV eveneens niet heeft ondertekend, terzijde gestaan bij zijn verwoede pogingen "de bom' te maken.

De Chinese premier Li Peng heeft niet gezegd wanneer zijn land het NPV zal ondertekenen en wat hij bedoelt met "in principe'. Gesteld dat Peking binnen afzienbare tijd inderdaad over de brug komt blijft de vraag of daarmee, behalve op papier, de politieke en militaire situatie drastisch zal wijzigen. Het NPV gaat in theorie de ontwikkeling en verspreiding van kernwapens tegen, het inzetten van de wapens belet het niet. Een verdrag tegen het gebruik van kernwapens bestaat niet, ondertekening daarvan zou immers betekenen dat de betreffende landen hun atoomwapens kunnen afschaffen en daaraan waagt vooralsnog geen enkele kernmogendheid zich.

Hoeveel kernbommen China heeft is onbekend. Het land doet daar zeer geheimzinning over. Volgens Li Peng gaat het om “een klein aantal dat alleen voor defensieve doelen is bestemd”. Waarnemers en kernwapensdeskundigen twijfelen aan deze uitleg. Hoewel de Volksrepubliek haar financiële beperkingen kent, hebben de de communistische machthebbers nooit lichtvaardig gedacht over hun militaire inspanningen. Tot diep in de jaren tachtig is altijd rekening gehouden met een oorlog tegen de Sovjet-Unie en daarvoor heeft Peking zeker wat achter de hand gehouden.

Een dergelijk conflict is nu ondenkbaar, maar de Chinese communisten blijven onberekenbaar. Peking is een van de laatste steunpunten van de orthodoxe leer en dat moet, getuige de harde onderdrukking van de volksopstand in 1989, in de ogen van de oude heersers zo blijven ook. Hoe ver de oude garde uiteindelijk zal gaan in het veiligstellen van het "socialisme', welke middelen ze wil gebruiken is een vraag die niemand kan beantwoorden.

In 1995 loopt het NPV af. Op dat moment zullen, zoals het nu lijkt, de vijf bekende nucleaire mogendheden het oude verdrag hebben ondertekend en zullen ze ongetwijfeld meewerken aan het opstellen van een nieuwe verdragstekst. Vanuit het oogpunt van de wereldvrede is het altijd beter wanneer verdragen die deze bevorderen door zoveel mogelijk landen worden ondertekend. Het beste bewijs dat dit geen garantie is voor vrede levert Irak, dat ondanks ondertekening van het NPV, onverdroten bezig was zijn eigen kernbom te maken.