Voor privé-trainer blijft het in atletiek behelpen; Frans Thuys: "Ik heb me af en toe wel een bedelaar gevoeld'

HECHTEL, 12 AUG. Elke avond reed hij naar een piepklein rommelig huisje dat tot familiepension was omgedoopt en zocht hij uitgeput het krakerige bed op. Een paar kilometer verderop wentelde zijn pupil zich nog eens behaaglijk om in het ruime bed van het luxueuze hotel. Tijdens de Europese kampioenschappen atletiek in het Joegoslavische Split moest trainer Frans Thuys zich heel wat comfort ontzeggen om zijn loopster Ellen van Langen naar een topprestatie te kunnen dirigeren. Zoals zoveel Nederlandse atletiektrainers moet hij een klein budget compenseren met een royale hoeveelheid inventiviteit.

Sommige atleten hechten grote waarde aan de aanwezigheid van hun persoonlijke trainer bij een belangrijk kampioenschap. In de handen van de bondstrainer, met wie ze niet dagelijks van doen hebben, voelen ze zich minder zeker. Hoewel de omstandigheden voor topsporters langzaam maar zeker verbeteren is de financiële armslag nog lang niet toereikend om ook de vaak onontbeerlijke aanwezigheid van de trainer te kunnen realiseren.

Daarom belde Thuys een paar maanden geleden alle sportredacties van landelijke dagbladen en omroeporganisaties om er zijn diensten aan te bieden. Het was een noodsprong, want het leek nog de enige manier om tijdens de wereldkampioenschappen atletiek eind deze maand in Tokio zijn pupil Ellen van Langen te kunnen begeleiden. Maar atletiektrainer Frans Thuys vond nergens emplooi als parttime commentator en hoewel hij links en rechts wel wat financiële steun kreeg aangeboden zag het er toch lange tijd naar uit dat Van Langen het zonder hem zou moeten doen.

Twee weken geleden kwam het toch nog goed. Zijn werkgever, de Bedrijfs Vereniging voor de Gezondheid (BVG) in Zeist, bood aan het tekort op zijn begroting aan te vullen. Inmiddels heeft ook de Atletiek Unie aangeboden persoonlijke trainers een bijdrage te geven in de reis- en verblijfkosten, waarmee de bond het belang van hun aanwezigheid meer dan alleen erkent.

Morgen vertrekt de 36-jarige atletiektrainer uit Maartensdijk daarom toch met het grootste deel van de Nederlandse ploeg naar Japan, waar eerst in Nagano en vervolgens in Tokio wordt getraind voor de wereldtitelstrijd die 24 augustus begint. “Ik heb me”, zegt hij, “af en toe wel een bedelaar gevoeld. Ik schaam me er niet voor, want je doet het om je atlete te kunnen begeleiden. Maar er zou een andere mentaliteit moeten komen op dat gebied. Iedereen begrijpt inmiddels wel dat je alleen topsport kunt bedrijven als je er geen baan naast hebt, maar voor een toptrainer geldt dat niet.”

Zijn collega Wil Westphal noemt voor trainers “profsport veel gezonder. Je wordt gewoon betaald voor je diensten. In de atletiek gebeurt alles op basis van ambitie. Ik heb wel eens de vergelijking met de kunstenaar gemaakt. Die maakt zijn werk ook niet om er geld mee te verdienen, maar omdat het mooi is om te maken.”

Dat betekent improviseren. Frans Thuys heeft geen fulltime baan. Hij werkt tachtig procent en heeft de vrijheid van zijn werkgever gekregen zijn uren aan te passen aan zijn sportactiviteiten. “Als ze mij de garantie gaven dat ze altijd topfit blijft en nooit iets zou mankeren, is het wel te doen. Maar zodra ze door een blessure niet kan lopen kost het veel extra tijd. Je moet aangepaste trainingsschema's maken, zorgen dat haar geest scherp blijft.”

Een sporter die de wereldtop wil halen heeft een vaste trainer nodig. Thuys mag graag de vergelijking met de nationale volleybalploeg maken. “Stel je voor dat trainer Harrie Brokking af en toe eens een uurtje beschikbaar had om de ploeg te trainen en daarnaast gewoon elke dag naar zijn werk moest?” Voor de atletiektrainer blijft het behelpen en pas met een halve baan denkt hij zijn atlete echt professioneel te kunnen begeleiden.

De doelen die Thuys en Van Langen zich stellen zijn hoog. “Ellen is wereldtop”, zegt de trainer, “dus ga je in principe overal voor een eerste plaats. Je kunt je toch niet indenken dat je er alles aan geeft om derde te worden.” Voor het WK in Tokio moest dat streven al worden bijgesteld. Na haar voortreffelijke prestaties op het Europese kampioenschap in Split, waar ze als vierde eindigde in een nieuwe nationale recordtijd van 1.57,57, werd haar op het WK ook een verrassende uitslag voorspeld. Maar een achillespeesblessure bracht zelfs haar selectie aan het wankelen. Ze heeft sinds haar herstel pas vijf gewone trainingen achter de rug en liep in één week tijd drie wedstrijden, waarvan nog maar eentje op haar afstand, de 800 meter.

Die afstand liep ze zaterdagavond in het Belgische Hechtel, waar ze tweede werd in een tijd van 2.00,84. Ze was er tevreden mee, want na de 1500 meter op de Grand Prix in Monaco (“worstelen”) en Zürich (“kon ik weer aanzetten”) bleek ze in België in staat tot een versnelling. In de buurt van het 500 meter dreigde het weliswaar nog even een dramatische race te worden en zakte ze terug in het veld, maar “ineens kreeg ik het weer. Ik werd ingehaald en dacht: dat mag me niet gebeuren”.

Frans Thuys wist na die tem poversnelling genoeg. Hij wil geen wetenschappelijke testen meer doen voor Tokio. “Testen kosten tijd. Na wat ik gezien heb ga ik er blindelings vanuit dat het goed zit.”