Tekst brief van Islamitische Jihad

Delen uit de tekst van de brief die de vorige week vrijgelaten Britse gijzelaar John McCarthy gisteren namens de organisatie Islamitische Jihad aan secretaris-generaal Javier Perez de Cuellar van de Verenigde Naties heeft overhandigd. De zes pagina's tellende tekst was in het Arabisch opgesteld. Engelse en Franse vertalingen zijn vanmorgen door de VN in Genève aan de internationale pers overhandigd. De Islamitische Jihad is een groepering die banden onderhoudt met de pro-Iraanse Libanese politieke groep Hezbollah, oftewel Partij van God.

“Omdat we geloven dat actie moet worden ondernomen om onze vrijheidsstrijders uit gevangenissen in bezet Palestina en Europa te bevrijden en ook omdat we geloven dat de kwestie van de mensen die wij gevangen houden en het probleem van hun families moeten worden opgelost, doen wij een beroep op u (Perez de Cuellar - red.) een persoonlijke inspanning te doen, binnen het raamwerk van een alomvattende oplossing, om de vrijlating van alle gevangenen over de hele wereld te bereiken.” (...)

“In dat geval zouden we geheel bereid zijn het proces dat we vandaag (zondag - red.) zijn begonnen te voltooien en de personen die wij gevangen houden binnen 24 uur vrij te laten”. (...)

“We wachten op een praktisch antwoord van u dat zal leiden tot de gewenste vruchtbare oplossing”. (...)

De brief vermeldt verder dat het gijzelen “een van de gevolgen is van de confrontatie tussen ons en de krachten van internationale hoogmoed, geleid door Amerika, de moeder van onrechtvaardigheid over de gehele wereld, en zijn nakomeling Israel.” (...)

Een groot deel van de brief bestaat uit beschuldigingen dat de Verenigde Naties “een werktuig van de supermachten” zijn geworden, een organisatie die vorig jaar effectief was bij het behandelen van de kwestie van de crisis in de Golf maar die er niet in slaagt de resoluties over Palestina uit de voeren.

De Islamitische Jihad dringt er bij de Verenigde Naties op aan de “hegemonie” van de supermachten te beëindigen en dat proces te beginnen door het afschaffen van het recht op veto dat de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bezitten, een recht dat “terecht wordt beschouwd als erger dan de wet van de jungle”.

De brief geeft verder een serie richtlijnen die de Verenigde Naties zouden moeten opvolgen, variërend van de verzekering van de “universele aanvaarding van de instrumenten voor de rechten van de mens” tot het aangaan van de confrontatie met het “internationale zionisme, aangezien zionisme gelijk staat met racisme en dientengevolge een bedreiging van de mensheid inhoudt”.

De brief beschrijft de journalist John McCarthy, die vijf jaar lang door de Islamitische Jihad gevangen is gehouden en vorige week werd vrijgelaten, als “een speciale afgezant”.

“We bidden dat onze gevangengenomen broederstrijders opnieuw eervol hun vrijheid zullen verkrijgen.”

Geen reactie

Er was geen onmiddellijke reactie van de Verenigde Naties op de brief, die de hoop op een snelle ontknoping van de gijzelingscrisis niet lijkt te versterken. Perez de Cuellar noemde de brief zondag in een kort gesprek met journalisten “belangrijk” maar zei het ook jammer te vinden dat de brief geen “zeer nauwkeurige” details bevatte. De brief bevat bij voorbeeld geen bijzonderheden over de manier waarop gevangenen zouden kunnen worden uitgewisseld.

De diplomatieke activiteit in Genève is na de overbrenging van de brief in een hectisch stadium beland. Perez de Cuellar heeft in zijn hotel even buiten Genève gisteren een ontmoeting van een uur gehad met een topadviseur van de Israelische minister van defensie, Moshe Arens. Het was Uri Lubrani, een Libanon-specialist.