Somber gestemde PLO hoopt op wonder

TUNIS, 12 AUG. Nu een vredesconferentie over het Midden-Oosten niet meer lijkt tegen te houden, maken in Tunis de Palestijnse leiders de weinig florissante balans op. Zelden in haar meer dan 30-jarig bestaan zag de toekomst voor de overkoepelende Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO er somberder uit.

Er moet, men geeft het op het PLO-hoofdkwartier in Tunis toe, een wonder gebeuren wil de PLO haar greep op de gebeurtenissen niet definitief verliezen. Niemand zou daar meer van overtuigd zijn dan PLO-leider Yasser Arafat, president van de een paar jaar geleden uitgeroepen tweede Palestijnse staat. Hij zou tijdens zijn recente gesprekken met Noordafrikaanse leiders om de Palestijnse zaak te bepleiten in afwachting van Bakers bezoek, zelfs in snikken zijn uitgebarsten.

Of die Palestijnse staat daarmee sneller gestalte krijgt, daarvoor moet men tot de diep gelovigen behoren. Hij lijkt eerder het lot te gaan delen van zijn snel gesmoorde voorganger, na de eerste Israelisch-Arabische oorlog in Gaza uitgeroepen door Arafats bloedverwant van moeders zijde, de roemruchte groot-mufti van Jeruzalem, Hajj Amin al-Husseini. “De Palestijnen hebben nog nooit de gelegenheid voorbij laten gaan een gelegenheid voorbij te laten gaan”, merkte de Israelische minister van defensie Moshe Arens onlangs tevreden op. Een Egyptische diplomaat in Tunis zei het wat anders: “Geen volk is zo gedurig door zijn leiders op het politiek verkeerde spoor gezet”. Zelfs de lijdzame Tunesiërs werpen hun handen in de lucht als het over hun Palestijnse gasten gaat. “Ze zitten, hoe zal ik het zeggen, bij de PLO een beetje met een besluitvaardigheidsprobleem”, zegt een Tunesische functionaris.

Dat is zowel op het Palestijnse hoofdkwartier in Tunis als bij individuele Palestijnen thuis te merken. De Palestijnse leiders spreken elkaar soms geheel tegen. “Zoals de zaken er nu voor staan blijven er voor de PLO mogelijkheden aan de besprekingen mee te doen”, verklaarde Bassam Abu Sharif vorige week in Tunis tegen de ijverig schrijvende Westerse pers. “Zoals de zaken er nu voor staan wijst de PLO de komende besprekingen af”, meldde Arafat even later tegen een even ijverig schrijvende Arabische pers. .

Gezegd moet worden dat zelfs betere politici dan de PLO erop nahoudt onder de huidige problemen zouden bezwijken. “Wat wij missen is een politiek genie op buitenlands gebied van het formaat van Talleyrand. Diens stelregel was steeds "pas trop de zèle', geen fanatieke ijverzucht bij het bedrijven van buitenlandse politiek. Wij laten ons steeds meer meesleuren door onze hartstochten. Neem de Golfoorlog. Hier op het hoofdkwartier heerste een sfeer van "vertel me snel waarheen de massa gaat, want wij worden geacht hen leiding te geven' ”, meent een Palestijn die jaren geleden via Frankrijk naar Tunis verhuisde en daar nu zuchtend de perikelen gadeslaat, waarin de PLO zich steeds weer begeeft. “De keuze voor Irak tijdens de oorlog is hier deels ingegeven door een enorm anti-Syrisch ressentiment, daterend uit de tijd dat de Syriërs Arafat uit het Libanese Tripoli verdreven. Saddam is tegen Assad, Arafat is tegen Assad, dus was Arafat voor Saddam. Het klinkt belachelijk simpel, maar zo liggen de zaken.”

Het mooi gelegen Tunis is volgens hem ook niet de juiste plaats voor de PLO. “Alle Palestijnen die naar Tunis zijn uitgeweken zeggen, zo had Palestina eruit kunnen zien. Dit dreigt ons voor altijd te worden afgenomen. Zij vechten voor wat zij zien als een verloren paradijs, voor een verleden dat nooit werkelijk heeft bestaan. En zij vergeten de toekomst. De PLO is altijd bezig de vorige verkeerde beslissing recht te praten. Zij probeert gedane zaken terug te draaien, alsof die niet zijn gebeurd. Zij geeft de aanhang geen duidelijke toekomstvisie, de PLO is als een generaal die steeds weer de vorige verloren oorlog probeert te winnen.”

Het is duidelijk dat dat niet lukt. Erger nog, voor de ogen van de Palestijnse leiders-in-ballingschap duikt het doembeeld op dat in het verleden geboden mogelijkheden die, waren zij erop ingegaan, hen een belangrijke greep op de gebeurtenissen had gegeven, hen nu als faits accomplis worden opgelegd. Het lijkt er in ieder geval sterk op dat een oplossing voor de kwestie van de Palestijnen in bezet gebied neer gaat komen op een oplossing, zoals die is neergelegd in de Camp David-akkoorden tussen Egypte, Israel en de Verenigde Staten. Die akkoorden werden toen door de PLO hartgrondig verworpen. Nog erger, het vredesoverleg tussen Israel en zijn Arabische buren zou wel eens neer kunnen komen op een uitvoering van resolutie 242 van de VN, waarin het Palestijnse probleem wordt beschouwd als een vluchtelingenprobleem en niet als een centraal in de Israelisch-Arabische controverse staande politieke kwestie. Dat zou neerkomen op een verdeling van de Palestijnen in een A-, B- en C-status. A zijn dan de Palestijnen in bezet gebied, al dan niet met Jordaanse papieren. B zijn de Palestijnen die inmiddels elders een staatsburgerschap hebben kunnen verwerven. C zijn de Palestijnen die nu al jaar en dag in de vluchtelingenkampen van bij voorbeeld Libanon of Syrië wonen of elders in de Arabische regio werken, maar daar wel een vluchtelingenstatus hebben.

Koeweit is het eerste Arabische land dat uit die mogelijke ontwikkeling zijn conclusies trok. Met honderden tegelijk worden de Palestijnen uit het olievorstendom naar Jordanië getransporteerd, niet zozeer omdat zij zich zo hartstochtelijk in de armen van Saddam Hussein wierpen, maar omdat het emiraat geen zin heeft te zijner tijd gedwongen te worden 100.000 of 200.000 statenloze Palestijnen het Koeweitse staatsburgerschap te geven. Ook de Libanezen, met hun 400.000 Palestijnse vluchtelingen, zien de bui hangen en manen hun statenloze Palestijnen aan eindelijk eens uit te kijken naar een woonplaats elders, vooral ver buiten Libanon. En of de Syriërs, in ruil voor bij voorbeeld de Golan bereid zijn de 300.000 Palestijnen in Syrië van volwaardig Syrisch staatsburgerschap te voorzien, moet maar worden afgewacht.

Het lijkt erop dat de kwestie van de staten- en rechtenloze Palestijnen in de diaspora tijdens de vredesconferentie nauwelijks aan de orde zal komen. Althans niet als het aan Israel ligt, dat helemaal de Palestijnse kwestie en zeker de PLO het liefst zo veel mogelijk buiten beschouwing laat. De PLO kan dat niet aanvaarden. Zij kan zich dan net zo goed meteen opheffen.