Rechtspleging

In het hoofdartikel "Blinde vlekken in het Parlement' (NRC Handelsblad, 26 juli) schrijft de hoofdredactie: “dezer dagen was er een typerende reactie in de pers van de afgevaardigde Korthals (VVD) toen de Rechtbank te Rotterdam wegens tijdgebrek de verdachte in een forse fraude met gestolen cheques uit voorarrest moest laten gaan”.

Hij noemde het “onaanvaardbaar dat mensen vrijkomen om de enkele reden dat de termijnen niet worden gehaald”, hoewel de Rechtbank toch weinig anders deed dan de wet toe te passen. Wat wil Korthals dan: dat mensen achter slot en grendel blijven hoewel hun termijn verstreken is?”

Dit laatste wil ik dus niet. Waar het mij om gaat is dat de overheid, die een opsporings- en vervolgingsmonopolie heeft niet in staat is te garanderen, dat binnen de wettelijke termijn een forse fraudezaak ter terechtzitting kan komen.

Zowel rechterlijke macht als Openbaar Ministerie zijn overbelast, zodat zich gevallen als de onderhavige kunnen voordoen. Het maakt de rechtspleging ongeloofwaardig, wanneer aan fraudezaken prioriteit wordt gegeven, terwijl dit in de praktijk niet kan worden waargemaakt. Vandaar ook dat de VVD-fractie voortdurend op versterking van de rechterlijke macht aandringt.