PvdA

In NRC Handelsblad van 29 juli opent Paul Scheffer de aanval op de vakbeweging, en met name op de FNV met haar "hoogmoed' die voorlopig op "lemen voeten' staat, en die misschien straks nog eens de worsteling van de PvdA naar vernieuwing naar waarde zal schatten.

Wat heeft die vernieuwing tot nog toe opgeleverd? Tientallen meningen, een aantal slechte ministers, een slecht beleid van vooral die bewindslieden. Alders verhoogt de huren onnodig met 5,5 procent, Ritzen houdt de kinderen van de lagerbetaalden buiten de deuren van middelbare scholen en universiteiten door drastische verhoging van de toegangsprijs, d'Ancona draait subsidiekranen dicht zonder inzicht of overleg en Kok stelt Ruding in de schaduw en ziet, anders dan toen hij nog vakbondsleider was, het terugdringen van het financieringstekort als hoogste goed.

Het kabinet gooit een forse knuppel in het hoenderhok met WAO-voorstellen waarin het verkiezingsprogramma van de PvdA wordt vergeten: uitkeringen van de werknemersverzekeringen behoren te zijn gerelateerd aan het laatstverdiende loon.

Er wordt, en niet alleen van werknemerskant, geprotesteerd, het middenkader van de PvdA ziet de bui hangen en protesteert mee. Maar de bovenbazen zijn met vakantie en vinden dat men maar even met de discussie moet wachten.

Socialisme betekent volgens Camus dat men op de grond slaapt totdat zijn broeder een bed heeft. De bovenbazen hebben al bedden, goed opgeschud. Daarin “vechten zij schuldbewust tegen de schaduwen van hun verleden”, zoals Scheffer schrijft. Hij schampert over "verworven rechten'. Dat zijn wel bevochten rechten, daar is loonruimte voor ingeleverd door mensen die, komend uit crisis- en oorlogsjaren, nog bijna twintig jaar zich beperkingen hebben opgelegd om Nederland weer op te bouwen. Die mensen weten, waar zij bescherming kunnen vinden. Niet bij de PvdA, maar bij de vakbeweging.