INTELLIGENTE ZAKENMAN IN HET VELD

De slome Damaschin kan als spits gerust een noodaankoop van Feyenoord worden genoemd. Dat is Peter Bosz zeker niet. Hij werd gericht aangeschaft als een leidinggevende middenvelder. De uit Frankrijk teruggekeerde Bosz werd gisteravond uitgeroepen tot beste Feyenoorder van het Rotterdam-toernooi waarbij de thuisclub na een 2-0 zege op KV Mechelen achter Dinamo Boekarest op de tweede plaats eindigde.

Peter Bosz gaat door voor "een bijdehante voetballer', een type-Jan Wouters. Die spelers zijn schaars in Nederland. “Ik ben ook aangetrokken wegens mijn praten in het veld”, weet de 27-jarige Bosz, “Feyenoord zocht een verdedigende middenvelder, maar wel een die ook op anderen kan inpraten. Er werd, heeft men mij verteld, afgelopen seizoen te weinig gecoached.” Bosz was na afloop van de wedstrijd tegen Mechelen in ieder geval nog niet schor. “Ik heb al veel gepraat, maar dat moet nog veel meer gaan gebeuren.”

Ook buiten het veld is Bosz een buitenbeentje in het voetbal. Hij blijkt intelligent genoeg om zijn eigen zaken te behartigen. De donkere middenvelder was amper 21 jaar oud toen hij zichzelf voor 25.000 gulden bij Vitesse vrijkocht. Bosz zamelde het geld bij familie en vrienden in. Tot langlopende schulden kwam het echter niet omdat RKC bereid bleek het bedrag op tafel te leggen.

Voor die transactie was Bosz al uit vrije wil voor een seizoen naar de amateurs teruggekeerd. Hij speelde in de derde klasse bij AGOVV uit Apeldoorn. Bosz wilde op die manier voorkomen dat Vitesse een transferbedrag voor hem zou kunnen vragen. Volgens de reglementen vervalt dat recht na twee seizoenen. Maar na één jaar ging Bosz met vertegenwoordigers van de Arnhemse club om de tafel zitten om na "keihard onderhandelen' tot een compromis te komen. “Ze wilden eerst 50.000 gulden van me hebben, maar ik heb toen m'n poot stijf gehouden.”

Bosz zegt niet principeel tegen het handelen in voetballers te zijn. “Ik vind alleen niet dat de transfersom die voor een speler wordt gevraagd zijn overgang naar een andere club moet kunnen belemmeren. Vitesse vroeg destijds 160.000 gulden voor me. Zo'n bedrag schrikt al meteen veel clubs af.” Hij nam met zijn handelwijze een voorbeeld aan zijn zijn oud-plaatsgenoot en ex-voetballer Peter Ressel. “Die kon gaan en staan waar hij wilde.” Voor een bedongen fooi van 25.000 gulden kocht Toulon Bosz in 1988 van RKC. En in de verbintenis met de Franse club liet Bosz weer opnemen dat hij na drie of vier seizoenen voor 150.000 francs, ongeveer 500.000 gulden, mocht vertrekken.

In Frankrijk is een voetballer na de beëindiging van zijn contract transfervrij. De spelersvakbond VVCS zou een dergelijk systeem ook in Nederland willen hebben. Bosz heeft echter geconstateerd dat er ook grote nadelen aan kleven. Alle Franse clubs werken met langlopende verbintenissen om zodoende geruime tijd de rechten op de speler te behouden. “En ze proberen je of voortijdig te verkopen zodat ze wel geld voor je kunnen vangen of ze willen al snel je contract verlengen”, aldus Bosz die zelf ook voor vijf jaar moest tekenen bij Toulon.

Bosz spreekt van "geweldige prijsopdrijving' in Frankrik. “Die is voor de spelers natuurlijk niet slecht.” Een middelmatige speler verdient in de Franse competitie al snel zo'n 300.000 gulden per jaar. Bosz vertelt over Kembouaré, een talentvolle verdediger, die door Toulon puur om winst te maken werd aangetrokken. Hij kostte de club uit de Zuidfranse havenstad een paar duizend gulden en werd als koploper in de diverse spelersklassementen een half jaar later voor 3,5 miljoen gulden aan Paris Saint Germain verkocht. “Zowel club als speler werd er beter op. Gericht aankopen is er in Frankrijk niet bij. Clubs kijken niet voor welke posities ze spelers nodig hebben, welnee.” Toulon trok in het eerste jaar van Bosz dertien nieuwe voetballers aan en in het tweede vijftien. “Neem Olympique Marseille. Dat haalt de finale van het Europa-Cuptoernooi, maar Tapie heeft toch een half nieuw elftal gekocht.”

De blinde koopdrift van de clubs heeft er voor gezorgd dat het Franse voetbal diep in de schulden zit. In het totaal staan de verenigingen in de hoogste profliga voor 400 miljoen gulden rood. De ellende bleef ook Toulon niet bespaard. Op 13 oktober van het afgelopen jaar deed de Franse FIOD een inval bij de club. Acht personeelsleden werden meegenomen en technisch directeur én manager Rolland Courbis (Bosz: “Een gigantische persoonlijkheid. Een soort Cruijff op zijn eigen manier”) en administrateur Goiras zaten op beschuldiging van het plegen van belastingfraude uiteindelijk honderd dagen vast in Marseille.

Het waren, herinnert Bosz zich, chaotische dagen in Toulon waar geen geld én geen leiding meer was. Met veel kunst- en vliegwerk hielden de spelers en assistent-trainer Onnis het hoofd boven water en wisten de degradatie te ontlopen. Bosz spreekt achteraf van "een waanzinnige periode'. “Interessant om mee te maken.” Toulon mocht wegens zijn schuld van twintig miljoen gulden voor dit seizoen geen nieuwe spelers aantrekken. Bosz was door de clausule in zijn contract de enige die mocht vertrekken. Hij mag er blij mee zijn. Toulon staat na vijf wedstrijden in de competitie stijf onderaan, puntloos.

Bosz doet zijn onderhandelingen altijd alleen. Zo voelt hij zich het prettigst. “Ik kom misschien als een hele rustige jongen over, maar bij zo'n contractbespreking moet je gewoon één keer heel duidelijk zijn. Dat en dat wil ik hebben.” Na zijn eerste gesprek met penningmeester Van den Herik en technisch directeur Jansen van Feyenoord bedankte Bosz keurig voor de belangstelling, maar hij accepteerde het aanbod niet. Later kwam de middenvelder alsnog rond met de Rotterdammers toen Van den Herik hem vanaf diens jacht in Frankrijk belde.

Bosz heeft altijd geweten wat hij wilde. Al op tienjarige leeftijd beloofde hij zijn moeder een ijskast op het moment dat hij profvoetballer zou worden. Hij nam later het niet geringe risico om met geleend geld 25.000 gulden in zichzelf te investeren. “Ik was overtuigd van mijn mogelijkheden.” Achteraf kan worden geconstateerd dat Bosz het goed heeft gedaan. Hij heeft, zegt hij, in drie Franse jaren aardig kunnen sparen, maar "binnen' is hij nog niet. “Als ik nog een jaar of vier in Frankrijk was gebleven was ik een heel eind gekomen. Ik hoefde ook niet per se weg. Maar er zijn andere dingen dan geld, de familie, spelen in de Europa Cup.”

Bij Feyenoord heeft Bosz wonderwel geen clausule over zijn transfersom in het contract laten opnemen. “Gek, hè”, reageert hij zelf. Het heeft, legt hij uit, ermee te maken dat hij Feyenoord als een grote club beschouwt en dat hij daar altijd heeft willen spelen. Bosz verwacht bovendien dat de leeftijdsgrens waarboven een speler in Nederland transferrvrij is binnenkort zal worden verlaagd. “En”, bekent hij, “als compensatie deel ik bij Feyenoord mee in het bedrag dat ik bij een eventuele verkoop zal opleveren.”

Peter Bosz is eigenlijk nog een vrij onbekende speler in Nederland. Hij speelde hier dan ook nog niet eerder op het hoogste niveau. Met Vitesse (drie jaar) en RKC (drie jaar) kwam hij destijds in de eerste divisie uit. Dat zijn kwaliteiten toch werden opgemerkt bewijst het feit dat hij in zijn periode bij RKC door Rinus Michels voor de nationale selectie werd geselecteerd, in maart '88 voor de interland tegen Engeland. Hij speelde toen niet. Bosz was de eerste speler uit de eerste divisie sinds Jan Kleinjan (DFC, '67-'68) die in Oranje werd gekozen. Hij is er nuchter onder gebleven. Ook zijn uitverkiezing tot beste Feyenoorder bij het Rotterdam-toernooi doet hem naar zijn zeggen niets. De bloemen zijn leuk voor thuis, meer niet. Over drie weken wordt hij net zo makkelijk weer als een miskoop bestempeld. Dat kan met name in de Kuip heel snel gaan, weet Bosz ook.