Hoekstra kiest alleen magere meiden

Een Nederlands kampioenschap klimmen mag dan misschien klinken als zeilen in de Gobi-woestijn, de eerste nationale titelstrijd heuvel-op-fietsen leverde in elk geval spektakel, dorpsruzie en een omstreden vrouwenselectie voor het WK.

Piet Hoekstra, bondscoach bij de vrouwen, maakte na afloop bekend dat er in zijn selectie voor de mondiale wegtitelstrijd in Stuttgart geen plaats is voor Petra Grimbergen en Monique Knol, de nummers 1 en 2 van van het nationale wielerkampioenschap in Meerssen. “Ik wil alleen magere meiden die kunnen klimmen”, motiveerde Hoekstra zijn keuze. Het Nederlandse vrouwen-zestal dat in Duitsland op de weg mag rijden, zal daarom naast titelkandidate Leontien van Moorsel en de ervaren Astrid Schop uit de jonge talenten Manon de Rooy, Lenie Dijkstra, Daniëlle Overgaag en Elsbeth Vink bestaan.

Monique Knol, jarenlang gangmaakster van het Nederlandse vrouwen-wielrennen, ging ervan uit dat ze gepasseerd was omdat ze dit jaar de euvele moed had het nationale vrouwenteam te tarten. Dat deed ze door een eigen ploeg te formeren, gesponsord door Jamin. Anders dan bij de mannen doen aan internationale wielerwedstrijden bij de vrouwen geen merkenteams mee maar uitsluitend nationale ploegen, volgens Knol een achterhaalde folklore die de verdere ontwikkeling van het wielrennen bij de vrouwen alleen maar remt. Knol had het idee dat ze voor haar opstandigheid gestraft werd, mede omdat ook haar ploeggenote Monique de Bruin niet is geselecteerd.

Maar bondscoach Piet Hoekstra wuifde elke suggestie over een mogelijk "anti-Jamin-beleid' achteloos weg. Hij zei dat Knol en De Bruin "gewoon te zwaar zijn' en dat er in het internationale wielrennen geen plaats meer is "voor zware dames'. “Wat heeft het voor zin nog langer te investeren in meiden die toch niet kunnen klimmen?”

Knol en De Bruin zijn wel uitverkoren voor de 50 kilometer ploegentijdrit, samen met Ingrid Haringa en Cora Westland. “Want 50 kilometer-meiden zijn toch wat zwaardere types”, zei Hoekstra. Vorig jaar won de Nederlandse ploeg, bestaande uit Leontien van Moorsel, Monique Knol, Cora Westland en Astrid Schop op dat onderdeel de gouden medaille. Van Moorsel komt dit jaar niet uit in de tijdrit omdat Hoekstra haar voor de wegwedstrijd wil sparen. “Ik wil niet het risico lopen dat ze vijf procent onder haar kunnen blijft.”

Diezelfde Van Moorsel won gisteren met groot vertoon van macht het eerste officieuze Nederlands kampioenschap Klimmen in Geulle, een wedstrijd die als bekroning bedoeld was van een koersencyclus om de Brand Bier Klimmerstrofee. Michiel Princen, voorzitter van de organiserende stichting, had de Koninklijke Nederlandse Wieler Unie (KNWU) al in februari gevraagd een officiële titelstrijd te mogen houden. Dat voorstel was gestuit op een veto van de blauwe blazers: er waren al zoveel nationale kampioenschappen. Tegen een officieus kampioenschap bestond geen bezwaar.

Princen vond het allang best. Hij ging ervan uit dat de meeste toeschouwers de betekenis van het woord 'officieus' toch niet zouden kennen, "vergat' die toevoeging gemakshalve ook te vermelden in de wedstrijdkrant, maar schafte wel een rood-wit-blauwe “fantasie-trui” aan plus medailles, de onontbeerlijke attributen op een nationale titelstrijd. Volgens Princen had hij over het uitreiken van die versierselen tevoren duidelijke afspraken gemaakt met de KNWU. Niet duidelijk genoeg voor de wedstrijdjury, bestaande uit commissarissen van de KNWU. Dat college verbood een ceremonie met Wilhelmus en trui en medailles. “Omdat zoiets in strijd met de reglementen zou zijn”, verklaarde juryvoorzitter A. Smets.

Het resultaat was dat de huldiging uiteindelijk niet op maar achter het podium plaatsvond, buiten het parcours en dus buiten de jurisdictie van de KNWU. In plaats van het volkslied klonk een toevallige smartlap en zonder microfoon waren de prijzende woorden van voorzitter Princen alleen door de toegesproken renners te verstaan. Leontien van Moorsel en Manon de Rooy, de nummers 1 en 2, probeerden de voorzitter nog te troosten door te zeggen dat ze “het er ook niet mee eens” waren en dat ze “de medailles werkelijk prachtig vonden”. Maar Princen had er toch de pest in. Hij sprak over “kinderachtigheid”, over “kruideniersmentaliteit”. “Dat zijn nou mensen die zeggen dat ze het wielrennen hoog in het vaandel hebben.” Uiteindelijk besloot hij om het conflict niet op de spits te drijven. Want dat zou zijn nobele doel maar schaden: een officieel Nederlands kampioenschap Klimmen volgend jaar.