EDWARD TRACY; Rusteloze zwerver

De gisteren vrijgelaten Edward Tracy, nu zestig jaar oud, is een enigszins zonderlinge Amerikaan die over de hele wereld heeft gewoond, altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden om fortuin te maken.

Voor hij zich halverwege de jaren zeventig in Beiroet vestigde, waar toen juist een langdurige burgeroorlog begon, had hij er al ruim twintig jaar zwerven op zitten. “Hij joeg op geld over de hele wereld”, zei zijn moeder Doris Tracy in 1986, kort nadat haar zoon in Libanon was ontvoerd. “Soms had hij succes, soms niet.”

In de jaren vijftig diende de jonge Tracy twee jaar bij de Amerikaanse luchtmacht in Korea. In 1958 keerde hij zijn geboorteplaats Burlington voor goed de rug toe en zocht zijn heil achtereenvolgens in Frankrijk, Italië, Trinidad, de Canarische Eilanden, Egypte, Iran, Irak en Duitsland. Slechts eenmaal, in 1965, bracht hij een bezoek aan zijn moeder in Burlington. In Duitsland trouwde hij met een Duitse en opende een bierhal, die evenwel spoedig moest worden gesloten.

Vervolgens weken hij en zijn vrouw uit naar Libanon, waar ze aan de kost kwamen als verkopers van Engelstalige boeken, vooral van encyclopedieën. In Beiroet bekeerde Tracy zich tot de islam. Hij groeide uit tot een bekende figuur in de stad, die veelvuldig was te zien op caféterrassen. Hij noemde zich dichter, zei dat hij kinderliteratuur schreef en verkocht korans. Door zijn nieuwe godsdienst dacht hij immuun te zijn tegen gijzelingen.

Op grond van zijn internationale achtergrond zeiden zijn ontvoerders ervan overtuigd te zijn dat hij een spion was. Zijn vrouw Inga, van wie Tracy zich overigens na enige tijd in Libanon liet scheiden, acht dit zeer onwaarschijnlijk. In de periode dat zij hem kende, zo zegt ze, was hij zeker geen spion. Maar ze sluit niet geheel uit dat hij zich tot deze professie heeft laten verleiden door geld. “Voor geld zou hij alles doen”, meent ze.