Drugskartel

Berechting in Nederland van de leiders van het Surinaamse drugskartel acht mr. André Haakmat juridisch zeer wel haalbaar en zelfs wenselijk (NRC Handelsblad, 1 augustus).

Het verbaast dat dit standpunt publiekelijk wordt ingenomen door iemand die, zo blijkt uit het stuk, als advocaat via adviseur Herrenberg de Surinaamse legertop van advies heeft gediend over de haalbaarheid van een vordering tot rectificatie van de tegen deze legertop (en Herrenberg) in deze krant geuite beschuldigingen. Dat een advocaat de identiteit van zijn cliënten openbaart en het aan hen verstrekte advies publiceert is zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk uit den boze. Tuchtrechtelijk wegens schending van de gedragsregels voor advocaten betreffende geheimhouding en strafrechtelijk wegens overtreding van art. 272 Wetboek van Strafrecht (opzettelijke schending van een geheimhoudingsplicht, maximum 1 jaar gevangenisstraf of ƒ 25.000,- boete).

Haakmat gaat echter nog verder en reikt een pasklare methode aan om met behulp van een interregionale strijdmacht de leiders van het drugskartel in te rekenen, waarna zij in Nederland op basis van de Nederlandse Opiumwet berecht zouden kunnen worden. Mocht het zover komen dat de cliënten van Haakmat ooit op deze wijze in het Nederlandse beklaagdenbankje terechtkomen, dan zullen zij ongetwijfeld in dankbaarheid terugdenken aan het advies van hun advocaat in NRC Handelsblad.