Drie dagen Patersholfeesten in Gent; Kruisboogschieten voor de oude wijk

“Dames en heren, wij zijn hier bijeen voor het geestelijke en tijdelijke heil van allen die betrokken zijn bij de Patersholse feesten. Want in de drukte van alledag vergeten wij vaak aandacht te schenken aan God en de ander.” De driehonderd aanwezigen bij de zaterdagmis in de Gentse St. Stefanus knikken aandachtig. Dan zetten koor en orgel in met Dylans "Het antwoord, mijn vriend, is hoorbaar in de wind'.

We bevinden ons in de Gentse wijk Patershol, waarvan de 600 inwoners zich opmaken voor het jaarlijkse feest ter herdenking van haar behoud als middeleeuws stadscentrum. Een besloten feest, alleen voor de buurt.

In de avondzon vergaderen de Patershollers zich rond de Koninklijke Fanfare "Iever en eendracht'. Als ieder de ander de hand heeft geschud, zet het vaandel van "Dekenij Plotersgracht en aanpalende straten' zich op kop van de stoet en gaat het in ganzenpas naar het centrum van de wijk. In de Vrouwenbroersstraat, nauwelijks breed genoeg voor vier personen, staan we even stil bij het Caermersklooster. Een bord waarschuwt: "verboden op de werken te komen'. Fase één van de restauratie is nog in volle gang.

Op de koer van het Museum voor Volkskunde recipieert R. van Bockstaele, de deken van dekenij (buurtvereniging) Patershol, met de bewoners van zijn stadsdeel. Elk jaar van het afgelopen decennium is een jaar van “verdraagzaamheid en evolutie” geweest, al is “het gevecht tegen de verloedering” nog niet gewonnen.

De tussenstand in dit gevecht is echter genoeg reden tot het jaarlijks feest van drie dagen, een zalig nietsdoen in de dertien nauwe straten van de wijk, af en toe onderbroken door een kranslegging voor de gesneuvelden van 1914-1918, een bluesconcert, kruisboogschieten of een aperitief.

Er is immers veel terrein gewonnen op de verloedering. In de jaren vijftig, zeggen de deken en zijn vrienden, was Patershol nog “een te mijden buurt, vol marginalen”, waar de verdwaalde Gentenaar ongewild verwikkeld kon raken in “een gevecht om een vrouw”. De middeleeuwse wijk, in de schaduw van het 's Gravensteen met een vuilstort in haar midden dreigde vergeten te raken.

Het leek de stad Gent een goed idee Patershol om te bouwen tot toeristenoord of een "parking'. Door tussenkomst van Van Bockstaele en de zijnen is althans deze vloek van de moderne tijd nooit uitgesproken over Patershol en is de woonfunctie behouden. Nu, terwijl de jarenlange restauratie nog niet is voltooid, is Patershol weer een wijk waar "verdraagzaamheid' heerst. “Een plek waar mensen met liefde willen wonen”, besluit de deken. De buurtbewoners, op klapstoeltjes rond de binnenkoer, horen het bekende verhaal met plezier aan.

Voor liefhebbers van het eenvoudige leven is Patershol inderdaad een lustoord. Met dank aan de Vlaamse Executieve heeft de oudste wijk van Gent sinds 5 april de status van woonerf, wat volgens artikel 22bis der wegcode ondermeer inhoudt dat “voetgangers de ganse breedte van de weg mogen gebruiken”, en parkeren langs de weg verboden is. Zo zij dat willen mogen de Patershollenaren diezelfde weg benutten voor “spelen als petanque, kegelen, bolspel en koordtrekken”. Alles met het doel “de verloren gegane waarden en functies in ere te herstellen”.

Dit weekeinde is daar volop gelegenheid voor. De inwoners van de buurt, die met een jazzpianist, een fotograaf, een globetrotter, een zinkbewerker, twee doktoren, een advocaat en een beheerder van een immobiliënkantoor allang niet meer "marginaal' is, bewegen zich door de kluwen van straatjes. Links en rechts worden handen geschud, baby's bewonderd en praatjes uitgewisseld.

Of het gevecht tegen de nadelen van de moderne tijd definitief zal worden gewonnen, is ook voor de deken nog onduidelijk. Nu de verkrotting met succes wordt bestreden, grijpt de horeca zijn kans, op zoek naar een ambiance die kan wedijveren met de Brusselse Rue des Bouchers. Misschien is het gewenst dat ook deze moderne gruwel een halt wordt toegeroepen, mijmert Van Bockstaele, “wij staan daar niet zo happig naar”. Diezelfde horeca zorgt er echter wel voor dat de huizenprijzen stijgen, zodat deze strijd gestreden zal moeten worden met horeca èn bewoners. “Maar komaan, heeft u tijd voor een druppeltje?”