CORRIE HARTONG 1905-1991; Erudiete danspionier

In een Rotterdams ziekenhuis overleed vrijdagochtend in haar 86ste levensjaar een vrouw die op een indrukwekkende en volstrekt unieke wijze heeft bijgedragen tot de groei en bloei van de Nederlandse danskunst. Voor de huidige doorsnee bezoeker van dansvoorstellingen zal haar naam, Corrie Hartong, geen directe herkenning oproepen. Maar voor ieder die zich ook maar enigszins in het wel en wee van de Nederlandse dansgeschiedenis heeft verdiept, of er op de een of andere wijze daadwerkelijk bij betrokken is (geweest), is zij een vrouw waar je door haar uitstralende liefde voor, geloof in en kennis van de dans eenvoudig niet omheen komt en ook niet wilt.

Geboren en getogen in Rotterdam was deze notarisdochter een danspionier van de eerste orde. Zeer erudiet en gezegend met een levenslustige, energieke, maar tevens ook beschouwende en onderzoekende natuur heeft Corrie Hartong vanaf het begin van haar danscarrière tot aan haar laatste levensdagen gevochten voor de erkenning van de dans als volwaardige kunstvorm. Zij deed dat niet alleen door middel van haar dansen, maar vooral door over dans als kunst te praten en te schrijven. Als docent, directrice en adviseuse van de Rotterdamse Dans Academie (van 1931 tot 1967) deed ze dat op inspirerende wijze voor haar leerlingen en docenten. Bij gemeentelijke en rijksinstellingen deed ze dat door middel van goed onderbouwde, heldere pleidooien, altijd beminnelijk, altijd met een open oog en oor voor de mening van anderen, altijd met een onverwoestbare vasthoudendheid. Corrie Hartong was initiatiefneemster tot het instellen van staatsexamens voor de danskunst om op die manier kwaliteit te waarborgen en te controleren. Ze was de voorvechter voor een gedegen danseducatie op meer dan het lichamelijke vlak. Jarenlang was ze de stimulerende en diplomatieke voorzitster van de Nederlandse Beroepsvereniging van Danskunstenaars. Tevens was ze de gedreven directrice van het voormalig Centraal Dansberaad annex documentatiecentrum. Samen met Kit Winkel ontwikkelde zij het vak dansexpressie, bedoeld om dansen binnen het regulier onderwijs te brengen. Ze hield lezingen, organiseerde cursussen en choreografische workshops.

Hoewel Corrie Hartong zich persoonlijk het meest aangetrokken voelde tot de Europese moderne dans (ze was een leerling van de legendarische Mary Wiegman) bestreek haar liefde voor de dans een veel groter gebied en was ze wezenlijk geïnteresseerd in zowel de traditionele dans als avant-gardistische uitingen daarvan. Dat maakte haar een bijzonder waardevol lid van talloze advies- en beleidscommissies. Corrie Hartong zag als een van de eersten in Nederland het belang in van een theoretische en analytische scholing en ze fungeerde dan ook als promotor en raadsvrouw voor zeer velen die zich wilden verdiepen in de wetenschappelijke, geschiedkundige, filosofische, educatieve of therapeutische kanten van het dansvak. Haar visie en ervaringen heeft ze op schrift gesteld in Danskunst (1948), dat enkele jaren geleden opnieuw is uitgegeven, in Over Dans Gesproken (1982) en in een boekje voor kinderen: Mijn Balletboek (1959). Ze publiceerde eveneens een gedichtenbundel en werkte aan een tweede. Corrie Hartong was een van de groten. Het is nog niet te bevatten dat we haar wijsheid, optimisme en capaciteit om in alles het positieve te vinden en te benadrukken zullen moeten missen.