Britse beeldhouwer: "Redt Rembrandt van de experts'

ROTTERDAM, 9 AUG. “Ach, je moet het zien als een soort anti-abortuscampagne. Meer wil ik er niet over zeggen.” Zo reageert prof. J. Bruyn, lid van het Rembrandt Research Project op de campagne Save Rembrandt from the experts (Redt Rembrandt van de experts) die de in Siena woonachtige Britse beeldhouwer Nigel Konstam is begonnen. Konstam verzet zich al jaren fel tegen het feit dat kunsthistorici steeds minder kunstwerken toeschrijven aan Rembrandt.

Op de grote Rembrandt-tentoonstelling die in december in het Rijksmuseum in Amsterdam te zien is, worden 51 werken die door het Rembrandt Research Project met zekerheid aan de meester zijn toegeschreven getoond. Deze expositie, die ook in Berlijn en Londen te zien zal zijn, is door Konstam aangegrepen om zijn theorieën, "die door een grote hoeveelheid Rembrandt-liefhebbers en kunstenaars wel, maar door experts niet geaccepteerd worden' bekender te maken.

Hij heeft daartoe een Engelstalige krant, The Save Rembrandt Campaigner, verspreid, waarin hij zijn visie uitvoerig uiteenzet, oproept tot protestacties tegen het Rembrandt Research Project ("They must be stopped NOW!') en biedt zijn onuitgegeven studie (zes boekdelen) ter publicatie aan.

In de laatste zeventig jaar, stelt Konstam, is het aantal schilderijen toegeschreven aan Rembrandt van 998 naar minder dan 300 gedaald. En de grote aanstichters van deze "Haal de Bezem Door Rembrandt Beweging' zoals Konstam het Rembrandt Research Project noemt, zijn met hun onderzoekingen nog maar tot 1642 gevorderd. Er zullen dus nog meer werken van Rembrandt (1606-1669) "sneuvelen'. 'Het publiek moet de verdere vernietiging van Rembrandt stoppen', schrijft Konstam, die betoogt dat de uitgangspunten van de experts niet deugen. Ze benaderen de meester veel te negatief, en staan niet open voor nieuwe gezichtspunten, vindt hij.

Konstam heeft zelf namelijk "een ontdekking over Rembrandts werkwijze' gedaan, die er toe zou kunnen leiden dat er juist meer werken aan Rembrandt toegeschreven zouden kunnen worden. Rembrandt ontleende bij voorbeeld de Bijbelse voorstellingen in zijn schetsen en schilderijen niet aan zijn fantasie, zoals kunsthistorici aannemen, maar, stelt Konstam, hij vormde in zijn atelier tableaux vivants die hij naschilderde. Hij groepeerde mensen voor grote spiegels en tekende die na. Met kleine kleipoppetjes voor spiegels, gemodelleerd naar Rembrandt-schetsen probeert Konstam geleerden van zijn gelijk te overtuigen. Dat ten tijde van Rembrandt nog geen grote spiegels bestonden, vindt hij geen bezwaar. Rembrandt kan ze hebben samengesteld van kleine stukjes spiegelglas of van stukjes glimmend metaal, zoals koper. Op basis van deze theorie over de werkwijze van Rembrandt zouden, door de overeenkomst van motieven, veel meer werken dan nu het geval is, toegeschreven kunnen worden aan Rembrandt. Op kwaliteitsverschillen, stelt Konstam, moet veel minder gelet worden, want de meester had natuurlijk niet een constant niveau. Of Konstam ten tijde van de Rembrandt-expositie ook in Nederland lezingen over zijn theorieën zal geven, kon zijn secretaresse in Siena nog niet zeggen.