Andrew Lloyd Webber, koning van de moderne musical; Verlegen en schatrijk

Andrew Lloyd Webber, schrijver van de grootste musicalhits van dit moment, heeft 30 procent van de aandelen van zijn bedrijf verkocht aan de Philips-dochter Polygram. Het bedrijf is nu dus deels in Nederlandse handen. Zelf is de componist van musicals als Jesus Christ Superstar en Evita intensief bij zulke onderhandelingen betrokken. Maar hij praat daar liever niet over: “Ik maak muziek, ik heb geen verstand van geld.”

Hoe groot zou zijn vermogen zijn? Ook deze week liepen de schattingen weer uiteen. Andrew Lloyd Webber heeft zelf nooit antwoord op die vraag gegeven - meestal speelt hij de vermoorde onschuld, de kunstenaar die het liefst opgaat in zijn muziek en voorwendt de omvang van zijn bankrekening niet te kennen. “Ik maak muziek, ik heb geen verstand van geld”, zei hij meer dan eens. Is het 300 miljoen gulden, zoals één bron aangaf, of is het al 500 miljoen zoals een andere expert meende te weten? Er komt in elk geval jaarlijks tussen de 15 en 25 miljoen bij, daarover lijken de deskundigen het eens.

Met de exploitatie van zijn musicals gaat het nog altijd voortreffelijk. Dit voorjaar liep Lloyd Webber weliswaar een klein deukje in zijn reputatie op, toen zijn meest recente produktie, Aspects of love, op Broadway flopte en na enkele weken van het repertoire werd genomen. Maar daar, in de beroemdste theaterwijk van de wereld, worden nog onverminderd elke avond Cats en The phantom of the opera opgevoerd. En in Londen, zijn thuismarkt, kan men dagelijks kiezen uit vijf van zijn shows: Starlight Express, Cats, Aspects of love, The phantom of the opera en Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het snel bergafwaarts zal gaan met de 43-jarige miljonair. Integendeel, al zou hij geen noot meer componeren, zijn bestaande musicals zullen hem jaarlijks vele miljoenen blijven opleveren.

Echte armoede heeft Andrew Lloyd Webber nooit gekend. Zijn vader was muziekleraar en een verdienstelijk organist, zijn moeder gaf pianolessen. Het inkomen was voldoende om hun beide zonen een goede schoolopleiding te geven. Thuis, in een Victoriaanse wijk van Londen, groeiden Andrew en zijn jongere broer Julian op met muziek. Julian, nu een gevierd cellist, beschreef de ouderlijke woning in zijn autobiografie als een huis “waar het onthutsende, oorverdovende volume van de muziek het grootste deel van de dag en de nacht uit elke kamer leek te komen. Het elektrische orgel van mijn vader, de piano van mijn moeder, de luid spelende televisie van mijn grootmoeder (ze was doof), het verbazingwekkende spel van mijn broer op de piano en de waldhoorn en mijn eigen gekras op de cello en getoeter op de trompet deden het kanon en het mortiervuur van de Ouverture 1812 verbleken.”

Op zijn elfde gaf Andrew, die er op foto's uit die tijd uitziet als een ernstige en gehoorzame jongen, blijk van een ander interessegebied dat zijn belangstelling voor de muziek bijna had verdrongen. Op de schrijfmachine van zijn vader typte hij een studieus manuscript over de deplorabele staat van de architectonische monumenten in en rondom Londen. Twee jaar later schreef hij zelfs een brief aan het ministerie van openbare werken, waarin hij zijn zorg daarover tot uiting bracht. Maar in diezelfde tijd mocht hij vaak met zijn excentrieke tante Viola, een voormalig actrice, mee naar het theater of de bioscoop. De musicals die hij zag, deden bij hem “een onblusbare liefde voor het theater” ontbranden.

“Mijn moeder had hooggespannen verwachtingen van Julian en mij”, zei Andrew in een tv-interview. Aanvankelijk stelde hij haar teleur; hij werd, wegens zijn belangstelling voor monumenten, naar Oxford gestuurd om geschiedenis te studeren, maar kwam niet verder dan één kwartaal. Zijn besluit stond nu vast: hij moest en zou muziek voor het theater maken. Hij ging weer thuis wonen en raakte in contact met de al even ambitieuze Tim Rice, die songteksten kon schrijven.

Een kennis van vader Lloyd Webber vroeg of ze misschien een cantate wilden schrijven voor de jaarlijkse uitvoering van een muziekschool in de buurt. Dat werd, geheel in de stijl van de late jaren zestig, een hippie-achtig verhaal uit de bijbel: Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat. Een bevriend criticus schreef een juichende kritiek in de Sunday Times, die ertoe leidde dat Joseph op de plaat kwam en daarna een professionele uitvoering kreeg in één van de Londense theaters. Sinds dit voorjaar wordt die debuutshow in Londen opnieuw met groot succes opgevoerd, nu met het tiener-idool Jason Donovan in de hoofdrol.

Hun tweede produktie, het eveneens bijbels geïnspireerde Jesus Christ Superstar, vormde in 1969 de definitieve doorbraak. En toen ze vervolgens met Evita bewezen dat elk onderwerp in principe bruikbaar is voor een musical, leek het duo een gouden toekomst tegemoet te gaan. “Het waren twee zeer ambitieuze baasjes”, zegt Albert van der Kroft, destijds werkzaam bij de platenmaatschappij die de soundtrack van Jesus Christ Superstar op de Nederlandse markt bracht. “Ze wisten precies hoe ze hun produkten verkocht wilden hebben en hielden alle touwtjes in handen.”

Tegelijk met het succes ontstonden echter de eerste wrijvingen. Lloyd Webber groeide steeds meer uit tot de enige kapitein op het schip - hij wenste totale zeggenschap over elk aspect van zijn shows. Hij wilde niet alleen zelf de onderwerpen verzinnen en de muziek schrijven, maar ook eigenhandig de medewerkers uitkiezen om er naar zijn smaak een theatervorm aan te geven. Hij trekt nu per musical een nieuwe, beginnende tekstschrijver aan die makkelijk kan worden vervangen als het resultaat de componist niet bevalt.

Vooral op Broadway heeft men gemerkt hoe ver zijn macht thans reikt. Toen daar begin 1988 de Amerikaanse versie van The phantom of the opera in produktie werd genomen, eiste hij dat de vrouwelijke hoofdrol gezongen zou worden door Sarah Brightman, die hij had leren kennen toen ze in Cats één van de katjes speelde. Hij was intussen gescheiden van zijn eerste vrouw, een jeugdvriendinnetje, en met zijn nieuwste ontdekking getrouwd. De Amerikaanse acteursvakbond weigerde toestemming te geven voor het optreden van Sarah Brightman, omdat de rol zonder problemen door een Amerikaanse kon worden overgenomen. “Dan gaat Phantom hier niet door”, sprak Lloyd Webber. Hetmachtswoord leidde tot een compromis: zijn vrouw kreeg toestemming voor zes maanden. Inmiddels zijn ze alweer gescheiden, hij begon dit voorjaar aan zijn derde huwelijk - nu met een dame van wie alleen bekend is dat ze er paarden op nahoudt.

Lloyd Webber leidde ook de uitbouw van zijn persoonlijk imperium tot de Really Useful Group, die zijn musicals exploiteert en twee Londense theaters bezit. Zijn goede contacten met het Britse vorstenhuis (hij produceerde een videoclip die prinses Diana als verjaarscadeau aan prins Charles schonk) leidden ertoe dat prins Edward enige tijd bij het bedrijf in dienst was. Zelf had hij de supervisie toen Really Useful in 1986 naar de beurs ging en zelf besloot hij vorig jaar alle aandelen terug te kopen, toen hij niet tevreden was met de zakelijke beslissingen die in zijn naam werden genomen. Hij stelde een accountant aan als algemeen directeur en stemde vorige week in met de verkoop van dertig procent van de aandelen aan Polygram, dochter van Philips. Dat leverde het bedrijf ruim 250 miljoen gulden op, waarvan een onbekend deel aan het privé-vermogen van Lloyd Webber kan worden toegevoegd. De dure paardenhobby van zijn nieuwe vrouw vormde volgens de Financial Times een extra stimulans voor die profijtelijke transactie.

Nu de onderneming deels in Nederlandse handen is, verwacht Albert van der Kroft, directeur van de Philips-dochter Polydor, dat het iets eenvoudiger zal worden bij platen van Lloyd Webber-produkties aanpassingen aan de Nederlandse markt af te dwingen: “Het lag altijd heel moeilijk om een verpakking te veranderen of een afwijkende verkoop-actie te voeren. Er zijn heel stringente regels. Andrew houdt er niet van als één land op eigen houtje dingen gaat veranderen. Er was nooit zoveel begrip voor als je zei dat Nederland geen uitgesproken musical-land is en dat zijn platen hier nog niet als verse broodjes over de toonbank gaan. Misschien krijgen we nu iets meer ruimte voor speciale acties.”

Ook directeur Jan Corduwener van Philips' tweede platenmaatschappij, Phonogram, heeft kennis gemaakt met de zakelijke zijde van Lloyd Webber: “Ik heb hem informeel ontmoet op de Nederlandse première van Cats, waarvan wij de plaat uitbrachten. Een heel aardige, bijzonder geïnteresseerde man, die tot in de details op de hoogte bleek te zijn van de deal die wij hadden gemaakt.” Carré-directeur Bob van der Linden kent alleen 's mans andere kant: “Ik vond hem zelfs een beetje verlegen mannetje, helemaal niet iemand aan wie je zijn status afziet. Hij logeerde in het Amstel-hotel en wandelde op zijn gemak met ons naar Carré. Nee, zonder bodyguard of zoiets. Hij had alleen een zakelijke man bij zich. Na de voorstelling is hij nog ruim een uur op het premièrefeest gebleven en hij heeft toen alleraardigst met allerlei mensen gesproken.”

Lloyd Webber - die nog altijd een blozend knapenhoofd heeft - mag zich de eigenaar noemen van een bloeiende firma, een boerderij in het lieflijke Hampshire, een appartement in de Trump Tower in New York, een villa-aan-zee aan de Zuidfranse kust en een straalvliegtuigje om naar al die oorden te kunnen vliegen zonder ergens een ticket te hoeven bestellen. Zijn enige zorg is volgens Time Magazine nog, dat hij als componist door de kritiek serieus genomen wil worden. Vaak is zijn werk meesmuilend beschreven als een potpourri van klassieke thema's. “Toneelcritici hebben niet altijd het muzikale oor om de rijkdom van mijn melodieën te horen,” heeft hij gezegd. Een ander gebied dat nog braak ligt, is de film. Al tien jaar wordt er gesproken over een verfilming van Evita, eerst met Meryl Streep (die pas door Lloyd Webber werd geaccepteerd nadat ze als zangeres auditie had gedaan) en daarna met Madonna in de hoofdrol. Het is er nog steeds niet van gekomen; de artistieke eisen van de componist zijn zo hoog, dat de filmmaatschappijen vrezen voor een astronomisch budget dat nooit meer kan worden terugverdiend. Lloyd Webber is echter geen gokker, hij weigert zelf in de financiële risico's mee te delen.