Albanezen in Bari volharden in verzet

BARI, 12 AUG. Meer dan duizend Albanese vluchtelingen in de Zuiditaliaanse havenstad Bari blijven zich verzetten tegen een gedwongen terugkeer naar Albanië. Vanmorgen zijn nauwelijks nog autobussen vertrokken van het stadion waar de vluchtelingen worden vastgehouden naar de haven en het vliegveld.

“We zullen ons met al onze kracht blijven verzetten tegen terugkeer naar Albanië”, zei vanmorgen de veertigjarige Albanese monteur Ule Sceta, die als woordvoerder van de vluchtelingen optreedt. “We verlaten Italië niet, behalve op weg naar andere Westeuropese landen zoals Frankrijk en Duitsland.” De Albanezen zouden dit gisteravond in een vergadering in het stadion hebben besloten.

De afgelopen drie dagen zijn al 11.400 Albanezen door de Italiaanse autoriteiten met boten en vliegtuigen teruggebracht naar Durrës en Tirana, zo deelde de politie van Bari vanmorgen mee. Minister van binnenlandse zaken Cotti heeft gezegd dat hij de terugkeer van de Albanezen, die vorige week op overvolle schepen naar Italië zijn overgestoken, vóór vanavond wil hebben afgerond. Ook vanuit Malta zijn Albanezen onder dwang naar hun land teruggebracht.

Bij de deportatie afgelopen weekeinde is het herhaaldelijk tot gevechten gekomen tussen de politie en de ongeveer 13.000 Albanezen. De politie gebruikte daarbij traangas en de wapenstok. De Albanese migranten bekogelden de politie met stenen. Volgens onbevestigde berichten zouden de autoriteiten de vluchtelingen hebben gesuggereerd dat zij naar Milaan en andere steden in het noorden van het land zouden worden gebracht, teneinde zo hun medewerking te krijgen.

Italië probeert vandaag een diplomatieke oplossing voor het vraagstuk van de Albanese vluch

telingen te vinden. Minister van buitenlandse zaken Gianni de Michelis zou vandaag naar Tirana vliegen om de zaak te bespreken met premier Buffi en Michelis' ambtgenoot Kapllani. De exodus van afgelopen week was al de derde binnen een jaar. Rome beschouwt de Albanezen als illegale immigranten, niet als politieke vluchtelingen.

Pag. 5:

Geen nieuws uit Tirana

Ondanks aankondigingen van het tegendeel zijn de 24.000 Albanezen die in maart Zuid-Italië overspoelden niet teruggestuurd. Berichten hierover zouden mede de oorzaak zijn van de exodus van vorige week. Deze keer wil Italië zo snel mogelijk iedereen wegsturen. Alleen Albanezen die uit het leger zijn gedeserteerd mogen blijven, aldus een woordvoerder in Rome, omdat zij bij terugkeer lange gevangenisstraffen zouden krijgen opgelegd.

Uit Albanië zijn nog geen betrouwbare berichten gekomen over hoe de teruggestuurde vluchtelingen worden ontvangen.

De Italiaanse minister Scotti heeft inmiddels zijn collega-ministers van binnenlandse zaken en justitie van de EG-landen opgeroepen bijeen te komen in het zogenomede "Trevi-overleg'.

De Duitse minister van buitenlandse zaken Genscher, wiens land op dit moment kampt met illegale immigratie uit Roemenië en Polen, heeft de oproep van Scotti ondersteund en om extra economische hulp van de EG aan Albanië gevraagd. De Europese Commissie, het uitvoerend bestuur van de EG, heeft onlangs al beslist noodhulp naar Albanië te sturen. Maar over de zending van 50.000 ton graan moet de Raad van ministers nog besluiten.

Ook paus Johannes Paulus II heeft de internationale gemeenschap gevraagd om hulp aan- en mededogen met de Albanezen.