Wie steekt bij de PvdA de brandstapel aan?

Is de PvdA over de WAO-plannen van het kabinet gestruikeld? Geen sprake van. De PvdA is over zich zelf gestruikeld. Het is nu toevallig de WAO-kwestie die de al lang sluimerende onvrede in de partij over eigenlijk alles in alle hevigheid heeft doen losbarsten, maar het had net zo goed een ander onderwerp kunnen zijn. Voor de omstreden WAO-voorstellen zal wel een modus worden gevonden. Dat geldt echter niet voor de PvdA. Daar zal het blijven doorzieken. De ene keer heftiger dan de andere, maar onophoudelijk.

PvdA. Hoeveel betekenissen zijn er de laatste jaren al niet aan die A gegeven? Partij van de Armoede, van de Angst, van de Afbraak en nu dus Partij voor de Afgrond. Het moment van zakelijk discussiëren is voorbij. Via de fax wordt er verklaard, via de media wordt er geruzied en via geroddel worden er persoonlijke verdachtmakingen rondgestrooid. De PvdA komt niet meer in vergadering bijeen, maar in staat van ontbinding. “Voortgaan langs deze weg biedt geen toekomst”, schreef de commissie-Van Kemenade vorige maand in haar rapport over de cultuur en organisatie van de PvdA. De aanbevelingen waren een poging het tij alsnog te keren. Maar het lijkt wel of de rest van de PvdA, enkele leden van de commissie-Van Kemenade incluis, de partij al heeft opgegeven. Zij hebben zich kennelijk neergelegd bij de conclusie die het PvdA-Tweede Kamerlid Jurgens (ex-KVP, ex-PPR) maanden geleden al trok: “Ik denk dat voor de PvdA in haar huidige vorm het einde in zicht is”. En, zoals dat gaat bij een afgesloten hoofdstuk, is de "historikerstreit' in de PvdA reeds begonnen.

Onder de titel "Een anatomische les' kwam Vrij Nederland de week dat Wim Kok zich in het kabinet over het "WAO-dossier' boog, met een onthutsende reeks interviews met vooral oud gedienden. "Dansen op het graf van Joop den Uyl' was wellicht een betere titel geweest. Socialisten als Meijer, Van Kemenade, Peper en Van Dam spraken over nu, maar vooral ook over vroeger. Ze hadden het allemaal wel zien aankomen, maar niet altijd gezegd. “Ik kan een paar momenten aanwijzen waarop ik iets anders had moeten doen dan ik gedaan heb” (Wim Meijer). “Er was ook sprake van een vader en zoon complex. Joop had ons gemaakt. Hij had ons kabinet geleid. Hij was de onbetwiste nummer één. We zagen wel dat het niet de goede kant op ging. Maar niemand van ons peinsde erover hem opzij te schuiven” (Van Kemenade). “Ik heb gedaan wat ik kon. Maar medestanders waren er niet. Helemaal geen. Dat is de reden waarom ik Den Haag heb verlaten. Ik had het gevoel dat de politiek niet meer bij de samenleving aansloot” (Van Dam).

Wat jammer dat zovelen die het volgens eigen zeggen de verkeerde kant op zagen gaan, op het laatste moment telkens weer uit loyaliteit hun bezorgdheid niet openbaarden. Buiten het georganiseerde partijverband waren ze altijd wel te vinden: de Kamerleden, de partijbestuursleden, de coryfeeën, die vonden dat het "eigenlijk' anders moest. Hoe genuanceerd dachten vele PvdA-ers niet in de wandelgangen over het kruisrakettenstandpunt van hun partij (“Maar quote me niet hoor!”). Wat jammer toch dat het gelijk van toen pas nu vanuit het pluche in gemeente- en provinciehuizen wordt gehaald en niet is bevochten op de plaats waar het kon. Verklaart dat misschien de frustraties bij de achterban?

De sfeer in de PvdA is er één van rekeningen vereffenen, straten schoonvegen en waar dat kan nog een trap nageven. Bart Tromp (hoe lang is die man geen partijbestuurslid geweest) wil in een boekbespreking over de geschiedenis van de PvdA in de jaren 1966-'77 wel even kwijt dat de beruchte motie Reckman uit 1977 op hem al direct “een belachelijke indruk” maakte. Bram Peper rekent deze week in Vrij Nederland achtereenvolgens af met Herman Wigbold die de Rotterdamse burgemeester aan zijn verleden had herinnerd (die zit “wat voor zich uit te liegen”, aldus Peper) en de partijgenoten Nagel en De Visser. “Het zijn deze lieden - nooit betrapt op enig idee (behalve de heiligverklaring van de Berlijnse Muur door Jan Nagel) - die de PvdA in de versukkeling hebben gebracht.” En voor de mensen die de partij nog geen vaarwel hebben gezegd, had Marcel van Dam - ooit genoemd als opvolger van Den Uyl - in het al eerder aangehaalde Vrij Nederland-artikel nog een "warm' woord: “De PvdA doet me denken aan een stofzuiger die alleen trutten aantrekt. Van die types die vroeger stewardess bij Aeroflot waren: met van die dikke achterwerken en vies piekhaar”.

Aan de andere kant zijn er mensen in de vakbeweging zoals FNV-beleidsmedewerker Inja - hij werkte nog onder Kok - die constateren dat de “de vakbondsvleugel van de PvdA is afgerukt” en dat het voor de vakbeweging levensgevaarlijk is met zo'n partij en haar “ijzige imago” te worden geassocieerd. Is het gek dat in een dergelijk klimaat ook anderen in de PvdA gaan straatvechten? Leiding is er niet, dus wie nu niet meedoet kan het verder vergeten.

Zodoende is er in de PvdA de afgelopen weken een ware kakofonie aan opvattingen over de WAO-plannen van het kabinet ontstaan. Bij een enkeling stond de inhoud voorop maar bij de meesten leek de reactie vooral gevoed door een algeheel gebrek aan vertrouwen. Tekenend was de roep om een extra partijraad over de WAO-plannen op 24 augustus. De Tweede Kamerfractie van de partij kon immers niet snel genoeg weten hoe er over de voorstellen diende te worden gedacht, aldus de opstandige gewesten. Hoe langer een extra vergadering uitbleef, hoe meer onderhandelingsruimte de fractie zich zou kunnen toeëigenen, was de angst.

In een poging de zaak nog enigszins onder controle te houden heeft het partijbestuur besloten aan de druk uit de partij toe te geven, maar de fractie krijgt wel de tijd eerst zelf met een standpunt te komen. Met andere woorden: wel een partijraad maar niet al op 24 augustus. Alsof de fractie nog ruimte heeft voor een afgewogen standpunt. Naarmate het in Den Haag langer stil bleef, verhardde het nee zich in de rest van het land. Het gewest Utrecht eist al dat op het congres eind dit jaar de totale sociaal-economisch politieke lijn van de partij "fundamenteel' wordt besproken.

Maar kan een partij onder zulke verziekte omstandigheden nog wel een inhoudelijke discussie aan? Boordevol frustratie klinkt het ene "onaanvaardbaar' na het andere. Er heerst een het-maakt-allemaal-toch-niets-meer-uit stemming. In het kabinet, buiten het kabinet. Met Wim Kok, zonder Wim kok, Marjanne Sint moet weg, Marjanne Sint moet de eenheid herstellen. Roept U maar. Dagelijks gieten de partijgenoten meer benzine op de brandstapel die PvdA heet. Het wachten is nog slechts op degene die het vuur aansteekt. De kiezer of de partij zelf.