VLIEGWIEL

Beyond 2001: the Laws of Physics Revolutionised door Sandy Kidd en Ron Thompson 197 blz, Sidwick & Jackson 1990, f 60,40 ISBN 0 283 99925 X

Als we de Britse sensatiepers mogen geloven, werd op 21 november 1984 in een kleine garage in de Schotse stad Dundee wetenschappelijke geschiedenis geschreven. Op die dag slaagde de drieënvijftigjarige uitvinder Sandy Kidd erin een molen met twee roterende vliegwielen, die horizontaal op een verticale as waren geplaatst, als een primitieve helikopter te laten opstijgen. Worden hefschroefvliegtuigen gedragen door propellers, de werking van de "Kidd Machine' zou berusten op wetten die in strijd zijn met de klassieke mechanica. Dat is althans wat Kidd er zelf in zijn boek van zegt, want fysici zijn geneigd de levitatie-verschijnselen toe te schrijven aan vibratie of wrijving.

Iedere natuurkundige weet dat een om zijn as wentelend vliegwiel een vaste stand in de ruimte behoudt zolang er geen uitwendig koppel (stelsel van krachten) op de tolas wordt uitgeoefend. Gebeurt dat laatste wel, dan zal een horizontaal gehouden vliegwiel zich plotseling willen oprichten (precesseren).

Iemand die zich al heel lang interesseert voor dit verschijnsel, is professor Erik Laithwaite van Imperial College Londen. Vijftien jaar geleden gaf hij in een televisie-uitzending een jongen die op een draaiend plateau was gaan staan een loodzware staaf met een snel roterende gyroscoop in handen. Zodra het plateau begon te draaien, richtte de staaf zich rechtstandig op, alsof hij plotseling een paar kilogram lichter was geworden. Wie weet, vroeg Laithwaite zich in die uitzending hardop af, was dit ook werkelijk zo.

Op de Schotse vliegtuigmechanicus Sandy Kidd maakte het televisieprogramma grote indruk. Was het mogelijk om op basis van Laithwaite's experiment een zwevende machine te bouwen? Kidd nam de proef op de som. Op een door een elektromotor aangedreven draaimolen plaatste hij een constructie met twee vliegwielen aan weerszijden van een horizontaal geplaatste schroefas. Zodra de molen zich in beweging zette, begonnen de gyro's om hun as te draaien. Kidd hoopte dat de vliegwielen zouden precesseren en de machine mee de lucht in zouden tillen. Dat laatste gebeurde echter pas toen na jaren experimenteren de molen werd opgehangen aan een touw met een tegengewicht en de draaisnelheid werd opgevoerd. Kidd's claim komt hierop neer dat er in de richting van de opwaartse beweging geen zwaartekracht optreedt, en de machine dus "zweeft'.

Niemand, ook Kidd zelf niet, heeft een wetenschappelijke verklaring voor de gyroscopische levitatie. Op universitaire wetenschappelijke steun hoeft hij niet te rekenen. Alleen de universiteit van Dundee heeft Kidd en zijn machine heel even onderdak geboden totdat de subsidiekraan van hogerhand werd dichtgedraaid. Meer geluk had Kidd met het Australische bedrijf BWN, dat al een groot aantal Britse uitvindingen tot een commercieel succes heeft gemaakt. Evenals overigens British Aerospace vermoedt dit miljoenenconcern dat de uitvinder iets interessants op het spoor is gekomen.

Omdat er geen zekerheid bestaat over de commerciële toekomst van de Kidd Motor, treft de lezer geen tekeningen of gedetailleerde technische beschrijvingen in het boek aan. Zijn enige houvast is een testrapport van BWN, dat integraal is weergegeven. Ondanks het gebrek aan essentiële technische gegevens is Beyond 2001: the Laws of Physics Revolutionised een fascinerend boek geworden. Wat in Kidd's voordeel pleit is dat zeker vierhonderd uitvinders over de hele wereld beweren dat zij met behulp van soortgelijke machines identieke resultaten hebben bereikt. Er zijn fysici die vermoeden dat de levitatieverschijnselen uit de klassieke mechanica verklaard zouden kunnen worden. De hoogleraar Stephen Salter van de Universiteit van Edinburgh verwijst in dit verband naar Lord Rayleigh, die op het spoor van argon en andere inerte gassen kwam toen hij probeerde het verschil in dichtheid te verklaren tussen stikstof uit de lucht en stikstof bereid uit chemische verbindingen.

Het uiteindelijke streven van NASA en van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA is de vestiging van een netwerk van onbemande observatoria op Mars (het project van ESA heet Marsnet, dat van NASA heet MESUR). De laboratoriummodules voor wetenschappelijk onderzoek kunnen met behulp van ballonnen of penetratoren op het Mars-oppervlak worden geplaatst. In de toekomst worden deze observatoria tot bemanningsverblijven uitgebouwd.