Topman Maljers verwacht dat dieptepunt in VS nu achter de rug is; Ook Unilever voelt iets van recessie

ROTTERDAM, 10 AUG. Zoals alles is ook bestendigheid tegen recessie maar relatief. Het wasmiddelen- en voedingsconcern Unilever heeft minder te lijden van de recessie in de Angelsaksische wereld dan bedrijven als Fokker, Daf of KLM, maar ook Unilever merkt dat de consument bij zijn bestedingen wat voorzichtiger wordt.

Ging vorig jaar de nettowinst van Unilever - exclusief valutaire invloeden - nog met 11 procent omhoog, in het tweede kwartaal van dit jaar was de winststijging nog maar 1 procent en voor dit hele jaar, houdt voorzitter F. Maljers het bij de prognose van een reslutaat tenminste gelijk aan de 3,6 miljard die vorig jaar werd verdiend. Maar bij dat resultaat wordt Unilever dan geholpen door een daling van de rente en de financieringslasten, zodat het concern voor het echte werk, het operationale resultaat misschien zelfs wel op een daling uit zou kunnen komen.

Maar dat kan ook meevallen. Maljers zegt het gevoel te hebben dat op de Amerikaanse markt het ergste achter de rug is. Hij geeft toe dat Unilever misschien wat minder recessionproof is dan tien jaar geleden. Het concern maakt nu meer proukten die qua prijs en toegevoegde waarde aan de bovenkant van de markt zitten. In een recessie eet de consument niet minder margarine, maar koopt hij of zij wel minder van de duurste diepvriesmaaltijden. En in de cosmetica, waar Unilever het dit jaar in de VS het moeilijkst had, verkoopt Unilever nu meer dan alleen maar de shampoo en tandpaste van vroeger.

Die stap naar de hogere toegevoegde waarde geeft het concern anderzijds natuurlijk extra kracht. Hoewel door het slechte weer in de maanden mei en juni de ijsverkopen tegenvielen, werd dat gecompenseerd oor de enorme vraag naar het grote luxe Magnum-ijs. Maljers tevreden: “Terwijl de kinderen vanwege het slechte weer minder ijs kregen, kochten hun vaders en moeders wel de Magnums.”

In de Amerikaanse markt vecht Unilever in deze moeilijke tijden hard om zijn marktaandeel te behouden. Want het terugwinnen van verloren gegaan terrein kost op termijn altijd meer dan het beperken van marketinginspanningen nu bespaart. Unilever heeft die les geleerd. In de periode 1982-1984 moest het concern veel uitgeven om het eind jaren zeventig prijsgeveven marktaandeel in de wasmiddelen in de VS te heroveren.

Maar de concurrentie in de VS is hard. Vooral in de toiletartikelen en speciaal op het gebied van de huidcrème, aldus Maljers. Procter & Gamble, l'Oreal, Nivea en het Japanse Kao zoeken allemaal de Amerikaanse huid op, waar Unilevers dichter Chesebrough-Pond's zich hard moet verzetten, maar waar de modieuzere artikelen van Elisabeth Arden minder te lijden hebben.

De hele sector van de toiletarikelen, juist een groeimarkt voor Unilever, was toch al zwaar getroffen door het terugvallen van de belastingvrije verkopen in winkels op vliegvelden, vanwege de teruggang in het luchtverkeer.

Unilever is op overnamegebeid voor zijn doen dit jaar nog rustig geweest. De meest opvallende aankoop was die van een bedrijf in Polen. Concurrent Procter & Gamble kocht vrijwel tegelijk een bedrijf in Tsechoslowakije. Beide ondernemingen hadden ook graag de andere aanwinst gehad. Maljers: “Ik had ook liever gehad dat het 2-0 was dan 1-1. Maar ja, je kunt niet alles winnen.”