Strijd IM straks tussen aandeelhouders onderling

ROTTERDAM, 10 AUG. ABN Amro Bank ziet geen reden een fusie tussen Hagemeyer en Internatio-Müller (IM) aan te bevelen. Van deze conclusie van een rapport waar de bank ruim drie maanden aan heeft gewerkt stelde IM gisteren de wereld in kennis.

“Ja, natuurlijk,” zegt commissionair Van Doorn, die wel graag het management van Hagemeyer losgelaten zag op de bezittingen van IM, “een bank kan moeilijk zeggen dat het nodig is om te fuseren. Dat betekent: Je gaat failliet als je het niet doet.”

In het rapport van Nederlands grootste bank staat evenmin dat een fusie tussen Hagemeyer en IM, waar op de laatste aandeelhoudersvergadering de overgrote meerderheid van de aanwezigen wel leek te voelen, wordt afgewezen. Maar Hagemeyers topman A. Land leek in een eerste reactie opgelucht dat hij van deze last was bevrijd. Hagemeyer werkt hard - en succesvol - aan het vergroten van de winst per aandeel, over het telkens ten behoeve van overnames vergrote aandelenkapitaal en heeft ook nog flink wat in aandelen converteerbaar schuldpapier uitstaan. Nieuwe aandelen uitgeven voor en management-aandacht besteden aan het herstruktureren van IM, leek niet de taak waar Land op zat te wachten.

Het is nu een zaak tussen IM en haar 44 procent aandeelhouder First Pacific geworden. Dat First Pacific ook tweederde van de aandelen Hagemeyer heeft staat nu weer buiten de discussie. Het in Hong Kong gevestigde conglomeraat dat verbonden is aan de Indonesisch-Chinese familie Liem, heeft wat dat betreft het tij niet mee. Door de opschudding rond de Bank of Credit en Commerce International, die juist in Hong Kong grote vormen aanneemt, staat de beleggerswereld weer huiveriger dan voorheen tegenover in de Derde Wereld ontstane multinationals. Zelfs al kleden die zich in de aandelen van te Amsterdam genoteerde fondsen.

IM heeft voor zover bekend nog niet - zoals destijds Nedlloyd bij de eerste aanval van Thorstein Hagen - detectives ingeschakeld om informatie over haar belager op te wroeten. Er zijn twee gesprekken geweest met First Pacific deze week en - ook anders dan Nedlloyd - biedt IM meteen een commissarisplaats aan haar grootste aandeelhouder aan.

Bovendien belooft het bestuur van IM niet al te langzaam de dochters te verkopen die niet meer in het concern geacht worden te passen. En belooft het geen tegenvallende winstcijfers meer te melden. Beschikbare middelen alleen nog maar (rendabel) in de installatiesector en de (medicijnen)handel te investeren en de overhead van het concern te verminderen. Eigenlijk alles wat aandeelhouders willen, met als enige verschillen dat de aandelen IM beursgenoteerd blijven en het beleid uitgevoerd blijft worden door het zittende management. Niet door nieuw door de aandeelhouders aan te wijzen mensen.

Het is de vraag of First Pacific daarmee genoegen neemt. De top van dit bedrijf was gisteren alweer snel teruggevlogen. “Belangrijk is dat het vertrouwen in het succes van de nieuwe strategie bij alle stakeholders aanwezig zal zijn,” concludeert ABN Amro niet voor niets.

Heeft First Pacific dat vertrouwen, dan zal het bestuur van IM even de tijd krijgen om te laten zien dat het de waarde die de onderneming kan genereren ook echt naar boven kan krijgen. Heeft First Pacific dat vertrouwen niet, dan zal zij andere managers dan die van Hagemeyer moeten introduceren. Dat laatste lijkt wat moeilijk voor een belegger die heeft gezegd niet vijandig te willen handelen, al mag niet worden vergeten dat Land bij Hagemeyer is gekomen nadat het vertrouwen in zijn voorganger was verdwenen. Misschien heeft de ABN Amro Liem aan dat voorbeeld herinnerd en zo het bestuur van IM een laatste kans gegeven.

Duidelijk is dat het management van IM zich al richt op de grootaandeelhouder aan wie het ABN Amro rapport tevoren is getoond. De andere aandeelhouders die in mei bij monde van mr P.K.H. Meyer Swantée vroegen om een strategisch plan als alternatief voor het voorstel tot fusie met Hagemeyer, lijken vergeten. In de tijd die de ABN Amro nodig had voor haar onderzoek, is IM zelf niet met een eigen plan kunnen komen.

Van belang in de toekomst wordt de vraag in hoeverre de belangen van de grootaandeelhouder en de andere aandeelhouders parallel (blijven) lopen. Onder de bestaande regels in Nederland hoeft First Pacific geen bod uit te brengen op de rest van de aandelen. De Hongkongse firma hoeft evenmin te zeggen of ze van plan is haar belang via beursaankopen verder uit te breiden.

Nu IM in versneld tempo tal van dochterondernemingen gaat afstoten, kunnen complexe situaties ontstaan. Wie belangstelling heeft voor onderdelen van IM die al dan niet op de verkooplijst staan, zal geneigd zijn behalve met het management ook met de grootaandeelhouder te praten. Geen wonder dat het management van IM met First Pacific verder overleg voert “inzake haar positie als aandeelhouder.”