Pronk wil betere aanpak hulp Molukken; Kritiek minister op gebrek aan overleg met lokale bevolking

JAKARTA, 10 AUG. “Ik ben niet gekomen om de Indonesische overheid op de vingers te kijken, maar om Nederlandse projecten te inspecteren.” Na een achtdaagse reis door de Molukken greep minister Pronk donderdagavond het slotdiner in Jakarta aan om enkele Indonesische parlementsleden van repliek te dienen. Die hadden zich dezer dagen mopperend uitgelaten over het "zoveelste bezoek van de Nederlandse inspecteur'.

De Indonesische regering is overigens zeer ingenomen met de resultaten van het bezoek. De Nederlandse projecthulp voor de Molukken wordt binnen enkele jaren verdrievoudigd en dit past in het beleid van Jakarta om de ontwikkeling van de arme oostelijke archipel een nieuwe impuls te geven.

Pronk bleek niet onverdeeld gelukkig met de resultaten van de Nederlandse ontwikkelingsinspanningen in de Molukken. Hij sprak van gebrekkige planning en onvoldoende overleg met de plaatselijke bevolking. Met Nederlands geld zijn de laatste vijftien jaar nieuwe landingssteigers aangelegd om het gebrekkige transport in deze provincie met zijn vele eilanden te verbeteren.

Sommige daarvan moeten echter nog jarenlang wachten op een wegverbinding met dorpen in de omgeving en liggen er ongebruikt bij. Bij de aanleg van technisch hoogwaardige irrigatieprojecten zou onvoldoende zijn geluisterd naar de wensen van de boerenbevolking. In de wetenschappelijke samenwerking met de Pattimura Universiteit in Ambon, ten slotte, zouden niet de faculteiten als partner zijn gekozen die het beste aansluiten op de arbeidsmarkt.

De Nederlandse delegatie stelde echter vast dat de Molukken in aanmerking komen voor verbetering en uitbreiding van de projecthulp. Liefst 40 procent van de 1,9 miljoen Molukkers leeft onder het bestaansminimum. Pronk: “Op de eilanden Buru en Ceram leven betrekkelijk kleine tribale groepen die eigenlijk totaal vergeten zijn door de autoriteiten.” In Ambon kondigde hij aan dat het huidige jaarlijkse hulpbedrag van 10 miljoen gulden in 1994 wordt verdubbeld en vóór 1996 wordt verdrievoudigd.

Bij de keuze van nieuwe projecten zal extra aandacht worden besteed aan armoedebestrijding, de positie van vrouwen en het natuurlijke milieu. Dit in overeenstemming met de jongste beleidsnota "een wereld van verschil'.

Pronk: “De regering heeft ons gevraagd om een bijdrage te geven aan transport en communicatie, maar we kunnen geen schepen of vliegtuigen leveren en we gaan ook geen landingsbanen aanleggen. We gaan wel door met de aanleg van steigers - de zee is in deze provincie een grote barrière - maar een en ander moet beter worden gepland. Er worden nieuwe projecten opgestart ter verbetering van de landbouw en visserij, maar die moeten ten goede komen aan de plaatselijke bevolking. Plantagelandbouw en grootschalige visserij komen niet in aanmerking. Ook drinkwatervoorzieningen krijgen extra aandacht, maar daarbij moet de bereikbaarheid voor de armen voorop staan. Publieke waterpunten krijgen voorrang boven waterleidingsystemen met zoveel mogelijk huisaansluitingen. Daarmee worden niet de armen bereikt, want die kunnen dat niet betalen.”

Pronk juicht het voornemen van Jakarta toen om de economische achterstand van de oostelijke archipel te verkleinen. Hij is echter niet zo te spreken over het ontwikkelingsmodel dat de regering voor ogen staat. Die denkt vooral aan openlegging van het gebied voor grote ondernemingen, met name in de houtverwerking. Dat gaat ten koste van het tropische bos en komt volgens Pronk alleen economisch sterken buiten de regio ten goede. Hij liet zich zeer kritisch uit over het voornemen van het ministerie van bosbouw om het regenwoud op het eiland Yamdena in exploitatie te nemen.

Pronk: “Minister Harahap van bosbouw zegt dat er selectief wordt gekapt en dat alleen bomen met een grote diameter worden omgehaald. Maar om die te kunnen bereiken worden in de praktijk ook andere bomen neergelegd. Tijdens een vlucht over de eilanden heb ik op meerdere plaatsen volstrekte kaalslag geconstateerd. Minister Harahap spreekt van ontduiking van voorschriften, maar ik heb de indruk dat er ook de hand mee wordt gelicht.”

Ontduiking van milieuvoorschriften in Indonesië wordt algemeen geweten aan gebrekkig toezicht. Pronk overweegt dan ook jaarlijks 10 miljoen gulden extra uit te trekken om het ministerie van milieubeheer te helpen bij de opbouw van een inspectie-apparaat.

Tijdens zijn bezoek aan de eilanden heeft de minister een aantal gesprekken gevoerd met Molukse repatrianten. Pronk: “Daaruit heb ik de indruk gekregen dat men redelijk is geïntegreerd en dat er geen ressentiment bestaat tegenover de teruggekeerden. Wel bestaan er klachten over de uiteenlopende terugkeerregelingen die Nederland de afgelopen decennia heeft gehanteerd; dat wordt als discriminerend ervaren. Ik heb toegezegd om dit in Den Haag aan de orde te stellen, maar ik kon niet beloven dat dit met terugwerkende kracht ongedaan wordt gemaakt.”

De jongste kritiek van enkele parlementariërs over het "zoveelste bezoek van inspecteur Pronk' schrijft de minister toe aan de overgevoeligheid in Jakarta voor kritiek uit het buitenland. Pronk: “In feite is Indonesië in dit opzicht verwend. De Intergouvernementele Groep voor Indonesië heeft altijd veel geld beschikbaar gesteld en heeft daarbij te vaak kritische opmerkingen ingeslikt. Donoren zijn veel kritischer over Sri Lanka, Bangladesh en India in consortiumvergaderingen. Indonesië is wat dat betreft ontzien en is daardoor nog geen volwassen dialoogpartner.”