Lilian Gonçalves-Ho Kang You (geboren in ...

Lilian Gonçalves-Ho Kang You (geboren in Paramaribo) studeerde rechten in Leiden. Werkte sinds 1973 met haar man Kenneth Gonçalves op hun advocatenkantoor. In 1979 werd hun dochter Valérie geboren. In 1980 zetten de militairen de Suirinaamse regering af en in december 1982 werd Kenneth Gonçalves, die toen Deken van de Surinaamse Orde van Advocaten was, vermoord. Lilian Gonçalves vestigde zich als advocaat in Amsterdam en richtte in 1989 de Stichting Juridische Samenwerking Nederland-Suriname op. In Paramaribo was zij deze week aanwezig bij de opening van een juridische bibliotheek die de naam van haar echtgenoot draagt.

Woensdag 31 juli 1991

Met gemengde gevoelens stapte ik een week geleden in het vliegtuig naar Suriname. Doel van elk bezoek is de familie weer te zien, bovendien vind ik het belangrijk dat mijn nu 12-jarige dochter haar land leert kennen. Het verbaast me steeds dat zij direct na aankomst haar schoenen uitdoet en het erf oploopt alsof zij nooit is weggeweest. Als zij het heeft over ons volkslied bedoelt zij wèl het Wilhelmus. Mijn bezoek draagt ditmaal een officieel karakter: ik ga met een delegatie uit ons bestuur van de Stichting Juridische Samenwerking Nederland-Suriname een juridische bibliotheek openen. Deze bibliotheek wordt naar mijn man Kenneth Gonçalves vernoemd, die deken van de Orde van Advocaten is geweest en op 8 december 1982 te zamen met 14 anderen door het militair regime is vermoord.

Wij landen op het Johan Adolf Pengelvliegveld. Kenneth was destijds door minister-president Pengel aangetrokken om op Algemene zaken te komen werken. Het aantrekken van deze "veelbelovende talentvolle jongeman', zoals Oom Jopie dat in 1968 op de Surinaamse tv had aangekondigd, was één van de weinige resultaten geweest van vruchteloze besprekingen in Nederland. De aankondiging daarvan was daarom des te pompeuzer. Zo begon Kenneth zijn carrière na een verblijf van 14 jaar in Nederland. Hij was op 14-jarige leeftijd met een koffer, een net pak en Amy Groskamp ten Have's Hoe hoort het eigenlijk op de boot gezet naar Nederland. Zo maakte hij, gepropageerd door de minister-president, na 14 jaar als "weledelgestrenge heer' zijn rentree.

Wij worden door mijn goede vriendin, Mr. Ineke de Miranda, bestuurslid van onze zusterstichting, met een brassa verwelkomd. Zij heeft een heel programma gereed, alles is perfect voorbereid.

De hitte omarmt ons als een zware deken. De rijen voor de douane zijn lang. Er is maar één lorry beschikbaar om de bagage uit het vliegtuig te laden, dus we wachten met gezwollen voeten. Ik wil mijn dochter bellen die mij is vooruitgereisd. Er is een telefoonautomaat die werkt als je er maar een muntje in kan doen - dat niemand heeft. Ik loop naar het kantoor van de douane-ambtenaar die mij zegt: ""Ik heb geen muntjes maar als u bedoelt of u hier mag bellen, mag het''. Wij maken kennis. Hij zegt: ""Meester, bent u het? Ik ben deze week nog op uw oude kantoor geweest''. Wij omhelzen elkaar. Ik word met mijn reisgenoten in de airco-kamer uitgenodigd. Wij krijgen van mijn cliënt van jaren her glazen ijswater en Black Label-whiskey.

Ik ben weer thuis!

Donderdag

Het is zeven uur, ik zit in de ochtendzon koffie te drinken, het heerlijkste moment van de dag. Eén van mijn beste herinneringen is het achterbalkon van ons huis aan de Steenbakkerijstraat waar mijn moeder en ik 's morgens om half zeven in een schommelstoel koffie zaten te drinken. Dit beeld koester ik in de winter wanneer het donker, guur en koud is in Holland.

Ik weet al maandenlang dat ik bij de opening van de bibliotheek een toespraak zal houden. Het vlot niet erg, er is zoveel wat ik zou willen zeggen en ik weet niet hoe. Niet alleen politiek, iedere vorm van overleven is de kunst van het haalbare.

Wij hebben vanochtend een vergadering met onze Surinaamse zusterstichting. Het is niet eenvoudig om in een kleine gemeenschap een lijst van genodigden op evenwichtige wijze samen te stellen.

De verkiezingen voor de Nationale Assemblee zijn gehouden maar de oude regering is nog steeds aan de macht. Aan deze regering, die begin 1991 is aangesteld, heb ik geen boodschap.

Veel Surinaamse mannen beschouwen het huwelijk als "koorddansen' waarbij je ervan overtuigd bent dat je er eens afvalt, de meesten genieten daar ook van. Ik heb het gevoel dat al elf jaar lang hetzelfde geldt voor het leven hier, met dien verstande dat velen op geheel eigen wijze proberen in evenwicht te blijven. Vanuit Nederland is het zo gemakkelijk te (ver)oordelen.

's Avonds is de eerste lezing in het kader van de juridische samenwerking Suriname-Nederland, door Theo Bremer, de deken van de Amsterdamse Orde. Hij spreekt over de ontwikkelingen in de balie, de rechtelijke macht en het openbaar ministerie in Nederland. Het is bedoeld voor een beperkt aantal juristen. De opkomst is dan ook beperkt maar de aandacht intens. Er volgt een levendige discussie. In Suriname is de orde geen publiekrechtelijk lichaam. Ik constateer tot mijn spijt dat de oude Orde uiteen is gevallen: er zijn nu twee verenigingen. De Surinaamse balie beleeft moeilijke tijden. De sociaal-economische achteruitgang bevordert niet de eenheid noch het niveau. Het is duidelijk dat de beoogde juridische samenwerking als positief wordt ervaren, maar ik heb het gevoel dat wij een lange, moeizame weg hebben te gaan. Het gezellige kantongerechtsgebouw is tot de grond afgebrand. De rechters houden nu verspreid over de stad zitting, hun uitspraken zijn al sinds jaren niet meer gepubliceerd.

De meest interessante discussie volgt als gebruikelijk na de lezing, in de bar van de (nieuwe) Buiten Sociëteit "Het Park'. Het Park is al eeuwenlang de enige herensociëteit in Paramaribo. Vroeger lag deze Sociëteit aan de Surinamerivier aan het Onafhankelijkheidsplein. Het was een van de weinige stukken "volle' eigendom in de zin van het Nederlands B.W. Meestal is de grond allodiale eigendom of erfpacht. Het is ironisch dat juist dit stuk onaantastbaar recht thans het hoofdkwartier is van de bevelhebber. Het Park was vroeger het centrum van politieke discussies en vrouwenroddel. Vrouwen mochten er komen maar waren niet altijd welkom, dus kwamen de buitenvrouwen en vriendinnen. Politiek werd bepaald tussen 11.00 en 1.00 uur 's nachts aan de bar of onder de amandelbomen langs de Surinamerivier.

De discussie van vanavond spitst zich toe op de plaats van de balie en de magistratuur in de samenleving. Met name gaat het over de fundamentele kwestie of de Surinaamse balie collectief standpunten behoort in te nemen bij schendingen van mensenrechten. Ik denk aan Kenneth's brieven van augustus 1982.

De Surinaamse balie was na 8 december 1982 onthoofd en lamgeslagen. Het is niet onbegrijpelijk dat met deze gruwelijke gebeurtenis voor ogen en soortgelijke situaties in 1986 en 1987 een grote mate van terughoudendheid is ontstaan. Maar hoe kan of behoor je advocatuur te blijven beoefenen als om je heen het rechtsleven instort?

Vrijdag

Ik ontmoet na heel veel jaren mijn oude schoolvriend Eddy Jharap. Hij woont op een steenworp afstand van de AMS, waar wij beiden op school geweest zijn. De keus van zijn woonplaats was zeer bewust. Eddy woonde in de Santo Polder en moest dagelijks 20 km naar school fietsen en om één uur middags 20 km terug in de brandende zon. De wegen waren in de regentijd een modderpoel, in de droge tijd een woestijn.

Wij bewonderden Eddy, hij was altijd stralend en is na de AMS in korte tijd in Nederland afgestudeerd. Wij rijden naar zijn kantoor. Eddy is directeur van één van de weinige staatsbedrijven die winst maken. Dit prachtige bedrijf is zijn monument en zijn tastbare bijdrage aan de ontwikkeling van ons land.

Wij hebben elkaar na de middelbare school eigenlijk nooit meer gesproken. Eddy vertelt dat hij met belangstelling de activiteiten van onze stichting volgt en aan één van onze lezingen over werknemersparticipatie als panellid zal deelnemen. Zijn bedrijf telt 350 werknemers. Hij wilde mij zeer bewust weer ontmoeten omdat hij zich afvraagt wat mij ertoe beweegt, na zoveel traumatische ervaringen in Suriname, weer activiteiten te ondernemen. Hij raakt de laatste jaren steeds meer gefrustreerd. Het bedrijf dat hij van de grond af aan heeft opgebouwd kan niet verder expanderen zonder financiering. Het is voor een Surinaams bedrijf (zelfs een winstgevend bedrijf) bijzonder moeilijk om aan financiering te komen onder de huidige omstandigheden. Door de telefooncoup van december 1990 zijn alle besprekingen over een door de Nederlandse Staat gegarandeerde lening afgebroken. De Nederlandse ambassadeur vroeg hem hoe hij zich voelde. Hij antwoordde: Meneer de ambassadeur, u geeft mij een klap en vraagt dan of het pijn doet!

Het afgelopen jaar heeft hij zowel met Japanse als andere internationale financieringsinstellingen besprekingen gevoerd. Deze instellingen vragen steevast waarom Nederland niet meedoet. Het uitblijven van mede-financiering door Nederland heeft tot nevengevolg dat ook die andere instanties - ook als je je huiswerk heel goed hebt gemaakt - niet willen financieren. Eddy vergelijkt de Nederlandse ontwikkelingshulp met een sinaasappel die men voor je neus hangt als je dorst hebt. Tegen de tijd dat je die kan krijgen is hij verrot! Al zijn goede werknemers trekken weg bij gebrek aan perspectieven. Zo dreigt ook zijn bedrijf door stilstand te verkommeren in de algemene stagnatie.

Zaterdag

Heel vroeg 's morgens ga ik met mijn vriendin Coco uit New York naar de grote markt aan de Waterkant. Coco kan niet bij de opening aanwezig zijn maar is toch naar Suriname gekomen. Ik voel mij door iedereen zeer moreel gesteund. Ik heb het gevoel dat ik op straat en in Hotel Torarica de hele dag door iedereen wordt omhelsd. Alle mensen hebben via Radio Nederland of ANP vernomen over de opening van de bibliotheek. Zij laten mij onomwonden van hun blijdschap blijken. Op de markt worden wij bestormd door de "zwarte' handelaren. De Nederlandse gulden - die hier "Lubbers' heet - gaat voor 1 op 10, de dollar "Bush' voor 1 op 17. Coco is opgelucht als zij de rijkdom aan voedsel op de markt ziet, na alle verhalen over schaarste. Vanuit de zwarte dollar bezien is alles spotgoedkoop.

's Middags ga ik met Nette, onze hulp, boodschappen doen. Zij verdient Sƒ 400,- per maand, dat is een goed salaris. Wij kopen alleen maar groente voor drie dagen voor Sƒ 16,50. Als Nette huishuur heeft betaald heeft ze Sƒ 300,- over, waarmee ze nog alle overige uitgaven moet doen. Je redt het dus niet als alleen maar groente je ongeveer Sƒ 5,- per dag kost. Ik vraag naar Trude, onze vroegere hulp. Die werkt niet meer. Haar kinderen sturen 100 Nederlandse guldens per maand, dat is hier Sƒ 1.000,-. Dankzij "Lubbers' hoeven velen hier niet meer in het zweet des aanschijns hun brood te verdienen. Moet je dat ook als luiheid kwalificeren?

Maandag

Het is kwart over zeven, ik spring eruit. Gisteravond lag ik pas om drie uur in bed, omdat ik mijn toespraak nog moest afmaken. In de periode dat wij hier zijn heb ik mijn verhaal diverse malen aangepast. De bibliotheek wordt naar Kenneth Gonçalves vernoemd. Ik wil genuanceerd maar duidelijk overbrengen dat het niet alleen maar gaat om het schenken van boeken maar vooral om het handhaven van de democratische rechtsstaat.

Tot mijn verbazing werd de vorige week het standbeeld van de vakbondsleider Cyrill Daal onthuld op het terrein van de Moederbond. Ook hij werd op 8 december 1982 vermoord. Ik word, terwijl ik mij onder het publiek bevind, als eregast binnengehaald. Uit de toespraken leid ik af dat de tijd nog niet rijp is voor het plaatsen van het beeld op een plein. Die tijd moet wel snel komen. Ik ben plotseling ontzettend van mijn stuk als het standbeeld wordt onthuld. Ik zie Cyrill voor me op ons terras aan de Corantijnstraat. Heftige discussies over de noodzaak van een wet op de politieke partijen. De structuur van de grote partijen was en is weinig democratisch. Het verbaast mij dat het tv-journaal de plechtigheid vertoont. Behalve de heer Stekelenburg van het FNV, die de kosten van het standbeeld heeft betaald, ben ik de enige die uitgebreid genoemd wordt en in beeld komt, terwijl ik mijn bosje Fajalobbi "de vurige liefde', onze nationale bloem - neerleg bij Cyrill Daal.

De opening van de bibliotheek verloopt goed. De genodigden zijn bijna allemaal present. De waarnemend-president van het Hof van Justitie, Mr. R. F. Th. Oosterling, die tevens vice-voorzitter is van de zusterstichting, heet iedereen welkom en bedankt. Hierna houd ik een toespraak over het doel van onze samenwerking en mijn motieven. Het moeilijkste gedeelte is de herdenking van Kenneth. Het is precies negen jaar geleden dat de Orde van Advocaten in Suriname in brieven aan het militair gezag blijk heeft gegeven van haar grote verontrusting over de aantasting van de rechtszekerheid in de samenleving. Aanleiding tot de open brief van 6 augustus 1982 was de wederaanhouding door het militair gezag van personen die op bevel van de rechter-commissaris, belast met het vooronderzoek, in vrijheid waren gesteld. Door de Orde van Advocaten werd toen dringend aandacht gevraagd voor de handhaving van de rechtszekerheid. Ik citeer uit deze brief de volgende passage: ""De rechtszekerheid is één van de hoofdpijlers van een aanvaardbare samenleving. Rechtszekerheid is niet denkbaar zonder bestaan van een onafhankelijke rechterlijke macht (...) Wij zullen ons tenslotte als Balie tezamen met de zittende en staande magistratuur blijven beijveren voor de onverkorte handhaving van de integriteit van de rechtspleging in ons land''. Ik vervolg als volgt: ""Dit standpunt heeft in 1991 nog volledig haar zeggenschap behouden. Wij willen door de naam van Kenneth Gonçalves aan deze bibliotheek te verbinden doen blijken van onze voortdurende inspanning om voorwaarden te creëren ter bevordering van het behoud van de rechtsstaat en op deze wijze de nagedachtenis van Kenneth Gonçalves op gepaste wijze in ere houden.''

Theo Bremer spreekt daarna namens de Amsterdamse Orde van Advocaten en eindigt met een prachtig gedicht van Michaël Slory:

In De Wei

Zal het

een vredeslied zijn.

wit,

dat opwiekt

als een witte reiger?

Zal het

een vredeslied zijn?

Vlak voor het voorhoofd

van een paard

sprong hij op

onder de late schemering,

vlak voor het voorhoofd

van een paard.

Zal het

een vredeslied zijn

dat zich wendt

en keert

vlak voor uw hart

en uw gezicht?

Voorbij de laatste slag,

voorbij de laatste stap.

En nu voorgoed voor vriendschap.

Valerie onthult een herdenkingsbord. Het is voor haar de eerste keer dat zij zo bewust geconfronteerd wordt met de herdenking van haar vader. Wij zijn verdrietig, maar ook blij dat wij aan ons verdriet een constructieve wending hebben kunnen geven. Immers, rechtvaardigheid en gerechtigheid dat zijn wijzelf; dat de schuldigen nog niet berecht zijn mag ons niet hinderen in wat wij willen en moeten uitdragen.

Dinsdag 6 augustus 1991

Vanavond houdt Allard Voûte een lezing over werknemersparticipatie. Ik heb vier jaar lang met hem samengewerkt en hij heeft mij zeer gesteund bij mijn plannen voor de stichting. De zaal is goed bezet, er zijn ongeveer 60 mensen. Allard houdt een vurig betoog voor allerlei vormen van participatie van werknemers, ook door middel van deelname in het kapitaal van de onderneming.

Het probleem in Suriname is: er is geen kapitaal. Er volgt een interessante discussie. Een directeur van een bedrijf betoogt dat het bevorderen van aandelenbezit een beroep doet op de meest primitieve driften van de mens. Een vakbondslid vindt daarentegen werknemersparticipatie zeer zinvol. Dit ontlokt de reactie dat als werknemers kleine kapitalisten worden er voor hem als vakbondsleider geen plaats meer is. Het is erg moeilijk om in een crisissituatie te praten over het participeren in het kapitaal. Indien een bedrijf aandelen zou willen geven, prefereren de werknemers toch tantième in geld. De inflatie is zo hoog dat, ondanks loonsverhogingen, er al jarenlang sprake is van een salarisachteruitgang. Toch is er in Suriname een mooi voorbeeld van werknemersparticipatie: de meubelfabriek AMI waarvan alle aandelen door de werknemers worden gehouden. Het bedrijf is van 14 werknemers in 1988 gegroeid tot 26 nu, heeft een omzet van 1 miljoen en maakt winst. Ook bij De Surinaamsche Bank en Assuria hebben werknemers indirect aandelen. Een vakbondsman roept uit de zaal dat hij dolgraag aandelen wil en vraagt mr. Voûte hoe hij dat eventjes kan regelen.

Na afloop drinken wij een borrel op de Surinaamse en Amsterdamse Orde. De discussie aan de bar van Het Park spitst zich als gebruikelijk toe op de gemenebest-gedachte. Er gaat geen dag voorbij zonder een discussie over een hernieuwde vorm van samenwerking met Nederland. Niemand wil terug naar oude koloniale structuren, dat is ook geen onderwerp van gesprek. Kennelijk is het voor iedereen, behalve de politici, duidelijk dat het daar niet om gaat. Ik maak mij ernstige zorgen of hetgeen het Surinaamse volk ècht wil wel tot haar eigen leiders èn in Nederland doordringt. Het gaat niet alleen maar om een economische crisis, nee veel erger. Er is sprake van een vertrouwenscrisis, in elkaar, in eigen kunnen en in de oprechtheid van de Nederlandse politiek ten aanzien van Suriname.

Er is alom grote teleurstelling over de weinig coöperatieve houding van Nederland na de verkiezingen van 1987, waar de hele bevolking koos vóór democratie en tegen het militair regime. De voorwaarden voor het hervatten van de ontwikkelingssamenwerking veranderen steeds en worden stringenter. Na de coup van 1980 gaf Nederland het militair regime wèl de benefit of the doubt en 500 miljoen gulden. De democratisch gekozen regering heeft het moeten stellen met de doubts, maar zonder de benefits: de bedragen die Nederland in 1988-1990 verstrekte waren geen honorering van de gerechtvaardigde verwachtingen in Suriname.

Surinamers hunkeren naar een echte dialoog met Nederland, het is daarvoor de hoogste tijd. De rechtsstaat staat op het spel en voor het behoud daarvan is een duidelijk consistent beleid, vanuit Nederland waarbij rekening gehouden wordt met de beperkte mogelijkheden van Suriname, toch niet te veel gevraagd.