Kroatisch denken evolueerde snel richting wapenstilstand; "Onderhandelen met de Servische minderheid had al veel eerder moeten gebeuren'

ZAGREB, 10 AUG. “Dat had al veel eerder moeten gebeuren, onderhandelen met de Servische minderheid in Kroatië”. Deze terloopse opmerking van de Kroatische vice-premier Zdravko Tomac gisteren tekent de snelheid waarmee Kroatië sinds woensdagochtend is geëvolueerd van een land in oorlog, naar een land in formele wapenstilstand, met optie op onderhandelen. “Wie de legitieme vertegenwoordigers van het Servische volk in Kroatië zijn, moeten de Serviërs zelf maar uitmaken”, meent Bosiljko Misetic, minister van justitie. Hij wil zelfs niet uitsluiten dat er met Babic en Martic onderhandeld zal worden, de twee leiders van de "onafhankelijke Servische provincie Krajina' in Kroatië.

“Wij streven naar vrede, maar zonder naïef te zijn”, meent vice-premier Tomac. De versterking van het Kroatische verdedigingspotentieel gaat dan ook door, en men mag aannemen dat ook aan Servische kant niet wordt stilgezeten. Beide partijen, aldus de militaire deskundige Mladen Klemencic in het weekblad Globus, vechten immers een gecompliceerde oorlog uit op enkele met elkaar nauwelijks meer verbonden fronten.

De grote Kroatische vrees van dit moment is dat bij voortzetting van de strijd Kroatië in een aantal verspreid liggende zou worden opgedeeld. Een Servische doorbraak naar zee dreigt ter hoogte van Sibenik (tussen Zadar en Split). Ook bestaat de mogelijkheid dat niet ver ten zuidoosten van Zagreb, langs de autoweg Zagreb-Belgrado, de verbinding tussen de Kroatische hoofdstad en het front in Slavonië, in het oosten van Kroatië, zou worden verbroken.

Nu de Servische opmars echter voorshands door de wapenstilstand tot staan is gebracht, lijken deze zorgen even theoretisch. Echt rustig is het in Kroatië inmiddels allerminst. De dag van gisteren bracht onder andere een mortieraanval op Sunja, bij Zagreb, en legio zijn ook de schietpartijen en kleinere bomaanslagen. Tegelijkertijd echter heeft een van de drie voorziene, door het Joegoslavische staatspresidium in Belgrado ingestelde controlecommissies zijn werkzaamheden aangevangen aan het front in Slavonië, aan de Servisch-Kroatische grens. De eerste gang van de commissie betrof het dorpje Dalj, aan de Donau, waar vorige week een in deze oorlog nog ongekende slachting met meer dan tachtig doden heeft plaatsgehad.

De instelling van het staakt-het-vuren leek deze week aanvankelijk de verdienste van de Servische politieke leiding. De EG-trojka onder leiding van Hans van den Broek had zijn hielen nog niet gelicht, Servië er de schuld van gevend dat de instelling van een staakt-het-vuren met Westeuropese waarnemers niet was gelukt, of vanuit Belgrado werden de initiatieven ondernomen die nu tot een wapenstilstand tussen hoop en vrees hebben geleid.

Een tweede bevorderende factor was de regeringswisseling vorige week in Zagreb. Daarbij verdween een militant oorlogskabinet onder Josip Manolic, dat na maanden van militante taal mee werd weggeveegd onder de Servische offensieven, van het toneel. Internationale erkenning van de Kroatische onafhankelijkheid, beteugelen van de Servische opstand in Kroatië, verdergaande bewapening van de Kroatische Nationale Garde, geen van deze hoofdprogrammapunten van de regering Manolic kwam ook maar in de buurt van realisatie.

De nieuwe regering, onder premier Franjo Greguric, de derde al sinds de verkiezingen eind vorig jaar, slaat een veel gematigder toon aan. Het hoofddoel is, volgens de regeringsverklaring, de economische crash te vermijden die Kroatië, net als de andere republieken, deze herfst dreigt te treffen. Wat de regering daaraan kan doen, nu de economie bijna tot stilstand is gekomen en alle inkomsten uit toerisme dit jaar zijn weggevallen, blijft nog wat onduidelijk. De eerste daad was vandaag: de devaluatie van de dinar met zestig procent in Kroatië en Slovenië, niet officieel aangekondigd, maar merkbaar voor wie op de bank geld probeerde te wisselen.

De nieuwe regering, waarin ook vertegenwoordigers van andere partijen dan de nationalistische meerderheidspartij HDZ zitting hebben, stelt voorts ijverig plannen op voor economische oorlogvoering tegen Servië, bijvoorbeeld door het dichtdraaien van de oliepijplijn. Voorts liggen plannen voor een distributiestelsel voor eerste levensbehoeften klaar.

“Het is niet uitgesloten dat de wapenstilstand maar een list is van de Serviërs, en dat hierna de massale aanval wordt hervat”, meende vice-premier Zdravko Tomac gisteren bezorgd. De militaire voorbereiding is echter niet zozeer de zaak van zijn regering, maar van de "crisis-staf' van Kroatische militairen, die zich grotendeels aan democratische controle lijkt te onttrekken. Helemaal van een leien dakje gaat die organisatie niet: voor de vorige week temidden van geruchten over een staatsgreep met ziekteverlof heengezonden commandant van de Kroatische Nationale garde Martin Spegl, blijkt nog altijd geen opvolger gevonden.