Irak wilde per se kernwapen

De ontdekking in Irak van een fabriek voor de bouw van grote hoeveelheden ultracentrifuges toont aan dat het land geen middel ongebruikt liet om in het bezit te komen van verrijkt uranium of plutonium voor een kernwapen. Tevens wordt duidelijk hoe toegankelijk de kernwapentechnologie inmiddels ook voor niet-kernwapenlanden is geworden.

Heet het dat de Calutrons die eind juni werden ontdekt "door de smid om de hoek' zijn te bouwen, ultracentrifuges kunnen zo langzamerhand door elk land met een behoorlijke fietsindustrie worden geproduceerd, aldus experts in Nederland, zeker als het niet uitmaakt hoeveel de verrijking kost.

Maar volgens een woordvoerder van Urenco in Almelo, waar met meer dan honderdduizend centrifuges uranium wordt verrijkt, zal het niet eenvoudig zijn grote hoeveelheden van de benodigde kwaliteit staal voor de centrifuges in het Westen te bestellen.

Voor de centrifuges, die met extreem hoge toerentallen draaien, is een staalsoort nodig (maraging steel, een zeer sterke legering van koolstofloos ijzer met nikkel en kobalt) waarop in de meeste Westerse landen een exportembargo rust. Onbekend is hoe makkelijk de staalsoort elders te verkrijgen is. Ook de verwerking van het staal met het zogeheten vloeidraaien is technisch lastig. Met de bestelling van het zeer dure "maraging steel' verried Pakistan destijds zijn poging om ultracentrifuges te bouwen.

Als zodanig is de ultracentrifuge-techniek alweer enige tientallen jaren in gebruik. In essentie wordt voor de methode het natuurlijke uranium gezuiverd en omgezet in een verbinding (uraniumhexafluoride: "hex') die bij een milde temperatuurverhoging al in gasvorm overgaat. Als gas wordt het "hex'gecentrifugeerd waarbij, ten koste van zeer veel elektrische energie, een ruwe scheiding optreedt tussen "hex' dat uranium in de 235-vorm (de splijtbare vorm) bevat of "hex' met het niet splijtbare uranium-238.

Ultracentrifuges zijn te vinden bij de Britse, Duitse en Nederlandse vestigingen van Urenco en verder in de Sovjet-Unie en Japan. Stuk voor stuk produceren die landen de centrifuges zelf (in Nederland doet UCN dat). De ultracentrifuge-techniek is voor Irak veel aantrekkelijker dan het gebruik van de in technisch opzicht ouderwetse Calutrons die maar een zeer lage opbrengst hebben. Verrijking met hulp van gasdiffusie, zoals Frankrijk en de VS doen, vereist zulke grote installaties dat Irak die nooit geheim had kunnen houden.

De simpelste manier om splijtstof voor een kernwapen te produceren hanteerden de VS en Engeland in de jaren veertig en vijftig. Zij bouwden toen gasgekoelde grafietreactoren die natuurlijk (onverrijkt) uranium als splijtstof gebruiken. In die splijtstof ontstaat van lieverlee plutonium-239 dat er achteraf, als de splijtstof is "opgebrand', met een tamelijk eenvoudige chemische bewerking (de opwerking) uit is te isoleren. Men kan ook plutonium doen ontstaan in natuurlijk of zelfs verarmd ("depleted') uranium door dat met neutronen (bijvoorbeeld uit de kern van een onderzoeksreactor) te bestralen. Deze week werd bekend dat Irak in het verleden in Engeland grote partijen "depleted uranium' kocht.

Hoe dicht Irak nu bij een kernwapen was hangt onder meer af van de verrijkingsgraad die men wist te bereiken. Van 100 procent verrijkt uranium (dat uit zuiver uranium-235 bestaat) is maar achtkilo nodig voor een kernwapen. Maar bij 50 procent verrijking is dat al vijftig kilo, bij 20 procent zelfs 250 kilo. (Bij plutonium liggen de gewichtshoeveelheden iets lager). Onder "weapon grade' uranium verstaat men gewoonlijk uranium dat ten minste 80 procent is verrijkt.