"In het najaar als het koud werd kregen de spelers flanellen shirts'

Ajax' archivaris Wim Schoevaart bladert nog eens door wat jubileumboeken. Zelfs hij, de wandelende voetbal-encyclopedie van De Meer, tast in het duister over de herkomst van het over de hele wereld bekende Ajax-shirt. De brede rode baan op het smetteloos wit is een begrip en heeft heel wat stormen overleefd. De commercie toonde bijvoorbeeld altijd ontzag voor het handelsmerk van de roemruchte Amsterdamse club. VUC (zwart), Elinkwijk (blauw) en de Volewijckers (groen) hebben ook een brede verticale baan, maar die shirts gingen niet de wereld rond.

Wie denkt dat in de Ajax-gelederen nooit is getwijfeld aan het shirt met de rode balk heeft het mis. Zeker in de eerste helft van deze eeuw hinkte de club op meer dan één gedachte. Daarover kan Schoevaart (73) wel een bloemlezing geven. Hij komt uit een echt Ajax-geslacht. Zijn vader Frans was in 1904 een van de eerste leden en voorzitter van '25 tot '32. Oom Jan (bijnaam Tric Trac), lid vanaf 1908, speelde in het eerste elftal en zat ook in het bestuur. De oprichters van Ajax, die het tenue droegen van het eerste uur, waren echter Han Dade en Floris Stempel.

Zij woonden aan het einde van de vorige eeuw in de omgeving van de Overtoom (oud-west). In 1893 waren ze de medeoprichters van een soort straatvoetbalclub, die zijn wedstrijden aanvankelijk achter een café aan de Amstelveenseweg ter hoogte van het Haarlemmermeerstation speelde en later in het Willemspark. Dit toen braakliggende terrein was lange tijd voorbestemd een verlengstuk te worden van het Vondelpark. Het ging er in die eerste voetbalwedstrijden primitief aan toe. Hoekschoppen werden soms vanaf de openbare weg genomen. En bestuursvergaderingen vonden plaats in de nog bestaande "bajes' aan de Amstelveenseweg omdat de vader van een van de leden daar werkte. In 1896 viel het oer-Ajax uit elkaar. Vier jaar later, in Café Oost-Indië in de Kalverstraat, vond op 18 maart de oprichtingsvergadering plaats van het Ajax dat in Amsterdam-Noord ging spelen (Buiksloterham) en toetrad tot de Amsterdamsche Voetbal Bond.

Er bestaat een foto van het eerste elftal in 1900. Het shirt is rood, de broek zwart. “Gekozen omdat dat ook de kleuren zijn van Amsterdam”, vertelt Wim Schoevaart. De broek hing vlak boven of net over de knie. Maar dat kon nog weleens verschillen, want in die tijd keken ze niet zo nauw. Dat gold ook voor de kousen die zelfs geruit konden zijn.

Maar het meest gangbare shirt na het eerste jaar bestond toch uit rood-witte verticale banen. Onder de zwarte broeken prijkten zwarte kousen met rood-witte boorden. In 1911 maakte Ajax promotie naar de eerste klas NVB en werd het gedwongen een ander shirt te kiezen. Immers, er bestond al een club - Sparta - dat de rood-witte strepen droeg. En artikel 4 van den Nederlandschen Voetbal Bond was onverbiddelijk voor de promovendus.

“Indien een club in een andere competitie overgaat, waarin reeds een vereeniging speelt, die hetzelfde costuum draagt als de nieuw mededingende club, is deze verplicht, eveneens ten genoege van het Bestuur, veranderingen in haar costuum aan te brengen.”

Zo geschiedde. Ajax koos voor de rode balk met daaronder een witte broek. Wie op dat luminieuze idee kwam is blijft een mysterie. Alle bestuursleden of eerste elftalspelers uit die tijd zijn inmiddels overleden. Net zo men is te herleiden hoe Dade c.s. op de naam Ajax zijn gekomen. De grote hiaten uit de geschiedenis van de club, die later via een stadion op het Christiaan Huygensplein in De Meer belandde. Schoevaart: “Vermoedelijk heeft een bestuurslid een groothandel in textiel de opdracht gegeven een aantal shirts te komen overleggen. Daarvan is er dan een uitgekozen. Misschien wel de firma C.J. Eilers & Co ("beste adres voor voetbalmateriaal') die destijds een van de eerste reclameborden plaatste in het Ajax-stadion. Ik kan het anders niet verklaren. Ooit heeft het tweede team van Ajax, nog met Johnny Rep, eens tegen het Griekse Ajax gevoetbald. Maar die club speelde in een ander shirt. Dus daar komt het in ieder geval niet vandaan.”

De kwaliteit van de eerste shirts liet nog weleens te wensen over. Vaak verbleekten de kleuren door de groene zeep in de was. Schoevaart herinnert het zich uit de tijd dat hij zelf in het tweede uitkwam van Ajax. “In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog kregen de spelers in het najaar als het koud werd een flanellen shirt. De keeper droeg maar al te vaak een coltrui. De flanellen shirts verkleurden nogal. Het wit werd rose van de rode baan. Zomers droeg je een katoenen shirt. Als je in het bezit was van een Tweka-shirt uit het oosten des lands dan had je een hele goede.”

Ajax bleef zijn traditionele shirt niet altijd trouw. In de geschiedschrijving wordt melding gemaakt van experimenten met witte shirts met rode biezen en een wit shirt met in het rood de letters AJAX. Er zijn foto's uit de jaren twintig waarop spelers tijdens een buitenlandse toernee jersey's dragen met rood wit blauwe strepen. Een ideetje van de Nederlandse Bank die het wel goed vond dat er wat aan Holland-promotie werd gedaan. De eerste sponsor? Schoevaart: “Ik denk niet dat je het zo moet zien. Mijn oom Jan en de legendarische voorzitter Marius koolhaas (aan het bewind van 1932 tot 1955, red.) werkten bij de Nederlandse Bank. In die tijd was het nog moeilijk om vakantie op te nemen. Waarschijnlijk zorgden zij er voor dat de spelers een stukje loonderving vergoed kregen. Er werden immers voor die tijd flinke reizen gemaakt naar ondermeer Skandinavië, Roemenië, Joegoslavië, Letland en Litouwen. De spelers kregen dat aangeboden als beloning voor hun prestaties in de competitie.”

In 1947 werd Ajax kampioen in het shirt van Arsenal. Rood met witte mouwen. Doelman Gerrit Keizer had het tenue geïmporteerd uit Engeland waar hij voor zijn groothandel in groente regelmatig vertoefde. Na een seizoen waren de shirts versleten en ging Ajax weer over op de oude vertrouwde rode balk. Gerrit Keizer, geen familie van Piet, was trouwens een kleurrijke keeper. Schoevaart: “In 1929 stond hij zowel onder de lat bij Arsenal als bij Ajax. Dat kon, want de Engelse league speelde zich immers ook toen op zaterdag af. Zondagochtend vloog hij dan met de KLM van Londen naar Amsterdam. Dat was in die begintijd van de luchtvaart twee uurtjes vliegen. Ajax maakte geen bezwaren. Keizer was een uitstekende keeper, die zich altijd op de juiste plek wist op te stellen.”

De laatste decennia hield Ajax het voor de gewoonte om de uitwedstrijden soms in een blauw en een enkele keer in een groen tenue te spelen. Kledingsponsor kwam vorig seizoen met bont gekleurde blokjes, waar rood en blauw in verweven was. Dit seizoen wordt daar onder invloed van hoofdsponsor ABN AMRO weer van af gestapt. Nu zijn het de kleuren (groen en geel) van de bank die de samenstelling van het uit-tenue bepalen. De letters van de sponsornaam zijn bij het traditionele shirt revolutionair verticaal afgedrukt op de rode balk. De geldschieter voelde er niets voor zijn naam, die te lang is om in de breedte op de balk af te drukken, diapositief door te laten lopen in het wit. Want dan zouden de fundamentalisten van Ajax ongetwijfeld in opstand zijn gekomen. Zelfs het (vernieuwde) clubwapen is weer terugggekeerd naar het midden nadat het in 1982 onder invloed van de commercie moest uitwijken naar links.