"Huiskwekertjes bepalen groot deel van hennepmarkt'

ROTTERDAM, 10 AUG. Bij een inval in een kas in Aalsmeer kas, begin deze week, bleek opnieuw dat de verbouw van cannabis een zeer lucratieve zaak is geworden. De huurder van de kas had zich voor 1.400 hennepplantjes flinke investeringen getroost: groeilampen van 400 Watt en een automatisch irrigatiesysteem. Voor een doorsnee tomatenkweker moet het toch verleidelijk zijn: een opbrengst van 2.000 gulden per vierkante meter, en dat vier tot zes keer per jaar.

In de jaren zeventig moest de gebruiker van soft drugs de consumptie van Nederwiet steevast bekopen met misselijkheid, hoofdpijn en een gortdroog gehemelte. Wie nu in de binnenstad van Amsterdam op zoek gaat naar een Nederlandse marihuana, betaalt prijzen tot vijftien gulden per gram. Van het laagst geprijsde artikel op het menu van de doorsnee koffieshop, is de Nederwiet opgeklommen naar de toppositie. Een gespecialiseerde koffieshop in Amsterdam heeft maar liefst veertien Nederlandse soorten op haar lijst, met namen als Indica, Northern Light, Viking, Four Way en Purple Power.

Het kwalitatief hoogstaande aanbod is het gevolg van de groene revolutie, die de hennepcultuur in Nederland sinds 1985 heeft doorgemaakt. Jarenlang kruisen op basis van Sinsemilla - een hennepsoort die uit Amerika was geïmporteerd - heeft de zogeheten Skunk opgeleverd, een variant die uitstekend wortel schiet in Nederlandse bodem. Skunk gooit hoge ogen in het buitenland. Zelfs de Centrale Recherche Informatie (CRI) heeft waarderende woorden voor de kwaliteit van huidige Nederwiet. Terwijl importwiet uit Afrika en Azië maar 7 procent van het werkzame bestanddeel THC (tetrahydrocannabinol) bevat, vond het gerechtelijk laboratorium bij recente vangsten in het binnenland percentages tussen de 12 en 23 procent.

Voor een kilo Nederwiet, de oogst van ongeveer honderd plantjes, wordt vijfduizend gulden betaald. Toch gelooft de Centrale Recherche Informatiedienst dat het aandeel van de georganiseerde misdaad in de Nederlandse marihuana-verbouw nog steeds te verwaarlozen is. CRI-medewerker E. Moeksis: “Opsporing van kwekers blijft voorlopig een lage prioriteit. Misschien hebben sommige snelle jongens geld geroken, maar in Nederland loop je te snel tegen de lamp als je grof geld met de hennepteelt wilt verdienen. Je hebt veel ruimte nodig, je moet er veel mensen bij betrekken en hoge investeringen doen. Kassen huur je meestal in conservatieve tuindersgemeenschappen, die al snel de politie tippen over die vreemde anjers die in een bepaalde kas groeien. Ze maken het nog erger als ze geheimzinnig gaan doen: het blinderen van de kas, het voorrijden met bestelbusjes die onmiddellijk de garage ingaan. Ik geloof niet zo in die "Gouden Driehoek' die zich nu in het Westland zou vormen.”

A.C.M. Janssen, een sociaal- geograaf die eerder een studie wijdde aan de Amsterdamse koffieshop, ergert zich aan de aandacht voor de snelle jongens van de kassen. “Driekwart van het aanbod van koffieshops wordt geleverd door kleine huiskwekertjes. Het is nog steeds een heel kleinschalige en gedecentraliseerde markt.”

Een belangrijk ontmoetingspunt van de binnenkweker is het bedrijfje Positronics, dat zich tevens "Sinsemilla fanclub' noemt. Positronics, gehuisvest in een onopvallend pand in de Amsterdamse Pijp, oogt als een uit de hand gelopen huiskamerproject.

Maar Positronics is een compleet tuinbouwbedrijf voor de beginnende en gevorderde hennepverbouwer. Het bedrijf verkoopt stekjes van verschillende variëteiten, zoals Skunk, Viking en Noorderlicht. Ook levert de zaak zaaigoed aan de zogeheten "Headshops' in de binnenstad, waar ze voor de toeristen te koop liggen tussen de hasjpijpen. Een toenemend deel van de omzet zit in de legale tuinbouwartikelen: groeilampen van 400 en 1.000 Watt, ventilatoren en meststoffen. Het huisrecept, pre-mix, bevat ingrediënten als bloedmeel, hoefmeel, lavameel, beendermeel, guano en druivenpulp.

Wernard, eigenaar van Positronics: “De trend gaat momenteel naar een zo groot mogelijke opbrengst per vierkante meter. Het is veel slimmer om onder optimale omstandigheden vijf ons per vierkante meter te winnen, dan een ons per vierkante meter in de kas. Als bij een politie-inval blijkt dat je maar een klein deel gebruikt van een grote garage, is het ook veel aannemelijker dat je niet voor commerciële doelen kweekt.”

Uitkijkend over een binnentuin vol hennepsoorten proeven de "fans' met bloeddoorlopen ogen elkaars producten. Jerry is in het dagelijks leven student bedrijfskunde in Rotterdam. Binnen de Sinsemilla fanclub is hij deze week een gevierde kweker. Met 400-Watt groeilampen is hij er in geslaagd een Skunk-top van vijftig gram te produceren. Het resultaat is een polsdikke, wollige pluim, die Jerry achter glas wil conserveren. “Zoiets heb ik me ook wel eens voorgenomen, maar uiteindelijk ging hij toch in rook op”, zegt een oudere collega.

Wernert ziet een grote toekomst voor de thuiskwekers: “Iedere Nederlander wil zijn eigen wiet. Het geld komt vanzelf. Met acht vierkante meter kun je vijfduizend gulden per maand verdienen. Maar laten ze softdrugs niet legaliseren, daar zijn de meeste kwekers tegen. Dan krijg je een vergunningssysteem, zoals bij alcohol, en moet de huiskweker het afleggen tegen de wietvelden van Douwe Egberts.”