Europa houdt oog gericht op Bundesbank; Duitse rente bepaalt koersverloop op valuta- en obligatiemarkten

FRANKFURT, 10 AUG. Terwijl leden van de Bundesbankrat terugkeren van hun vakantie stijgt de speculatie over een verhoging van de Duitse rente tot een hoogtepunt. De meeste beleggers verwachten dat de Bundesbank wellicht al op donderdag 15 augustus de rentetarieven zal verhogen, wanneer de raad voor het eerst vergadert onder leiding van de nieuwe Bundesbank-president Helmut Schlesinger.

Duidelijk is dat de Duitse centrale bank onder druk staat snel op te treden tegen de inflatie, die in juli steeg met 4,5 procent. De Bundesbank heeft de afgelopen weken diverse keren aangegeven dat een renteverhoging aanstaande is.

Marktpartijen vragen zich af welk rentetarief de bank zal verhogen: het disconto, de Lombartrente of wellicht beiden. Daarnaast is de vraag hoe groot die renteverhoging zal zijn.

Het disconto, dat de prijs aangeeft waartegen banken naar keuze kortlopend schuldpapier van de centrale bank kunnen kopen, heeft in verleden altijd gefungeerd als een ondergrens voor rentetarieven. De Lombartrente berekent de Bundesbank als een hoge "strafrente' voor financiële instellingen die plotseling krap zitten en daardoor een noodlening moeten afsluiten.

Afhankelijk van het besluit van de Bundesbank zullen de gevolgen voor de Europese valuta-, obligatie- en aandelenmarkten aanzienlijk zijn. Dit zijn de mogelijke scenario's: De Bundesbank laat het disconto en de Lombartrente onveranderd. De enige reden voor een dergelijke beslissing zou zijn dat de Duitse centrale bankiers de inflatiecijfers over augustus willen afwachten. Een onveranderde rente zou slecht nieuws zijn voor de D-mark en de Duitse staatsobligaties. Op de Duite valuta- en obligatiemarkten zijn de verwachtingen hoog opgelopen.

De mogelijke verhoging van de rentetarieven heeft al geleid tot een versterking van de positie van de D-Mark ten opzichte van de dollar en binnen het Europees monetair stelsel (EMS). De dollar was nog 1,8145 D-Mark waard toen de Bundesbankrat op 11 juli voor het laatst samenkwam. Gisteren noteerde de dollar onder de 1,70 D-mark.

Als de rente onveranderd wordt gelaten, dan zal de D-Mark waarschijnlijk fors terrein verliezen ten opzichte van de dollar en de andere Europese valuta. Een aanvankelijke stijging van de obligatiekoersen zal snel plaats maken voor zorgen over de stijgende inflatie waardoor de de rendementen zullen stijgen. Sommige analisten voorspellen dat de inflatie eind dit jaar zal oplopen tot vijf procent. De obligatiemarkt wil daarom een duidelijk signaal dat de Bundesbank de inflatie zal aanpakken.

Een onveranderde rente zal waarschijnlijk met opluchting worden begroet door de andere Europese obligatiemarkten, vooral in Frankrijk. De Franse overheid heeft tot nu toe als gevolg van de zwakke positie van de franc de rente niet durven verlagen, maar zal dat wél doen als de Duitsers hun rente onveranderd laten. Sommige beleggers hebben daar recentelijk op ingespeeld door Franse staatsobligaties te kopen. De tweede mogelijkheid is dat de Bundesbank het disconto (nu 6,5 procent) verhoogt en de Lombartrente onveranderd laat op negen procent. Karl Thomas, president van de Landeszentralbank in Hessen, zei deze week dat een verhoging van het disconto al lange tijd in de lucht hing. Hij was minder duidelijk over de ontwikkeling van de Lombartrente, die volgens Thomas afhing van marktontwikkelingen volgende week.

Zegslieden van de Bundesbank trachten een verhoging van het disconto af te doen als een technische maatregel als gevolg van het afnemende belang van het disconto als criterium. Maar Hermann Remsperger, econoom van de BHF Bank in Frankfurt, wijst erop dat een verhoging van het disconto gevolgen zou hebben voor de economie doordat banken de prijs voor hun korte termijnkredieten aan de industrie onvermijdelijk zouden verhogen.

De koers van de D-mark op de valutamarkt is zover gestegen dat zelfs het uitblijven van een verhoging van de Lombartrente, gecombineerd met een geringe stijging van het disconto met één procent, de koers van de D-mark zal drukken. Een derde mogelijkheid is dat de centrale bank beide rentetarieven zal verhogen. Het is onwaarschijnlijk dat beide tarieven met vijftig basispunten zullen stijgen, want verkleining van de kloof tussen beide tarieven, één van de belangrijkste doelen van de Bundesbank, blijft dan uit. Een meer reëel scenario is dat het disconto een vol punt stijgt en het Lombarttarief een half punt. Dit zou automatisch leiden tot hogere Duitse obligatiekoersen.

Een verhoging van de Lombartrente stuwt de marktrente in Frankrijk, Denemarken en de Benelux omhoog. Ook zullen de Britten een verdere verlaging van de basisrente dan waarschijnlijk uitstellen als het pond sterling verder verzwakt.

De Franse centrale bank wil een verhoging van de zogenoemde interventie rente (waarmee de centrale bank ongewenste rente- en koersontwikkelingen op respectievelijk de geld- en valutamarkt voorkomt), die nu negen procent bedraagt, zoveel mogelijk vermijden. Maar de Fransen zouden het voorbeeld van de Duitsers moeten volgen als de franc verzwakt. Dit zou onvermijdelijk leiden tot een daling van de koers van Franse staatsobligaties. Tenslotte zou de Bundesbank kunnen besluiten tot een verhoging van de Lombardrente met een vol procentpunt, terwijl het disconto zelfs 1,5 procentpunt zou kunnen stijgen.

Handelaren voorspellen dat een dergelijke drastische stap zal leiden tot massale verkopen van kortstondige obligaties. Het 10 jaarspapier daalt dan aanvankelijk ook scherp in koers, maar herstelt zich later.

Naar mate de Lombartrente meer stijgt zal het effect op de koers van de D-mark groter zijn. De dollarkoers zou als gevolg van een stijging van één procentpunt van de Lombartrente terug kunnen vallen tot onder de 1,60 D-mark. Maar dat zou er onvermijdelijk toe leiden dat de Fransen de interventie rente moeten verhogen waarop de koers van de Franse staatsobligaties zal kelderen - wolken pakken zich dan samen rond de Frans-Duitse monetaire relaties.

© Financial Times