DE VERSLAGGEVER; Op klompen op zoek naar het oeroude dorpsleven

Werken zonder vaste verblijfplaats. Je hoort nergens thuis, maar je zit ook nergens aan vast. Een serie portretten van mensen die voor hun beroep onderweg zijn. Als tweede de verslaggever.

HARMELEN, 10 AUG. Gekleed als een soort ruimtewezen op gele klompen bezoekt hij het Groningse Pieterburen, het Limburgse Eijgelshoven, het Zeeuwse Wemeldinge en het Utrechtse Harmelen. Een tien kilo zware zender op zijn rug, een microfoon met grote windkap in zijn hand en op zijn hoofd een koptelefoon met antennes als voelsprieten. Klaas Vos, voormalig predikant, ex-reisleider en nu verslaggever bij het actualiteitenprogramma Het Gebouw van de VPRO. Elke week vertrekt hij in zijn oude Eend naar een of ander pittoresk dorp in Nederland. Elke donderdagnacht brengt hij door in een lokaal hotel, dat vaak ook dienst doet als dorpskroeg.

Op zijn reizen door Nederland mijdt Klaas Vos de grote steden en gaat hij op zoek naar het oeroude dorpsleven. Daar waar het gras nog groen is, de kerkspitsen talrijk zijn en de oudjes, gezeten op een witgeschilderd bankje, vertellen over vroeger.

In oktober vorig jaar trad Klaas Vos toe tot het leger freelance journalisten van de VPRO. Hij heeft slechts één opdracht: elke week vanuit een klein dorp in Nederland diverse reportages brengen. Zijn "slachtoffers' bestaan uit oude mannetjes wier tandeloze monden voor de microfoon open en dicht gaan, winkelende moeders met huilende kinderen, argeloze pastoors en ezels die piepen als roestige waterpompen. Op onorthodoxe wijze pikt hij hen van de straat op, duwt hen een microfoon onder de neus en stelt gedurende vijf minuten de gekste vragen.

Bij Wemeldinge vaart hij met een binnenvaartschip de Schelde af, regelt vervolgens vervoer voor een vrouw die net van de dokter komt en moeilijk loopt. Met met een boer praat hij over eieren: “In het gunstigse geval één ei per dag per kip. Maar helaas maken we dat niet vaak mee, jongen.”

Tot overmaat van ramp wordt hij verliefd op een hond. Voor heel Nederland roept hij door de radio: “Ik ben verliefd op een hond. We zeggen zo gauw: "Ik hou van jou'. Maar als we dat tegen een hond zeggen is dat raar. Raar maar waar.”

De hond snuffelt inmiddels aan de zwarte windkap van de microfoon en blaft instemmend met Vos mee. De geluidmeters in de wagen van het Nederlands Omroep Bedrijf (NOB) slaan tot in de rode cijfers uit en de boxen in de huiskamers kraken.

Klaas Vos is gewend aan reizen voor zijn werk. Voordat hij aan de wekelijkse uitzendingen voor de VPRO begon, verdiende hij zijn brood als reisleider. Zijn specialiteiten waren Italië en Hongarije. “Maar op een gegeven moment was ik dat reiswereldje zat. Het zijn vaak oudere mensen die met zo'n georganiseerde trip meegaan en op den duur lijken alle reisgezelschappen op elkaar. Dan wordt het tijd om iets anders te ondernemen.”

Dat andere bestaat bij voorbeeld uit Harmelen. Het kleine dorp in de provincie Utrecht kent natuurlijk een Dorpsstraat en sinds kort een tweede supermarkt. Niet iedereen is daar blij mee, want de kleine kruidenier ziet zijn bedrijf nu definitief failliet gaan.

Het is zeven uur in de ochtend als Klaas Vos aan het werk gaat. Een nevel bedekt Harmelen en een donkere lucht voorspelt nog meer vocht. Vos declameert: “Dit is Harmelen aan de Rijn en boven onze hoofden vormt zich ook een Rijn die ieder moment buiten haar oevers kan treden.”

Zijn klompen knerpen op het grind als hij naar een bakkerij toeloopt. Hij spreekt de kleine kruidenier aan, die net vers brood heeft opgehaald. De man praat niet over zijn binnenkort op te doeken winkel, maar vertelt over zijn dochter in het ziekenhuis. Luisterend Nederland rilt en denkt "onfatsoenlijk om die man daar zo op aan te spreken'. Maar Klaas Vos vraagt door.

Verderop houdt Vos een werknemer van de Harmelense groenvoorziening aan. De man harkt het grind bijeen en moppert: “Al twintig jaar lang ruim ik de rotzooi van anderen op. Mensen moesten hun eigen troep eens opruimen.” Met een schoffel schuift hij het ongewenste onkruid tussen de stoeptegels vandaan. “Groen hoort in het plantsoen en niet op de stoep”, klinkt het door de radio.

Om half negen 's ochtends is Klaas Vos beroemd in heel Harmelen. Als hij op de brug naar het verkeer staat te kijken, wordt hij toegewuifd door automobilisten. Ze steken hun duim omhoog en gebaren dat ze hem zojuist op de autoradio hebben gehoord. We zijn op de radio, wij, Harmelen! Heb je het al gehoord, zoemt het door het dorp.

Een grijsaard spreekt de verslaggever aan. “Wie bent u en wat doet u hier?” Vos antwoordt: “Ik maak een reportage voor het radioprogramma Het Gebouw van de VPRO.” De man kijkt verheugd op. Oh, maar naar dat programma luistert hij vaak. Vooral die man die op klompen door allerlei dorpen klost, vindt hij vreselijk grappig. Klaas Vos stelt zich voor en de bejaarde fluistert: “Dat ik dit nog mag meemaken”.

Maar niet iedereen in Harmelen is verheugd over de komst van de brutale journalist. Bij het plaatselijke Bureau voor Slachtofferhulp wacht Vos een koele ontvangst door een flinke dame. Blauwe oogschaduw en een strenge bril ontsieren haar gezicht, de rok wordt ruim over de knie gedragen.

Ze vindt het idee van Vos om medewerkers van het bureau voor de microfoon te halen niet leuk en Klaas Vos zelf vindt ze nog minder leuk. “Wat loopt u hier agressief rond”, zegt ze afkeurend. En de verslaggever proest.

Dan treedt de Rijn boven Harmelen buiten haar oevers. Dikke druppels vallen naar beneden en in een ommezien is de Dorpsstraat leeg. De luifel van de drogist is lang niet groot genoeg om Vos droog te houden. Hij wil schuilen bij een oudere vrouw, maar wordt voor het oor van heel Nederland het huis uitgezet.

“Mijn man vindt het niet goed als u binnenkomt. Dat kunt u ons oude mensen toch niet aandoen!”, roept de bejaarde vrouw verschrikt. De zwaar religieuze opvoeding van Vos komt boven. Hij noemt een Bijbelboek waarin staat dat de mens gastvrij moet zijn. “Nee”, zegt de vrouw beslist, “in deze herberg is geen plaats voor u.”

Niet alleen zijn kennis van de Bijbel komt Vos van pas tijdens zijn uitzendingen. Ook zijn zwaar aangezette, dramatisch klinkende stem heeft hij overgehouden uit zijn tijd als predikant. Zijn theatrale gebaren zijn helaas niet via het radiotoestel te zien, maar verraden een roemrijk verleden op de kansel. Er kwam een abrupt einde aan toen Vos na jaren voor zijn seksuele geaardheid durfde uit te komen. Hij was getrouwd, maar hield van mannen.

Hij werd reisleider en daarna verslaggever. Soms is hij jaloers op al die journalisten die voor de VPRO in het buitenland zitten. “Als ik dan die reportages hoor, denk ik: dat wil ik ook wel. Maar de mensen verzekeren me dat wat ik doe veel moeilijker is.” In de toekomst wil hij voor dagbladen schrijven over literatuur en reisreportages maken. Maar in het nieuwe radioseizoen klost de man nog op zijn gele klompen over boerenerven, door soppige weilanden en langs kleine steegjes. Gele klompen met een leertje, ze zijn het handelsmerk van Klaas Vos geworden. Ze staan altijd op de achterbank van zijn Eend en even voor zeven uur, vlak voor de uitzending, wisselt hij zijn suède schoenen voor de klompen om.

“Dorpelingen denken vaak dat ik me via mijn klompen wil aanpassen. Dan zijn ze gepikeerd, alsof ik vind dat iedereen op het Nederlandse platteland nog op klompen loopt.”

Inmiddels heeft hij alle provincies een keer bezocht. Althans, bijna alle. Alleen Flevoland ontbreekt nog op zijn lijstje. “Maar ja, wat heeft een reiziger daar dan ook te zoeken?”