De bridgewereld kent in de ogen van ...

De bridgewereld kent in de ogen van buitenstaanders een onoverzichtelijk aantal wereldkampioenschappen, en eerlijk gezegd moet ik zelf ook altijd weer even nagaan hoe tegenwoordig al die wereldkampioenschapstoernooien zich tot elkaar verhouden.

Het begon ooit zo eenvoudig. In het begin van de jaren '30 zocht Ely Culbertson met zijn team Europese tegenstand, enerzijds om zijn prestige in Amerika verder op te vijzelen, anderzijds om de Europese "bridgemarkt' te veroveren. Engeland was zijn eerste doelwit. Het "British bridge' bleek in twee matches om de Schwab Cup niet tegen de Culbertsonspelers opgewassen. Deze matches kunnen worden beschouwd als de eerste, zij het officieuze wk-ontmoeting.

In 1935 werd dat anders toen de op initiatief van de Nederlandse bondsvoorzitter Lucardie opgerichte Europese bridgebond de winnaar van het Europese kampioenschap liet spelen tegen het team van de Amerikaanse bridgebond. In 1937 werd in Europa een wk-toernooi gehouden. Hieraan namen twee Amerikaanse teams deel, waaronder dat van Culbertson. In de finale stonden Culbertson en het Oostenrijkse "Wunderteam' van dr. Paul Stern tegenover elkaar. De Oostenrijkers zegevierden, en eigenlijk ook hun Weense biedsysteem.

Na de oorlog werd de draad weer opgevat met jaarlijkse matches tussen de Europese kampioen en een Amerikaans team met de Bermuda Bowl als inzet. Deze formule werd langzamerhand uitgebreid doordat meer "zones' van de inmiddels gestichte Wereld-Bridge-Federatie teams mochten afvaardigen.

Wat zijn nu de wereldkampioenschappen "Genève 1990', waarvan onlangs een prachtig toernooiboek verscheen? Het gaat hier om de wereldkampioenschappen voor paren (open, vrouwen, gemengd en senioren), alsmede een "open' viertallen-wk op "knock-out'-basis om de Rosenblum Cup.

Genève 1990 zal om drie redenen de bridgegeschiedenis ingaan. Het was het grootste toernooi ooit gehouden; de toegang tot de finale van de Rosenblum Cup werd beïnvloed door een opzienbarend incident rond het foutief berekenen van de uitslag van een van de halve-finale-matches; en het derde opmerkelijke feit was de voor onmogelijk gehouden grote voorsprong waarmee de Brazilianen Marcelo Branco en Gabriel Chagas (van Hongaarse origine) de wereldtitel in het open-parentoernooi wonnen.

Omdat ik destijds aan de prestatie van Branco-Chagas maar bescheiden aandacht heb gegeven, pluk ik hier twee spellen van hen uit het toernooiboek.

Zie diagram 1

ß7 9 8

ß6 V 7 6 4

ß5 A V 4

ß4 A V 8 7

ß7 H B 6 5 2

ß6 B 8 5 3

ß5 B

ß4 B 5 2

ß7 A 4 3

ß6 9 2

ß5 10 9 8 6 3 2

ß4 6 4

ß7 V 10 7

ß6 A H 10

ß5 H 7 5

ß4 H 10 9 3

Het hele veld van 72 finaleparen zat als NZ in 3 SA. Als N de leider was, kwam dat met een overslag en tweemaal zelfs met 2 overslagen binnen. 19 maal zat het contract in de Z-hand. Onveranderlijk werd door W met ß7 gestart en raapten OW de eerste 5 slagen op. De 19de maal zat Chagas Z en kreeg ook de ß7-uitkomst. Op N's ß7 8 kwam bij O ß7 A, waaronder Chagas ß7 10 bijspeelde. O vervolgde met ß7 4 waarop Chagas zonder aarzelen ß7 V inlegde, W nam met ß7 H en nu bleek Chagas uit het niets voor W een dilemma te hebben gecreëerd! Als O een 4-kaart ß7 bezit, zoals door Chagas' bijspelen van ß7 10-V sterk wordt gesuggereerd, dreigt de kleur voor OW te blokkeren als W in slag 3 vervolgt met ß7 B en ß7 na. Deblokkeert O zich niet door onder partners ß7 B de 7 bij te spelen, dan komt hij in slag 4 met die ß7 7 aan slag en kan de verder entreeloze W naar zijn 5de ß7 fluiten. W wist dat het ook voor zijn partner een zwaar toernooi was geweest, en om hem in deze cruciale fase van de strijd te behoeden voor het maken van een fout, speelde hij in slag 3 ß7 2 na voor de ß7 7 die hij bij zijn partner veronderstelde... En zo werd Chagas, ofschoon 3 SA vanuit de Z-plaats spelend, de derde speler in het veld die erin slaagde 11 slagen te maken voor een topscore.

Bij nadere beschouwing zien we dat het W was die, kennelijk al uitgeput, een fout maakte: met ß7 A-7-4-3 speelt O in slag 2 niet ß7 4, maar ß7 3 na. Het doet natuurlijk niets af aan de briljante vindingrijkheid waarmee Chagas in een flits reageerde op de situatie. Een waardig wereldkampioen!

Hier nog een staaltje van Chagas' toverkunsten:

Zie diagram 2

ß7 9 7 6 5

ß6 H 4 3

ß5 A 6 4

ß4 7 5 3

ß7 H B 8 4 2

ß6 9

ß5 V B 10 7 2

ß4 V 8

ß7 10

ß6 10 7 2

ß5 H 8 3

ß4 B 10 9 6 4 2

ß7 A V 3

ß6 A V B 8 6 5

ß5 9 5

ß4 A H

Chagas (Z) opende met 1 ß6 en vond na W's 1-ß7-volgbod en partners 2 ß6 het duivelse bodje van 3 ß5 (geen zogenaamde short suit trial). Na N's 4 ß6 kreeg hij toch een ß5-uitkomst, maar zonder te pauzeren nam hij op tafel en speelde ß6 V, ß6 B, ß4 A-H, ß6 H, ß4 troef en ß6 A. Wat moest W weggooien? Hij rekende op ß7 V bij O en ontdeed zich van z'n schoppens om zich tegen Z's veronderstelde ß5 H-x-x-x te verdedigen... Onder ß7 A viel dus zijn ß7 H en een volle top was Chagas' deel!

Bob van de Velde