CVSE roept Joegoslavische partijen op tot vredesoverleg

PRAAG- BELGRADO, 10 AUG. De Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) heeft gisteravond in Praag de Joegoslavische strijdende partijen opgeroepen binnen zes dagen vredesbesprekingen te beginnen.

Op het speciale beraad over Joegoslavië werden met algemene stemmen de voorstellen die de twaalf landen van de Europese Gemeenschap daartoe naar voren hebben gebracht gesteund. In drie gemeenschappelijke slotverklaringen die de vertegenwoordigers van de 35 CVSE-landen hebben opgesteld wordt aanvaarding van de voorstellen overgelaten aan Joegoslavië.

Het EG-aanbod om de waarnemersmissie uit te breiden tot Kroatië werd door de CVSE ondersteund, evenals het idee de thans geheel uit EG-diplomaten en -militairen bestaande missie uit te breiden met Canadezen, Polen, Zweden en Tsjechoslowaken.

De Joegoslavische vertegenwoordiger Novak Pribesevic zei in een reactie dat er “een kans” is dat waarnemers van de EG en van de CVSE voor het eerst toegang zullen krijgen tot de brandhaarden in Kroatië. Maar hij voegde er aan toe dat het collectieve leiderschap in Belgrado zich daarover nog moet buigen.

De aanwezigen op de speciale CVSE-conferentie prezen de Joegoslavische opstelling, maar men was het erover eens dat het land niets kan worden opgelegd.

In de CVSE, waaraan behalve alle Europese landen ook de Verenigde Staten en Canada deelnemen, worden besluiten alleen bij eenstemmigheid genomen. Dit betekent dat een land ten allen tijde zijn veto kan uitspreken over alles.

De CVSE-conferentie stelde zich gisteren achter het voornemen van de Joegoslavische autoriteiten om overleg over de staatkundige toekomst van het land zo spoedig mogelijk en niet later dan 15 augustus, te laten beginnen. In het akkoord van Brioni, dat vooral door toedoen van de tweede missie van EG-trojka tot stand was gekomen, werd als uiterste datum voor het begin van dit overleg nog 1 augustus genoemd.

Uiterlijk de eerste week van september zal een nieuwe CVSE-vergadering worden bijeengeroepen die zal nagaan of de besprekingen over de toekomst van Joegoslavië werkelijk op gang zijn gekomen en of de wapenstilstand, die eerder deze week door het presidium tot stand is gebracht, ook werkelijk in acht wordt genomen.

Intussen heeft de federale Joegoslavische commissie die toeziet op het bestand in Kroatië gisteren verklaard dat in de afgelopen 24 uur slechts enkele “kleine schendingen” van het staakt-het-vuren hebben plaatsgehad.

Volgens de commissie, onder leiding van de Joegoslavische vice-president, de Montenegrijn Branko Kostic, zijn er sporadisch schotenwisselingen en explosies geweest, maar hij zei niet waar.

Het staakt-het-vuren in Kroatië dat woensdagochtend om zes uur werd afgekondigd is al verscheidene malen geschonden. Donderdag kwam een Kroatische Nationale Gardist om het leven in de buurt van Topusko in Banija, circa honderd kilometer ten zuiden van Zagreb.

De Kroatische vice-premier Zdravko Tomac noemde gisteren het fragiele bestand een Servische truc om tijd te winnen voor een frontale aanval op de afvallige republiek Kroatië. “Er zijn aanwijzingen dat het bestand een tactische zet is en dat een frontale aanval wordt voorbereid”, aldus Tomac. “Dit is het moment waarop wordt beslist over het lot van het Kroatische volk.”

(AP, Reuter, UPI)