Celstraffen geëist tegen drugskoeriers uit Suriname

HAARLEM, 10 AUG. Tegen drie koeriers die werkten voor een organisatie die volgens Justitie regelmatig cocaïnetransporten regelde tussen Suriname en Nederland zijn gisteren voor de rechtbank in Haarlem celstraffen geëist van vier, twee en twee jaar.

Twee vrouwen die in mei op Schiphol werden gepakt met elk twee kilo cocaïne op hun lichaam gebonden hoorde elk een straf van twee jaar tegen zich eisen. Tegen de man die de vrouwen had geronseld, eiste officier van justitie mr. J. Kuitert vier jaar.

De vrouwen - 55 en 42 jaar oud en moeder van respectievelijk negen en acht kinderen - maakten op de terechtzitting een angstige en zeer labiele indruk. Ze zeiden uit pure geldnood te hebben gehandeld. Een vrouw zei zich voor het smokkelen te hebben laten gebruiken om 1.000 Nederlandse guldens te verdienen waarmee haar zieke zoon kon worden geholpen. De zoon is tijdens haar detentie overleden.

De andere vrouw heeft bij de politie verklaard dat ze zich een week na haar ontslag uit een psychiatrische inrichting gemeld had als schoonmaakster bij de politieke partij van het leger NDP. Daar zou haar te verstaan zijn gegeven dat ze geld kon verdienen met het verzorgen van transporten naar Nederland.

In totaal werden door broers van de familie B. drie vrouwen vlak voor vertrek van het vliegtuig naar Amsterdam geprepareerd voor de reis. Ze kregen een ticket, een vals Nederlands paspoort en ieder vier pakketjes op hun lichaam gebonden. De koeriers kregen hulp van de militaire poltie. De vrouwen en ook de aangehouden mannelijke verdachte die namens de familie B. als begeleider meeging, zeiden in de veronderstelling te hebben verkeerd dat in de pakketten geld zat.

Een van de vrouwen heeft bij de politie verklaard dat haar verteld was dat de drugs behoorden tot “een partij van Bouterse”. Tijdens de strafzaak werd door het openbaar ministerie en door de rechtbank niet nader op deze mededeling ingegaan. Een vrouw trok nu wel haar verklaring in over de rol die de NDP zou hebben gespeeld.

Advocaat van een van de vrouwen mr. K. Muller noemde de vrouwen “handlangers van Bouterse in de derde of vierde graad”. Hij noemde het zinloos dat Justitie zijn cliënte - analfabeet, psychiatrisch patiënt en huismoeder - zonder meer wil veroordelen met als enige maatstaf het aantal grammen drugs dat ze bij zich droeg. Muller riep de “onafhankelijke rechterlijke macht” op om “een signaal te geven dat Den Haag tot nadenken stemt”. De advocaat meent dat Nederland zou moeten kijken of Bouterse kan worden aangepakt in plaats van het straffen van door armoede gedreven koeriers.Later staat nog een vrouw terecht en een ander lid van de familie B. Uitspraak over veertien dagen.