Castro hangt Amerikaanse sportlieden hun medailles om

MADRID, 10 AUG. Cubanen die over een geldig visum beschikken en de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, zal binnenkort niets meer in de weg worden gelegd bij het maken van buitenlandse reizen. Dit heeft het ministerie van buitenlandse zaken in Havanna begin deze week bekendgemaakt.

De maatregel wordt beschouwd als een manier om de binnenlandse druk op het regime van Fidel Castro te verlichten, nu het door gebrek aan olie en levensmiddelen één van de moeilijkste perioden doormaakt in de 32 jaar van zijn bestaan. Eerder dit jaar werd de minimumleeftijd voor het maken van buitenlandse reizen al verlaagd van 50 naar 35 jaar voor mannen en naar 30 jaar voor vrouwen. Kennelijk was dat niet genoeg.

Terwijl Castro het zijn burgers echter makkelijker maakt om voor korte of langere tijd aan de gebrekkige omstandigheden thuis te ontsnappen, heeft Washington besloten de verstrekking van visa aan Cubanen tijdelijk te "bevriezen'. De Verenigde Staten zijn het belangrijkste reisdoel voor Cubanen. Vanaf november vorig jaar zijn er 36.000 inreisvergunningen verstrekt aan Cubaanse burgers die voor korte tijd hun familie wilden bezoeken, bijna drie keer zoveel als in dezelfde periode een jaar eerder.

Volgens de Amerikanen keert echter zeker een derde van deze "toeristen' niet naar Cuba terug maar blijft als illegale immigrant in de Verenigde Staten. In Washington is men nog niet vergeten hoe Castro in 1980 gebruik maakte van de Amerikaanse bereidheid tot het ontvangen van Cubaanse vluchtelingen door 130.000 man in wrakke schepen vanuit de haven Mariel naar Florida over te laten steken. Onder deze vluchtelingen bevond zich een groot aantal veroordeelde misdadigers en psychiatrische patiënten, waarvan de opvang voor enorme problemen zorgde. Een herhaling van deze operatie wordt niet geheel en al denkbeeldig geacht.

Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken in Madrid zei gisteren, dat van een grotere Cubaanse belangstelling voor reizen naar Europa nog nauwelijks iets te merken is: “De rijen voor onze ambassade in Havanna zijn niet langer dan gewoonlijk”. Spanje is het voornaamste Europese reisdoel voor Cubanen en stelt geen andere eisen dan een bewijs van goed gedrag voor het verkrijgen van een visum. Alleen voor een verblijfsvergunning moeten immigranten uit Latijns-Amerika aantonen over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Jaarlijks arriveren in Madrid ongeveer 3.500 reizigers uit Cuba, waarvan slechts tien procent zonder retourbiljet.

Volgens sommige waarnemers in Havana is de toestemming om te reizen niet alleen een poging van Fidel Castro om stoom te laten ontsnappen, maar onderdeel van een reeks serieuze pogingen om het land uit zijn isolement te bevrijden. Een begin daarmee zou al zijn gemaakt tijdens de Ibero-Amerikaanse top van vorige maand waar Castro uitgebreid en op voet van gelijkheid confereerde met regeringsleiders uit Europa en Zuid-Amerika en gedaan kreeg dat de diplomatieke betrekkingen met Chili en Colombia werden hersteld.

Een tweede manier om de internationale contacten te verstevigen zijn de Pan-Amerikaanse Spelen, die op in Havana worden gehouden tot 18 augustus. Voor het eerst sinds de Olympische Spelen van Montreal in 1976 komen Cubaanse en Amerikaanse athleten hier tegen elkaar uit. In Los Angeles en Seoul was Cuba niet van de partij, in Moskou deden de Verenigde Staten niet mee. Drieduizend Amerikaanse sporters en hun begeleiders zijn voor de Spelen naar Cuba gekomen en kunnen vrij rondlopen op het eiland dat al sinds het begin van de jaren zestig door Washington geboycot wordt.

De Amerikanen klagen over de sobere accomodaties en het slechte eten. Een aantal van hen is daarom tussen voorrondes en finales terug naar Florida gevlogen. Niettemin noemen zij de ontvangst hartelijk. Cuba, dat zich de afgelopen jaren grote inspanningen voor de organisatie van de Spelen heeft getroost, doet er alles aan om het hen naar de zin te maken. De Cubaanse kranten hebben voor de gelegenheid hun dagelijkse aanvallen op de Verenigde Staten gestaakt en Fidel Castro schept er groot genoegen in de winnende Amerikanen persoonlijk hun medailles om te hangen.

Minstens zo prettig is het voor de bejaarde leider dat de Cubaanse deelnemers tot nu toe de beste resultaten hebben behaald. De Verenigde Staten plegen niet op alle onderdelen hun beste sportmensen naar de Pan-Amerikaanse Spelen af te vaardigen. Toch zou het voor het eerst in veertig jaar zijn, wanneer ze aan het eind van de ontmoeting niet over de meeste medailles blijken te beschikken. Tot gisteren had Cuba in totaal 111 keer eremetaal gewonnen, waarvan 64 keer goud. De Verenigde Staten wonnen 120 medailles, waarvan 39 maal goud.