Berlioz' romantische Faust rest slechts het vagevuur

La Damnation de Faust, door het Chicago Symphony Orchestra en Choir o.l.v. Georg Solti. Zaterdag, Ned.3 19.40-21.54u.

“Niets heeft mij in mijn loopbaan als kunstenaar meer gekwetst dan deze onverwachte onverschilligheid. (..). Ik was geruïneerd”, schreef Hector Berlioz naar aanleiding van de mislukte première in december 1846 in Parijs van La Damnation de Faust, waarvan vanavond een concertante uitvoering te zien is door het Chicago Symphony Orchestra en Choir onder leiding van Georg Solti.

De romanticus Berlioz beschouwde de kennismaking met Goethe's Faust, die in 1827 in een Franse vertaling verscheen, als een van de opvallendste gebeurtenissen in zijn leven. Hoe kan het ook anders, bij iemand die in zijn memoires schreef over "een buitengewoon vermogen tot geluk dat in wanhoop verkeert doordat het ongebruikt blijft, en dat slechts gerealiseerd kan worden door immense verterende en woeste genietingen.' Alsof Faust zelf aan het woord is. Berlioz zette passages op muziek en stuurde deze Huit scènes de Faust naar de grote Duitse geest, die echter nooit heeft gereageerd.

Uiteindelijk werkte Berlioz het verhaal uit tot wat hij noemde een "légende dramatique'. Zijn Faust is geen gewone opera, er is geen ouverture en de dramatische opbouw is fragmentarisch. Muzikaal lijkt het werk op het eerste gehoor opgebouwd uit een mozaïek van stijlen en orkestkleuren en Berlioz wilde, pragmatisch als hij was, zijn oorspronkelijke acht scènes opnieuw in de opera verwerken en bij voorbeeld ook de succesvolle Hongaarse mars. Daartoe verplaatste hij de eerste scène simpelweg naar het Hongaarse platteland.

De belangrijkste verandering in de tekst is echter van inhoudelijke aard. Bij Goethe wordt Faust uiteindelijk gered, want geheel volgens diens klassieke idealen was de geest onaantastbaar. Voor de romantische Faust van Berlioz bestaat geen redding. De componist gooit hem in de hel, waar hij voor eeuwig gescheiden is van zijn geliefde Marguerite. Een kleine inconsequentie van de sentimentele Berlioz, want hoewel ook Marguerite "schuldig' is, stuurt hij haar kinderlijke ziel naar de hemel.

Wie zich de spectaculaire regie herinnert van Harry Kupfer bij de Nederlandse Opera in 1989 (reprise in mei '92) zal misschien even moeten wennen aan deze concertante en daardoor visueel nogal statische uitvoering in de Londense Royal Albert Hall. Toch leent Berlioz' werk zich goed voor een concert-uitvoering. Een regisseur moet halsbrekende toeren uithalen om het fragmentarische verhaal tot een visuele en dramatische eenheid te smeden (wat Kupfer destijds uitstekend lukte), met eventuele gevolgen voor de muzikale kwaliteit. In deze Londense uitvoering kan de luisteraar volop genieten van voortreffelijke zang van tenor Keith Lewis (Faust), bas José van Dam (Méphistophélès) en mezzo-sopraan Anne Sofie von Otter (Marguerite) en de door een trefzekere Solti meesterlijk hoorbaar gemaakte orkestrale goochelkunsten en subtiele klankschilderingen van Berlioz. De dronkemansscène van Brander had onbeheerster gekund, het wals-achtige karakter van de Serenade van Méphistophélès ging verloren in een te snel tempo, de hoge b in het duet met Von Otter bleek wel net iets te hoog voor Keith Lewis, maar het zijn details in een verder sublieme uitvoering.