Barokpaleizen vol sieraden, mode en parfum

De duurste straten ter wereld in het monopoly-spel zijn dat in werkelijkheid niet altijd. Onze verkenningstocht voert vandaag door Rome, waar de strijd om een etalage van de via dei Condotti een van de duurste straten ter wereld heeft gemaakt

ROME, 10 AUG. De straat is negen meter breed en net 250 meter lang. Beroemde monumenten staan er niet en vertaald heet ze, zeer prozaisch, de straat van de waterleidingen. Toch is de via dei Condotti de salon van Rome, één grote pronkkast die net zo'n verplichte stop is geworden als het Colosseum.

Zoals een salonkamer kan zijn volgepropt met kostbaarheden, zo zitten de grote namen van de mode, de siersmeedkunst en de parfums allemaal bij elkaar op die in totaal vijfhonderd meter winkel in hartje Rome. Gucci. Valentino. Bulgari. Ferragamo. Serafini. Hermès. Battistoni. Van Cleef & Arpels. En vele, vele anderen.

De strijd om een etalage hier heeft van de via Condotti (in de wandeling valt het "dei' weg) de duurste straat van Italië gemaakt en een van de duurste ter wereld. “Het geeft niet of je verlies lijdt op je winkel hier,” zegt de Napolitaanse juwelier Peppino Capuano, al 35 jaar in de straat. “De kosten om een winkel te openen in de via Condotti moeten worden beschouwd als een investering, uitgaven voor reclame.”

Een deel van de charme van de straat zit in de stille schoonheid van haar barokpaleizen. Beneden lokken de winkels met hun etalages, die vaak bewust simpel zijn gehouden - de overdaad zit in de prijs, die meestal niet wordt geëtaleerd. Daarboven drie tot vier rijen ramen, allemaal met houten klapluiken. Veel zijn er dicht, maar ook achter de open luiken zie je niet veel bewegen: achter deze ramen speelt zich een belangrijk deel van het leven van de Romeinse haut-bourgeoisie af.

Maar de ware schoonheid van de straat zit in het plein waar zij op uitkomt: de piazza di Spagna, met zijn beroemde Spaanse trappen, die worden bekroond door de twee torens van de kerk Trinità dei Monti. Vooral op een zonnige namiddag is het een prachtig gezicht om, lopend in de helemaal beschaduwde via Condotti, aan het einde de Spaanse trappen te zien liggen, schitterend in de zon.

Het genoegen wordt nog vergroot doordat dit een van de weinige straten is in Rome die meer dan in naam een voetgangersgebied zijn. Aan het begin van de eeuw heeft er een trammetje door de straat gereden, maar na protesten tegen het de straat onwaardige gepiep en geknars werd het lijntje na elf jaar opgeheven. De schilder Giorgio di Chirico zei: “Via Condotti is de mooiste straat ter wereld, al ik vind het jammer dat er geen voertuigen meer door mogen, want de auto's gaven haar leven.” Maar die futuristische verheerlijking van de machina (een woord dat in het Italiaans zowel auto als machine betekent) ligt al weer jaren achter ons.

Ondanks de mooie doorkijk heeft de via Condotti een haat-liefde verhouding met de piazza di Spagna. De Romeinse modekoningen gebruiken de Spaanse trappen graag als decor voor hun jaarlijkse modeshow midden juli, en de winkeliers van de straat organiseren er hun galaconcert. Maar het plein trekt ook veel bezoekers die de winkeliers liever niet door hun straat zien gaan: zwetende toeristen die er bijlopen zoals ze thuis nooit zouden doen, en honderden jongeren die 's avonds op de trappen wijn komen drinken, hun meegebrachte broodje opeten, drugs proberen te verhandelen en om elkaar heen draaien.

“Soms zijn we blij met de Piazza di Spagna, soms haten we het plein,” zegt Gianni Battistoni, de voorzitter van de associatie van winkeliers van via Condotti. “Het hangt van het tijdstip van de dag af.” De associatie had vorig jaar provocerend voorgesteld de Spaanse trappen 's avonds maar te sluiten, omdat er teveel gebeurde wat niet door de beugel kon. Het heeft enig succes gehad, want de politie is nu veel zichtbaarder aanwezig.

In een rommelige kamer, aan een tafel vol monsters van sjaals en dassen en waar schilderijen van Guttoso, Gentilini en Fontana moeten laten zien dat Battistoni behalve modekoning ook kunstliefhebber is, vertelt hij dat de achteruitgang van de straat een van de grootste zorgen voor de associatie is.

Het grote schrikbeeld is de via del Corso, een andere bekende straat in het centrum van Rome, waar de traditionele, vaak nog ambachtelijke modezaken in hoog tempo zijn vervangen door winkels die met goedkope kleren, schoenen of platen een hoge omzet maken en daarom de snel-stijgende huren kunnen betalen.

Er is weinig te doen tegen dit "Kalverstraat-effect'. Rome heeft geen verordeningen zoals Perugia, Siena of Florence die proberen de bestaande commerciële activiteit in stand te houden of op een gelijkwaardig niveau te vervangen. “Het is de vrije markt,” zegt Battistoni. “Wij kunnen alleen maar proberen met allerlei initiatieven de sfeer van de straat zo intact mogelijk te houden.”

“Het is moeilijk om je hier te handhaven,” zegt Bruno Gaido, de directeur van de postzegelwinkel Bolaffi, al bijna een eeuw in via Condotti. “Gelukkig hebben wij een goed huurcontract. Maar je ziet de straat langzaam achteruitgaan.” Hij wijst op twee goedkope kledingzaken die onlangs zijn opengegaan; aan de verkoopsters binnen kan je al zien dat het een zaak met minder allure is.

De zittende winkeliers wordt vaak honderdduizenden guldens geboden als ze weg willen gaan. Zo heeft Gaido's buurman, die een bar had, zijn huurcontract voor veel geld overgedaan aan een kousenzaak waar panties van 150 gulden in de etalage liggen. Battistoni schat dat iedere winkeldeur in de straat goed is voor een huur van een miljard lire per jaar, ongeveer 1,53 miljoen gulden.

In de via Condotti komen nu Japanners, Duitsers en de enkele Amerikaan die toch naar Europa is gevlogen, winkelen met hun creditcard, trots zwaaiend met hun luxe draagtassen, om te laten zien dat ze niet alleen zijn gekomen om te genieten van het Italië van de kunst, maar ook van dat van de mode.

Die buitenlanders zijn een vertrouwd beeld in de straat. In de achttiende en negentiende eeuw was zij het trefpunt voor de buitenlanders die naar Rome kwamen. Aan de via Condotti, die haar naam ontleent aan de drie waterleidingen die paus Gregorius XIII er eind zestiende eeuw liet aanleggen om water naar fonteinen in lager gelegen gedeeltes van de stad te brengen, stonden beroemde hotels als de Albergo d'Alemagna en de Albergo di Londra. Hier sliepen de groten der aarde als ze naar Rome kwamen. Deze hotels zijn verdwenen, net als de meeste pensions in de buurt, strategisch dicht gelegen bij de Piazza di Spagna, waar vroeger de jonge "modellen' stonden die bereid waren voor schilders te poseren en meestal ook wel meegingen met wie geen schilder was.

Het uit de achttiende eeuw stammende Antico Caffè Greco is er nog wel. Het was een bekend trefpunt voor buitenlandse kunstenaars en intellectuelen, plaats van verhitte debatten en af en toe een vechtpartij. Hier werd de filosoof Schopenhauer toen hij de roomse kerk aanviel, de deur uitgeslagen door een groep nazareni, Duitsers die zich tot het katholieke geloof hadden bekeerd.

“De via Condotti is al eeuwen lang de meest internationale straat van Rome,” zegt Gianni Battistoni. “Daarom moeten we ervoor zorgen dat het bijzondere karakter ervan gehandhaafd blijft, en daarvoor zouden we best wat meer hulp kunnen krijgen van de gemeente. Wij zijn tenslotte de etalage van Rome.”