Asielbeleid steunt vaak op intimidatie

De Duitse grondwet stelt kort en krachtig: “politiek vervolgden genieten asielrecht”. Deze bepaling moet op de helling, hebben kanselier Kohl en zijn minister van binnenlandse zaken Schäuble deze week nog weer eens betoogd. Een voornaam argument is dat het Duitse grondrecht op asiel in het kader van de Europese eenwording moeilijk overeind valt te houden. Daar zouden ze wel eens gelijk in kunnen hebben. Vluchtelingschap heeft uit de aard der zaak een nauwe relatie met mensenrechten, beter gezegd: de schending daarvan. Maar internationaal geldt alleen een recht asiel te zoeken, niet het te krijgen, en zelfs dat is nooit formeel erkend als een van de rechten van de mens.

De Bondsrepubliek deed dat in 1949 wèl als onderdeel van zijn ereschuld. Maar nu overheerst met name bij de CDU van Kohl de vrees dat deze bepaling Bonn opzadelt met de rol van "reserve-asielland' binnen de Europese gemeenschap. Strikt genomen is de Duitse grondwetsbepaling helemaal niet zo bezwaarlijk. De problemen zitten hem immers niet zozeer in de echte slachtoffers van politieke vervolging als in de wassende toevloed van ballingen met andere (economische) motieven. Hoewel zij letterlijk buiten de Duitse grondwetskwestie staan is het vooral om hen begonnen. Asielbeleid is vaak moeilijk te onderscheiden van intimidatietactiek.

Schäuble laat het niet bij grondwetsherziening. Vorige week riep hij de voormalige oostbloklanden op een gezamenlijke "defensieve strategie' te ontwikkelen tegen illegale immigratie. Dat is een term die ongetwijfeld ook binnen West-Europa zal aanslaan. In deze geest sloten de Twaalf minus Denemarken immers vorig jaar al een - overigens in Nederland niet onomstreden - Verdrag van Dublin, dat beoogt de behandeling van binnenkomende asielzoekers tussen de landen te verdelen. Dit verdrag behelst echter overwegend procedure-afspraken; inhoudelijke afstemming van het asielbeleid tussen de landen van Europa blijft onbereikbaar. Duitsland heeft zijn unieke grondwetsbepaling en zo heeft Zweden weer een zwakke plek voor dienstweigeraars (VS, Iran). In Nederland werd slechts pakweg twee procent van de Tamil-asielzoekers toegelaten, Frankrijk had in 1988 een erkeningspercentage van 42.

De bron van dergelijke verschillen is natuurlijk niet primair juridisch maar politiek. Dat maakt harmonisatie ook zo moeilijk. Toch is er een goede reden om naar enige inhoudelijke afstemming te blijven streven, zo waarschuwde de adviescommissie mensenrechten van Buitenlandse Zaken vorig jaar voor het gevaar van een neerwaartse spiraal in het Europese asielbeleid. Het meest liberale land krijgt de grootste toeloop, verscherpt het beleid, waarop de stroom zich naar het dàn meest liberale land verplaatst, enzovoorts. Willen ze werkelijk ernst maken met de onderlinge verwijzing dan zullen de deelnemers aan het verdrag van Dublin ook wel een minimumstandaard moeten ontwikkelen. Onverbrekelijk daarmee verbonden is de instelling van een internationaal toezichthoudend orgaan, onderstreepte de adviescommissie, om te zorgen dat de uitleg van de geharmoniseerde asielregels in de deelnemende landen niet toch weer uiteen gaat lopen. Lees: dat de negatieve spiraal toch weer op gang komt. Dat Europese Hof voor Asielrecht zal dus nog wel even op zich laten wachten.

De defensieve strategie moet in elk geval niet worden verward met het toepassen van pesterij als instrument van asielbeleid. Schäuble keerde zich deze week met verfrissende openhartigheid tegen “kunstmatige afschrikkingseffecten”. Als voorbeeld noemde hij de manier waarop Duitsland te lang heeft vastgehouden aan een arbeidsverbod voor asielzoekers. De Nederlandse regering is nog niet zo ver. De opsluittactiek met betrekking tot Roemeense asielzoekers een jaar geleden is een ander voorbeeld van een onwaardig afschrikkingsbeleid.

Ook in Duitsland is de natuur wel eens sterker dan de leer. Medio vorige maand kondigde de deelstaat Bremen aan dat asielaanvragen van Polen en Roemenen niet eens meer in behandeling worden genomen. Jongstleden maandag kon de verantwoordelijke bewindspersoon meedelen dat dit paardemiddel voorlopig weer wordt ingetrokken omdat het zijn ontmoedigende werking meteen had waargemaakt. Daar heeft men kennelijk toch iets van onze staatssecretaris Kosto geleerd.

De regering in Bonn overweegt nu zelfs asielzoekers uit de voormalige oostbloklanden categorisch aan de grens af te wijzen omdat politieke vervolging in die landen niet meer voorkomt. Maar dat is in strijd, zo niet met een afgeslankte Duitse grondwetsbepaling, dan toch met een algemene minimumnorm dat het individuele vluchtverhaal een kans moet krijgen, hoe gering wellicht ook. Dat is ook de harde eis die in Nederland moet worden gesteld aan een nieuwe methode die letterlijk en figuurlijk op het randje is: de vooruitgeschoven marechausseecontrole op Schiphol in de slurf bij de aankomst van “risicovluchten”.