Activiteiten van Parretti nu ook in Liberia in opspraak

MONROVIA-LOS ANGELES, 10 . De regering van Liberia zal een onderzoek instellen naar vermeende criminele activiteiten van de Italiaan Parretti en diens Liberiaanse zakenvriend John P. Beh, minister zonder portefeuille onder de vorig jaar vermoorde president Samuel Doe.

Dat heeft de interim-president van Liberia, dr Amos Sawyer, tegenover deze krant verklaard. De Liberiaanse autoriteiten houden er rekening mee dat Parretti in Liberia winsten uit drugshandel en andere criminele activiteiten heeft witgewassen.

In Nederland is Parretti vooral bekend door zijn bemoeienissen met de filmindustrie en de miljarden die hij heeft geleend van zijn huisbankier Crédit Lyonnais Bank Nederland (CLBN). In Italië werd Parretti begin van dit jaar in hoger beroep veroordeeld tot bijna vier jaar gevangenisstraf wegens fraude.

Parretti onderhield nauwe contacten met de voormalige dictator Doe. Zo was de Italiaan enige tijd honorair consul van Doe in Spanje. Parretti, die een Liberiaans diplomatiek paspoort bezit, zou in 1989 zelfs zijn gepromoveerd tot rondreizend ambassadeur van Liberia.

Het vermoeden bestaat dat de vroegere minister Beh, die een belangrijke rol speelde bij het in het zadel houden van Doe, een aantal zakelijke belangen in het imperium van Parretti zou hebben. Volgens de laatste geruchten zou Beh de burgeroorlog in Liberia hebben overleefd en naar het buitenland zijn gevlucht. De Luxemburgse houdstermaatschappijen Comfinance van Parretti had een belang van 49 procent in Liberian Airlines. Volgens de oppositiegroepen tegen Doe zou Parretti daarnaast de vliegtuigmaatschappij Air Liberia bezitten.

“In Liberia”, aldus interim-president Sawyer, “doet het hardnekkige gerucht de ronde dat Parretti hier een luchtvaartmaatschappij had die nauwelijks iets te doen had maar die in de eigen boeken toch flinke winsten noteerde. Op deze manier zou Parretti drugsgelden witwassen.” Volgens Sawyer beschikte de luchtvaartmaatschappij van Parretti slechts over twee oude toestellen die nu nu in de loodsen van de luchthaven van Monrovia zouden staan.

Een buitenlandse zakenman die al jaren in Liberia actief is vertelt dat Parretti niet alleen met zijn luchtvaartmaatschappij “vele miljoenen” witwaste maar ook andere Liberiaanse bedrijven probeerde op te kopen met de bedoeling nog veel meer crimineel geld uit het zwarte circuit te halen. Zo heeft hij geprobeerd de twee grootste hotel in Monrovia van de staat op te kopen, Hotel Africa en Hotel Ducor, en had hij ook belangstelling voor de nationale oliemaatschappij van het land, aldus de buitenlandse zakenman die liever anoniem wil blijven. Parretti was noch via zijn woordvoerder in Los Angeles, noch in zijn Europese vestigingen voor commentaar bereikbaar.

Volgens deze getuige deed Parretti niet alleen zaken met oud-minister John Beh, maar spande hij ook president Doe voor zijn karretje. De Nederlandse zakenman in Monrovia vertelt dat Paretti Doe een Rolls Royce Corniche cadeau heeft gedaan die nu nog in de buurt van het vroegere paleis van de vermoorde dictator staat geparkeerd. Parretti werd eerder door zijn voormalige zakenvriend, de Andorese zakenman Antonio Cornellá de Serra, beschuldigd van het stelen van diens Rolls Royce Corniche.

Pag. 12:

"Corruptie is de olie die problemen aanwakkert'

Volgens het Franse weekblad L'Evenement du Jeudi schonk Parretti in 1988 Doe een aantal tekeningen van Miro, Dali en Picasso. Op zijn beurt gaf de dictator Parretti poedergoud en een bewerkte slachttand van een olifant.

De interim-regering van Liberia heeft inmiddels een commissie in het leven geroepen die een aantal grote fraudezaken uit de tijd van Doe onderzoekt, zo legt interim-president Sawyer uit. De commissie staat onder leiding van de nieuwe minister van justitie. Ze onderzoekt op het ogenblik het verleden van de Liberiaanse oliemaatschappij LNPC. Volgens Sawyer is de Liberiaanse Staat in deze zaak voor waarschijnlijk 27 miljoen dollar opgelicht. Het onderzoek concentreert zich ondermeer op de rol die de ex-minister van financiën, de ex-minister van justitie en een vertegenwoordiger van Liberia in Londen bij deze fraudezaak hebben gespeeld. De commissie wordt in haar onderzoek gesteund door Liberiaanse en Amerikaanse juristen. De commissie is volgens Sawyer “nog niet” aan de zaak Parretti toegekomen.

Volgens Sawyer is de commissie niet alleen in het leven geroepen om fraudeurs te straffen, maar ook om een voorbeeld te stellen aan het gehele Liberiaanse volk. In Liberia is de corruptie in bijna alle facetten van het openbare leven doorgedrongen. Het bewind van Doe heeft het land ook in dit verband zeker geen goed gedaan. Volgens Sawyer kwam destijds maar liefst veertig procent van 's lands inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen niet in de staatskas terecht, maar verdween het geld in de zakken van corrupte ambtenaren en ondernemers.

De nieuwe regering wil straf optreden tegen corruptie en harde voorbeelden stellen. “Want corruptie is de olie die andere problemen aanwakkert.” Als de regering corruptie onder de knie krijgt, aldus Sawyer, zullen de etnische en tribale tegenstellingen binnen regeringen het ambtenarenapparaat vanzelf minder worden.

Sawyer gelooft dat de corruptie minder zal worden als in de Liberiaanse economie meer aan het particuliere initiatief wordt overgelaten en de rol van de overheid wordt teruggedrongen. De liberiaanse autoriteiten werken aan de opstelling van een gedragscode voor ambtenaren - “een soort van ethische code”, aldus Sawyer. “Want als we dit tij niet staan, krijgen we opnieuw enkele grote problemen.”

De Italiaan Parretti zou volgens onbevestigde berichten zelf ook nog bij de burgeroorlog betrokken zijn geweest. Volgens Jeanine Cooper, medewerkster van Artsen Zonder Grenzen België in Monrovia, ging destijds het gerucht dat Parretti aan de kant van opstandelingenleider Charles Taylor stond en dat de Italiaan Taylor's National Patriotic Front of Liberia (NPFL) financierde. Het NPFL is anderhalf jaar geleden met de guerrilla-oorlog tegen Doe begonnen en controleert nu het overgrote deel van Liberia.