Top BCCI slecht geïnformeerd; "We waren als een familie die een familiezaak begon

WASHINGTON, 9 AUG. Een mede-oprichter van de wegens corruptie en insolventie gesloten BCCI-bank heeft gisteren tijdens een hoorzitting van de Senaat gezegd dat hij herhaaldelijk met de dood is bedreigd. De voormalige topaccountant van de bank, de 57-jarige Mazihur Rahman, zei gisteren dat zijn vrouw de twee kinderen 's avonds onder haar bed legde om hen te beschermen tegen mogelijke aanslagen.

Rahman, die vorig jaar na een door hem zelf geleid intern onderzoek ontslag had genomen bij de BCCI, kreeg van zijn advocaten en voormalige collega's te horen dat “zijn leven geen cent meer waard is”. Een voormalige mededirecteur, Mazhar Abbas, zei aan Rahman dat hij al vaker mensen had gedood. “Ik zal de zelf de revolver op jou gebruiken”, voegde hij daaraan toe, toen Rahman zei dat hij het wanbeleid van de bank openbaar wilde maken.

Nadat de Britse minister van financiën een einde had gemaakt aan het in verband met een Brits justitieel onderzoek aan Rahman opgelegde spreekverbod, vertrok Rahman hals over kop naar Amerika waar hij verklaringen aflegde aan de Newyorkse officier van justitie Robert Morgenthau. Gisteren verscheen hij op een openbare hoorzitting voor de Amerikaanse senator John Kerry die de BCCI-zaak al sinds 1987 onderzoekt. Wegens buitengewone omstandigheden werd deze hoorzitting tijdens het reces van het Congres gehouden. Ook werden er rapporten van de accountantsfirma Price Waterhouse en van het door Rahman geleide interne onderzoek vrijgegeven. Zo kon Rahman snel worden bevrijd van zijn informatielast die zich voornamelijk beperkt tot technisch-financiële zaken.

Rahman zegt dat hij pas zeer laat op de hoogte raakte van de ongedekte leningen en de illegale aankopen van andere banken. Ook in andere zaken leek hij in het gunstigste geval naïef. Zo kwam hij er onlangs pas achter dat hij geen oprichtersaandelen had. Deze waren hem beloofd, toen hij in 1974 naar Abu Dhabi kwam om onder leiding van Agha Hasan Abedi met een startkapitaal van twee en een half miljoen dollar een werkelijk internationale bank voor ontwikkelingslanden op te richten. Rahman, die toen een salaris van 18.000 pond per jaar ontving, verlangde geen schriftelijk bewijs van de oprichtersaandelen.

Senator Kerry vond dat vreemd voor een goed opgeleide topaccountant. Het kan ook duiden op de grote persoonlijke overredingskracht van Abedi. “We waren als een familie die een familiezaak begon”, zei Rahman. “Natuurlijk hadden we niet durven dromen hoe groot de bank zou worden.” Toen de bank werd gesloten, beschikte ze over 18 miljard dollar en kantoren in 72 landen. Op het moment van zijn ontslag ontving Rahman 125.000 pond per jaar en woonde hij gratis in een grote villa bij Londen. Hij heeft de Britse nationaliteit gekregen.

Rahman, een onopvallend figuur, vertegenwoordigt de eerste postkoloniale generatie van India en Pakistan. Zijn vader, een Indiase opperrechter, stierf, toen Rahman negen was. Bij de afscheiding vluchtte hij met zijn moeder, broers en zussen, naar Pakistan. Hij beroemde zich er gisteren op dat hij op het Indiase subcontinent de eerste was die twee accountantdiploma's haalde. De studie had hij zelf bekostigd. Eerst begeleidde hij de ontwikkeling van de zware industrie in Pakistan, later ging hij werken voor een particuliere bank.

Rahman ziet nog overlevingsmogelijkheden voor BCCI. De meeste activiteiten waren legaal en de meeste werknemers waren te goeder trouw. “Niet meer dan 15 man zijn betrokken geweest bij de schandalen waarover je hoort”, zei Rachman. “Bij elk nieuw incident dat bekend wordt, duiken die zelfde 15 namen weer op.”

Hoewel Rahman als centraal topaccountant ruim toegang had tot accountantsrapporten en balansen, was het toch moeilijk om tot de verscheidene afdelingen door te dringen. Die werden “gescheiden door Chinese muren”, zei hij. Wie teveel vragen stelde, wilde volgens de bankleiding een egotrip maken. Nederigheid was de voornaamste deugd. Alle afdelingen waren direct verantwoording schuldig aan Abedi en aan de tweede man Swaleh Naqvi. Zij waren de enigen die het geheel konden overzien. Rahman was afhankelijk van accountantsrapporten die door interne inspecteurs en externe firma's zoals Price Waterhouse of Ernst and Whinney werden opgemaakt. In die rapporten stond wel het uitstaand krediet vermeld maar niet het aantal krediteuren. Er was niet uit op te maken dat een paar krediteuren absurd grote leningen had gekregen.

Net als bij het Amerikaanse spaarbankschandaal hebben de prestigieuze accountantsfirma's slecht geopereerd. Rahman toonde zich teleurgesteld over het gebrek aan grondigheid van de rapporten van Price Waterhouse. Deze prestigieuze firma bracht de wanpraktijken pas laat aan het licht. De geheime activiteiten van de bank werden direct aan de leiding maar niet aan hem gerapporteerd.

De regionale kantoren werden door jonge mensen geleid, die weinig ervaring hadden in het bankieren. Het centrale kantoor, waar Rahman zat, werd soms als een verstikkende last gezien.

In 1985 merkte Rahman dat het hele werkkapitaal van een half miljard dollar van de BCCI was verdwenen. Er bleek “een geheime bank in de bank” te bestaan die zonder controle opereerde en dubieuze leningen verstrekte. Het werkkapitaal werd later aangevuld door onder andere sjeik Zayed van Abu Dabi. De accountantsfirma Ernst & Young vertrok omdat het te weinig opheldering kreeg van de leiders van de bank.

De aankoop van een Colombiaanse bank met een groot filiaal in Medellin bracht Rahman nog niet op het idee dat er misschien drugsgeld werd witgewassen. De eerste arrestaties in Miami van witwassers waren een schok voor Rahman en zijn collega's. Uiteindelijk werden de verdachten tot Rahmans verwondering niet vervolgd door Justitie die, zoals later bleek, de verdachten wilde gebruiken om bewijs te verzamelen tegen de gevangen genomen Panamese generaal Noriega.

Noriega had op advies van de CIA rekeningen geopend bij de BCCI. De CIA heeft de kennis van de illegale activiteiten van de BCCI lang onder zich gehouden en niet aan Justitie of aan de Amerikaanse financiële autoriteiten doorgegeven. BCCI was voor de CIA een waardevolle informatiebron over activiteiten van terroristen en drugshandelaars. In een intern memo noemde de voormalige vice-directeur van de CIA, Robert Gates, BCCI de “bank for crooks and criminals”. Gates die nu door president Bush is voorgedragen als directeur van de CIA, zal zeker vragen over de BCCI moeten beantwoorden en het wordt steeds minder waarschijnlijk dat de Senaat zijn benoeming zal bekrachtigen.

In 1989 bleek bij BCCI voor de tweede maal een miljardentekort te zijn ontstaan door leningen aan onder anderen de gebroeders Gokal van de Gulf Group die handelsfirma's en rederijen exploiteerden. Rahman kreeg toen van de geschrokken raad van commissarissen en aandeelhouders opdracht een intern onderzoek uit te voeren. Naar aanleiding van het resultaat besloot Rahman in 1990 ontslag te nemen.

Volgens Rahman had directeur Abedi door zijn liefdadigheidsactiviteiten veel contacten met leiders over de hele wereld. Zo gaf hij onder andere geld aan een ontwikkelingsorganisatie die wordt beheerd door voormalig president Carter. Carter bekende gisteren dat hij contact had met Abedi maar dat hij er persoonlijk niets aan heeft verdiend. Hij kreeg giften die werden besteed aan het bestrijden van ziekte en honger in ontwikkelinglanden.

Rahman zei ook dat de 84-jarige prominente Democraat en adviseur van alle Democratische presidenten Clark Clifford al in 1984 bij een conferentie van de BCCI in Wenen aanwezig was. Clifford is directeur van First American Bankshares, een van de drie Amerikaanse banken die illegaal is gekocht door BCCI. Clifford heeft steeds volgehouden dat hij niet wist dat BCCI de eigenaar is van zijn bank. Het is een van de vele beweringen die de Amerikaanse autoriteiten op hun geldigheid testen.