Sloterdijk: terug naar de natuur; Het ik in de file

Peter Sloterdijk: Eurotaosme. Vertaling W. Hansen. Uitg. Arbeiderspers, 284 blz. Prijs (f) 49,90

Wie na de Kritiek van de cynische rede en de Toverboom weer een boek van Sloterdijk verwacht dat schittert door humor en ironie komt bedrogen uit. In Eurotaosme is niets meer van de vrolijke wetenschapper te vinden. Het gewicht van de wereld drukt blijkbaar zo zwaar op hem, dat hij zich de luxe van grollen en grappen niet meer wil permitteren. Diogenes van Sinope, de hoofdrolspeler in de Kritiek van de cynische rede, treedt dan ook nauwelijks meer op in dit boek. De toon is veel ernstiger geworden. Nadrukkelijk is de invloed voelbaar van Heidegger, de denker uit het inmiddels verzuurde Zwarte Woud. De bijna-rampen en hele rampen met de kernreactoren van Harrisburg en Tsjernobyl hebben Sloterdijk het plezier ontnomen. En alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, de mensheid blijkt bovendien niets van al die catastrofes te leren. Of zoals Sloterdijk zegt: “De enige catastrofe die iedereen overtuigt, zou de catastrofe zijn die niemand overleeft.” Toch gelooft Sloterdijk wel in de mogelijkheid van een 'keer'.

Eurotaosme is in de eerste plaats een poging van de auteur om te begrijpen wat er gaande is in onze huidige tijd. Hij is niet tevreden met het antwoord van het postmodernisme. Het 'geleuter' over postmodernisme ziet Sloterdijk als een poging om het probleem met behulp van een etiket te verdoezelen. Hij spreekt over het postmodernisme als een “cynisch melancholieke verslaving aan de wereld”. Een beter begrip van onze tegenwoordige tijd krijgen we volgens Sloterdijk als we gebruik maken van het aan de Duitse schrijver Ernst Junger ontleende idee van een totale mobilisatie. Wij moderne mensen treffen onszelf aan als meegesleurd in een allesverslindende beweging. Deze beweging om de beweging is voor Sloterdijk kenmerkend voor de moderne tijd. In de moderne tijd wordt al wat er aan grondstoffen en menselijke vermogens bestaat gemobiliseerd. Kinetiek is volgens hem de ethiek van de moderne tijd. Sloterdijk illustreert dit aan de hand van het fenomeen automobiel. Vrijheid wordt in onze eeuw allereerst opgevat als bewegingsvrijheid. De auto is de belichaming bij uitstek van dit ideaal. “Het ik en de auto horen metafysisch bij elkaar, als lichaam en ziel van dezelfde bewegingseenheid.” Maar helaas, ook met de auto vergaat het anders dan verwacht. Het middel-ter-beweging loopt vast in de file. De lange files op de autowegen hebben volgens Sloterdijk ook een gunstig effect, omdat bij de inzittenden onvermijdelijk het vermoeden rijst dat het zo niet langer meer kan.

De ondertitel van Eurotaosme, 'Over de kritiek van de politieke kinetiek' zegt meer over de inhoud dan de titel zelf. Het is duidelijk bedoeld als een toespeling op Marx' Kritiek van de politieke economie. Sloterdijk wil in zijn essay een derde kritische theorie ontwikkelen. De eerste is die van Marx, de tweede die van de Frankfurter Schule. Tegen Marx brengt hij in dat deze ook nog gevangen zit in de hoop dat de verdergaande groei van de produktie ons onder andere politieke verhoudingen het hemelrijk op aarde zou brengen. Marx zelf was nog overtuigd van het vooruitgangsideaal. Wij zijn volgens Sloterdijk inmiddels wijzer geworden. Onze plannen en berekeningen blijken steeds onverwachte neveneffecten met zich mee te brengen, die soms rampzalige proporties aannemen. Sloterdijks heeft ook bezwaar tegen het verheven estheticisme van de Frankfurters. Hij geeft de voorkeur aan een 'lagere' theorie die aandacht heeft voor het alledaagse en voor wat dichtbij is. Wat hij voorstaat is niet een Frankfurter maar een Freiburger, dat wil zeggen een op Heidegger genspireerde, kritische theorie. Hij ontleent ideeen hiervoor aan de literatuur (Brecht en de anti-held Schwejk uit de verhalen van Hasek) en aan de filosofie van Heidegger. Het is Heideggers begrip gelatenheid dat hij inzet tegen de totale mobilisering van de moderne tijd.

Catastrofe

Sloterdijk wil, tegen de alles met zich meesleurende dynamiek van de moderne tijd in, de aandacht vestigen op de natuur als datgene wat ons draagt. Wanneer wij daar geen oog voor krijgen razen wij onvermijdelijk de catastrofe tegemoet. Rusteloos reiken wij uit naar dat wat nog niet is. Wij gunnen ons de rust niet om stil te blijven staan bij dat wat het meest nabij is. Het moment wordt reeds vernietigd door het betere wat nog niet is.

Sloterdijk schetst tegenover de moderne utopie van het nog-niet een utopie van het nog-zijn.

Van grote betekenis is het begrip geboortelijkheid in dit verband. Bij de geboorte treedt de eerste scheiding op. Vanaf dat moment zal de mens er steeds naar streven om die toestand van ontheemdheid te compenseren. Dit leidt ertoe dat hij zich voortdurend zal blijven inspannen om zelfstandig te worden, zichzelf een fundament te verschaffen, zichzelf een houding te geven, een sterk subject te worden. Kenmerkend voor dit subjectiveringsstreven is zijn vijandige houding tegen de natuur, die zich als blinde vlucht naar voren manifesteert in de geschiedenis. Volgens Sloterdijk moeten we terugkijken naar ons ter-wereld-komen. Dan zullen we merken dat de verbondenheid met de natuur er altijd al was en nog steeds is. We hoeven geen fundamenten voor onszelf te scheppen in de vorm van metafysische stelsels en waarheden, we worden altijd al gedragen door de natuur.

Om tot dit inzicht te komen staan er volgens Sloterdijk twee wegen open. De ene weg is de misschien onvermijdelijke lange odyssee van voortdurende inspanningen om onze zelfstandigheid te bewijzen. De mislukking waarop onze inspanningen uiteindelijk uitlopen maakt de weg vrij voor een mentaliteitsverandering in de richting van gelatenheid. Aan de andere kant bestaat de mogelijkheid om er van meet af aan niet aan te beginnen en zich niet te laten verleiden tot het gevaarlijke spel van de beweging.

De meester van deze weg, Diogenes van Sinope, heeft Sloterdijk eerder ten tonele gevoerd in zijn Kritiek van de cynische rede. Het grote probleem is nu echter dat we geen van beide wegen zo maar door een wilsbesluit in kunnen slaan. Vandaar dat Sloterdijk beweert dat kritiek slechts mogelijk is als mystiek.

Redden

Mij lijken Sloterdijks reflecties van belang omdat ze iets blootleggen dat heel onze cultuur doortrekt en bepaalt. In alle pogingen om nog iets te redden van onze planeet wordt door politici en beleidsmakers steeds weer gegrepen naar het middel van de techniek. Dit is volgens Sloterdijk niet de weg waarover we moeten blijven voortrazen. Het hele westerse denken getuigt van een vijandige houding tegenover de natuur in ons en buiten ons. Het gaat er volgens Sloterdijk om dat wij weer gaan beleven deel uit te maken van de natuur. We moeten oog krijgen voor de dragende aard van de natuur, en haar niet slechts als middel zien dat we naar onze hand kunnen zetten. Voor Sloterdijk betekent het uiteindelijk dat zijn reflecties voeren naar de weg van de mystiek.

Misschien maakt hij deze sprong in de mystiek toch wat te snel. Ik kan me althans niet veel voorstellen bij een mystieke analyse van onze tijd. Mystiek en kritiek lijken elkaar toch uit te sluiten. Sloterdijk zal waarschijnlijk van mening zijn dat zij elkaar moeten aanvullen.