SHAPOUR BAKHTIAR (1914-1991); Tegenpool van de ayatollahs

De gisteren in zijn woning bij Parijs vermoord aangetroffen Iraanse oud-premier Shapour Bakhtiar vormde de volstrekte tegenpool van de islamitische fundamentalisten die hem twaalf jaar geleden uit zijn land verdreven. Bakhtiar was een tolerante aristocraat uit een oude, welgestelde familie, opgeleid in Frankrijk en uitgesproken pro-Westers, getrouwd met een Française, en - in de ogen van de nieuwe machthebbers een eeuwig onvergeeflijke doodzonde - hij was tegen politieke macht voor de mullahs en vond dat religie en staat van elkaar gescheiden dienden te blijven.

Na zijn vlucht naar Frankrijk, waar hij enkele maanden na de Iraanse omwenteling van begin 1979 opdook, ontpopte hij zich als een onvermoeibare tegenstander van het bewind van ayatollah Khomeiny. Hij stelde zich aan het hoofd van de Nationale Verzetsbeweging en maakte in die hoedanigheid de heersers in Teheran het leven zo zuur mogelijk, vooral door een constante stroom van negatieve publiciteit over hen te verspreiden. Aan iedereen die het maar horen wilde voorspelde hij dat de fundamentalisten spoedig uitgeregeerd zouden zijn.

De activiteiten van Bakhtiar, die naar Westerse maatstaven een sociaal-democraat was, waren de nieuwe leiders in Teheran een doorn in het oog. Het duurde niet lang voor de eerste moordaanslag werd gepleegd op de ex-premier, die in absentia al ter dood was veroordeeld. Vier Arabieren poogden hem in 1980 uit de weg te ruimen. Bakhtiar zelf overleefde de aanslag, maar een buurvrouw en een politie-agent vonden de dood. Sindsdien werd hij permanent door politiemensen bewaakt, maar hij wist dat hij desondanks in levensgevaar bleef verkeren. Deze week kwam dan toch nog onverwachts het einde voor Bakhtiar en een assistent.

Een andere Iraanse ex-premier die in Frankrijk woont, Bani Sadr, aanvankelijk een bondgenoot van Khomeiny maar later gevlucht en in ongenade gevallen, gaf gisteren zonder enige aarzeling de schuld van de moord op Bakhtiar aan de Iraanse fundamentalisten. Bani Sadr, die door Bakhtiar zelf overigens werd omschreven als "belachelijk', zei dat hij onlangs een "dodenlijst' in handen had gekregen waarop niet slechts de naam van Bakhtiar voorkwam maar ook die van hemzelf. Anderen meenden dat de moord gepleegd kon zijn door volgelingen van de radicalen in Teheran die de toenadering tussen het bewind van president Hashemi Rafsanjani en het Westen willen verstoren.

Bakhtiar was afkomstig uit het zuiden van Iran, waar deze eeuw olie werd gevonden. Over het beheer van dit kostbare bezit kreeg de stam van de Bakhtiari het al spoedig aan de stok met het bewind van Reza Sjah, de vader van de laatste sjah. Zo hoog liep dit conflict op dat Bakhtiars vader ten slotte door de autoriteiten in Teheran werd terechtgesteld.

Bakhtiar junior bezocht, zoals veel kinderen van vooraanstaande Iraanse families in die tijd, Franse scholen in Beiroet en Parijs. Daarna volgde een rechten- en filosofiestudie aan de Sorbonne. Hij vestigde zich na de Tweede Wereldoorlog als advocaat in Teheran en diende in het begin van de jaren vijftig korte tijd als onderminister van arbeid in het kabinet van de door hem zeer bewonderde premier Mossadeq. Toen deze op gewelddadige wijze door de jonge sjah, met hulp van het Westen, omver werd geworpen, was het voorlopig voorbij met Bakhtiars loopbaan in het kabinet.

Na enige tijd in de gevangenis werd Bakhtiar een van de leidende figuren in de oppositie tegen de sjah. Hij was tegen het optreden van de gevreesde geheime politie van de sjah, de Savak, was fel gekant tegen corruptie en streefde naar een moderne constitutionele staat naar Westers model. Hij maakte deel uit van het Nationale Front, dat pas in 1978 bovengronds durfde te opereren. Nog geen jaar later, in januari 1979, toen de positie van de sjah al dramatisch was verzwakt, kreeg Bakhtiar het verzoek premier te worden.

Slechts 37 dagen duurde het premierschap van Bakhtiar. De pressie van de Khomeiny-gezinden, die met niets minder genoegen namen dan de val van de sjah, was enorm. Zelfs Bakhtiars eigen partij, het Nationale Front, vond dat hij het aanbod om premier te worden onder de sjah niet had mogen aanvaarden en royeerde hem als lid. Bakhtiar dacht dat hij en zijn kabinet nog een kans zouden hebben als de sjah maar eenmaal van het toneel was verdwenen, maar nadat dat 16 januari was gebeurd bleek dit - zoals hij later ook zelf toegaf - een grote misvatting.

Op 1 februari 1979 arriveerde ayatollah Khomeiny onder tomeloos enthousiasme vanuit Frankrijk in Teheran. De regering-Bakhtiar was uitgespeeld en een week later dook de premier onder, om later in Frankrijk op te duiken. Nadat sjah Mohammed Reza Pahlevi in juli 1980 was overleden bleef Bakhtiar over als een van de laatste critici van gewicht van het Iraanse bewind. “Het enige alternatief voor Khomeiny heet nog altijd Bakhtiar”, kon de ex-premier in 1986 niet zonder reden verklaren.

Vijf jaar later is Khomeiny dood en lijkt Iran iets te zijn gekalmeerd. Een moderne constitutionele staat naar Westers model zoals die Bakhtiar voor ogen stond, is het land evenwel allerminst.