Ook Waterhouse onder vuur; Amerikaanse bank verhulde verliezen BCCI

ROTTERDAM, 9 AUG. De van fraude en andere schandalen betichte Bank of Credit and Commerce International (BCCI) heeft de afgelopen tien jaar haar geheime en illegaal verworven aandeelhouderschap in First American Bankshares, de grootste bank van Washington, misbruikt om de eigen winstcijfers te flatteren.

Dit schrijft de Washington Post op grond van een door de krant bemachtigd exemplaar van het Price Waterhouse-rapport dat begin juli de aanleiding vormde tot de internationale actie om de BCCI-vestigingen te sluiten.

Honderden miljoenen dollars werden via boekhoudkundige trucjes overgeheveld naar BCCI om grote verliezen op handelsactiviteiten te verdoezelen. Volgens de Amerikaanse krant beschrijft het rapport tot in details hoe BCCI haar belang in de moedermaatschappij van First American - Credit and Commerce American Holdings gevestigd op de Nederlandse Antillen - red. - gebruikte om de eigen financiële positie rooskleuriger voor te stellen.

BCCI-accountant Price Waterhouse krijgt inmiddels zelf ook steeds meer kritiek te verduren op haar toezichthoudende rol bij BCCI. Volgens topaccountant Masihur Rahman, die gisteren door een Amerikaanse senaatscommissie werd gehoord, had een interne stuurgroep bij de bank vorig jaar al geconcludeerd dat een normale jaarlijkse controle van de boeken “veel van de banks twijfelachtige transacties gemakkelijk had kunnen onthullen en corrigeren”. De werkgroep, aldus Rahman, werd op aandrang van Price Waterhouse zelf in het leven geroepen.

Luxemburg heeft nog steeds goede hoop dat met de groot-aandeelhouders een regeling kan worden getroffen zodat rekeninghouders van BCCI buiten Groot-Brittannië ook schadeloos kunnen worden gesteld. “Wij onderhouden goede contacten met de regering van Abu Dhabi en hebben daarom niet gedreigd met liquidatie”, zegt desgevraagd Pierre Jaans, directeur-generaal van het Luxemburgse monetaire instituut. De regerende familie van Abu Dhabi bezit ruim 70 procent van de aandelen BCCI.

Jaans nuanceerde eerdere berichten dat zijn land heeft gedreigd met liquidatie van BCCI indien er voor de gedupeerde Luxemburgse klanten van BCCI geen compensatie zou komen. “Ik heb alleen bedoeld te zeggen dat wij krachtens onze bankwetten de bevoegdheid hebben een buitenlandse bank-vestiging te liquideren. Maar ik kan en wil nu niet zeggen of we die bevoegdheid ook zullen gebruiken”, aldus Jaans.

Liquidatie van de holding in Luxemburg zou de reddingspogingen die in Groot-Brittannië voor BCCI worden ondernomen, zeker torpederen. De Britse depositohouders krijgen dank zij een financiële injectie van 170 miljoen gulden uit Abu Dhabi wel een gedeeltelijke schadeloosstelling.

Gisteren heeft de Newyorkse vestiging van BCCI Holdings SA bescherming aangevraagd tegen haar krediteuren. De dochteronderneming van BCCI, eerder door openbare aanklager Morgenthau beschuldigd van fraude, het witwassen van drugsgeld, diefstal en het vervalsen van haar boekhouding, heeft zijn toevlucht gezocht tot artikel 11 van de Amerikaanse faillesementswet. Dit komt neer op een soort uitstel van betaling.