Natuurlijk bestrijding

Niet wespen, maar journalisten die daar, meestal in augustus, over schrijven vormen een plaag. Dat vindt A.D. Bode, die aan (on)gedierte zijn boterham verdient. Hij is buitendienstmedewerker van de afdeling Bestrijding van Dierplagen bij de Hoofdinspectie Milieuhygiëne.

"EEN WESP KAN ZICH ZO DOOR HET PLAFOND HEENVRETEN' is zo'n krantekop waaraan hij zich de afgelopen jaren heeft geërgerd. Wespen, schrijft Bode vetgedrukt in "Dierplagen en Milieu', zijn nuttige dieren. Het grootste deel van het seizoen, tot medio augustus, vangen ze als nijvere werksters in dienst van hun koningin vliegen en muggen. Pas daarna, als er geen larven meer in het wespennest zitten, willen ze wel eens naar een pilsje omzien, of een taartje, een appel of een pot stroop. Wespen doen zich graag te goed aan suikers. Dan worden ze door veel mensen als een plaag ervaren en is de kans op een wespesteek het grootst.

Omdat zo'n prik wel ongezond kan zijn, is de dierplagenambtenaar tot een concessie bereid. “In die gevallen waar sprake is van een gevaarlijke situatie”, laat Bode omzichtig weten, “bestaat er geen bezwaar tegen het uitvoeren van een bestrijding.” Als voorbeeld noemt hij een nestplaats van bijen bij de zandbak van een kleuterschool of “in de omgeving van mensen die zich wat moeilijker kunnen verweren tegen rondvliegende wespen”. Maar wie in parken of plantsoenen op wespenjacht gaat, verspilt energie. Elimineer de wespen daar en het gevolg zal zijn dat op bladeren het afscheidingsprodukt van bladluizen achterblijft: honingdauw. En daar komen wespen op af.

Het is dus onzin om bij de eerste de beste wesp de gemeente te bellen en dat gebeurt nu juist vaak wel als er weer zo'n artikel met hoog alarmgehalte is afgedrukt. "Persmuskieten', zo duidt Bode de schrijvers daarvan zonder omwegen aan. Hij zou ze wel willen bestrijden.

Wespvriendelijke woorden van een dierenplaagbestrijder, het doet denken aan de slachter die vegetariër is geworden. Maar veel eerder lijkt Bodes standpunt symbolisch voor de veranderde opvattingen bij zijn dienst, die ook tot uitdrukking komen in de titel van het nieuwe vakblad Dierplagen en Milieu. Dit is na 28 jaar in de plaats gekomen van "Rat en Muis'. Vroeger stond het tegengaan van ongedierte centraal en was het toepassen van giftige goedjes vanzelfsprekend. Modern milieubeleid is juist gericht op het terugdringen van chemische bestrijdingsmiddelen.

Een voorbeeld. Uit proeven is gebleken dat een gladde, horizontale strip van metaal of kunststof op de buitenmuur effectief is om muizen uit een stal te weren. Ratten en muizen lopen vaak tegen de muur op om ergens aan de bovenkant een stal binnen te gaan. Maar de gladde strip bleek een onneembare hindernis. Althans, een strip van ten minste 10 centimeter breed. Acht centimeter was voor sommige muizen, die met gepelde haver werden gelokt, nog te overbruggen. Om maar te zwijgen over de zwarte rat, de Rattus rattus L., een uitstekende klimmer.

Daarom is de afdeling Bestrijding van Dierplagen nu bezig stammen van de zwarte rat te kweken, wat toch weer doet denken aan de brandweerman die eigenlijk pyromaan is. De bedoeling is straks proeven te doen met obstakels die ook de zwarte rat op milieuverantwoorde wijze uit de stal met haver houden. Zodat hij niet door gif om het leven komt, maar hooguit van de honger. Want dat is de natuur.

Foto Anefo: De verwijdering van een wespennest: "Verspilde energie'