Militaire operatie tegen Koerden in Irak kan Turkije politiek schaden; Ankara begeeft zich in wespennest; Özal kan reputatie als beschermer van de Koerden voorlopig wel vergeten

ATHENE, 9 AUG. De Iraakse grenszone die door het Turkse leger moet worden gezuiverd van Koerdische guerrillastrijders is tien kilometer diep, zo heeft de Turkse opperbevelhebber, Dogan Güresh, gisteren bekendgemaakt.

De Turkse premier, Mesut Yilmaz, had de dag tevoren gesproken van een bufferzone van vijf kilometer, hetgeen in het hooggebergte strategisch gezien wel zeer gering is. Bij de gevechten, waaraan 20.000 militairen deelnemen, is gisteren de eerste dode aan Turkse zijde gevallen, deelde Güresh verder mee. Er waren 132 vluchten uitgevoerd. Eén Turks vliegtuig was door afweergeschut beschadigd.

Op grote schaal zijn tanks en vliegtuigen bij de actie ingezet, benevens vijf aanvallende Puma-helikopters die onlangs door de Verenigde Staten zijn geleverd. Over de vijandelijke verliezen werden geen omlijnde mededelingen verschaft. Uit en te na wordt betoogd dat de acties alleen zijn gericht tegen de linkse PKK, de Arbeiderspartij Koerdistan, die haar aanslagen in Turkije vanuit Irak zou voorbereiden, en niet tegen de Iraakse peshmerga's van Massoud Barzani en Jalal Talabani, die niet in deze strook zouden vertoeven.

Niettemin zijn vanuit de DPK, de Democratische Partij Koerdistan van Barzani, meldingen binnengekomen over bombardementen op vluchtelingenkampen bij Kherazouk en Khakork waarbij tientallen slachtoffers, ook vrouwen en kinderen, zouden zijn gevallen.

De acties zullen doorgaan, zo verklaarde Güresh, tot het gebied van rebellen is gezuiverd en “het gezag van de staat er is hersteld”. De vraag doemt dan natuurlijk op: welke staat? Koerdistan kan niet zijn bedoeld. Eerder Irak, maar de kans dat Bagdad in dit gebied ooit nog zijn gezag zal kunnen laten gelden lijkt klein. De Iraakse regering heeft overigens gisteren officieel geprotesteerd tegen de Turkse operatie op Iraaks grondgebied.

De "staat' die hier wordt bedoeld zou natuurlijk Turkije kunnen worden. De geschiedenis leert dat zulke bufferzones een lang leven hebben, en al eerder is gebleken dat Turkije zich, in situaties waarin het zich bedreigd voelt, door de politiek van Israel laat inspireren.

Maar als Turkije op Iraakse bodem militair de vrije hand krijgt zou het wel eens niet bij een bufferzone kunnen blijven. Menigeen moet weer terugdenken aan de aspiraties die in Turkije worden gekoesterd in de richting van het olierijke gebied rondom Mosul en Kirkuk, waar ook nog een aanzienlijke Turks sprekende minderheid woont. Tot 1926, toen dit gebied door de Volkenbond definitief aan het nieuwe Irak werd toegewezen, gold het voor de - overigens niet expansief ingestelde - Turkse staatsleider Atatürk als nationaal Turks grondgebied en er zijn in het land nog velen die dromen over een "herovering' van deze voormalig-Ottomaanse provincies.

President Özal heeft vanaf het begin van de Golfcrisis, toen speculaties in deze richting zowel in de Verenigde Staten als binnen Turkije weer opdoken, hardnekkig betoogd dat hier geen sprake van kon zijn: het Iraakse territorium moest worden gerespecteerd, ook na een militaire nederlaag van Saddam Hussein. De instelling van de bufferzone getuigt echter niet van zulk respect.

Kort nadat de PKK in de zomer van 1984 begon met de vijandelijkheden op Turkse bodem, die tot nu toe 3.200 levens hebben gekost, sloot Turkije met Irak het akkoord dat vervolging van guerrillastrijders over de grens mogelijk maakte. Dit is in 1989 verstreken en de instelling van de zone gaat nog wel wat verder.

Tegen de Turkse acties op Iraaks gebied is inmiddels ook geprotesteerd door Talabani, de leider van de Patriottische Unie van Koerdistan, en, nog scherper, door Barzani. Met eerstgenoemde had Özal nog niet lang geleden spectaculaire en uiterst vriendschappelijke contacten, maar het toen opgekomen perspectief dat de Turkse president kan uitgroeien tot "beschermer van de Koerden' kan hij nu voorlopig wel vergeten.

Dat Turkije opnieuw de reputatie krijgt alles wat Koerdisch is te vervolgen, is nu juist een van de dingen die Abdullah Öcalan, leider van de PKK, najaagt. Deze stelde de laatste tijd dat de sympathie voor zijn partij, en het enthousiasme voor een onafhankelijk Koerdistan, ook buiten Turkije toenam - er was in Irak zelfs al een parallelle PKK gesticht onder de naam "vrijheidspartij van het volk'. Dit alles ging ten koste van de "feodale' partijen van Talabani en Barzani, zo zei hij, maar hij bleef hopen op onderlinge samenwerking. De kans daarop neemt natuurlijk toe als ze alle drie Turkije moeten gaan bestrijden. Op 15 augustus herdenkt de PKK, waarschijnlijk weer met nieuwe aanslagen, dat zij zeven jaar geleden - onder andere bij het stadje Semdinli, dat nu ook weer in het nieuws staat - haar acties begon. Haar aanhang bleef de eerste jaren beperkt, niet in de laatste plaats door haar ruige optreden. Wanneer deze aanhang in Zuidoost-Turkije nu kolossaal is geworden komt dat vooral door de onbehouwen wijze waarop de Turkse veiligheidstroepen haar hebben bestreden - waarbij ervan uit werd gegaan dat de Koerdische bevolking collectief verdacht was en vernederd kon worden.

Wanneer dit Turkse optreden tegen potentiële PKK'ers zich naar Irak zal verplaatsen wordt het wespennest waarin Ankara zich bevindt alleen maar groter. Hiermee zouden ook diegenen in Turkije rekening moeten houden die nog dromen van een "veldtocht naar Kirkuk'.