Michiel de Ruyters hartstocht voor jazz; De man die onze oren wijder open zette

Voor Michiel de Ruyter in 1952 zijn radioprogramma kreeg, was jazz in Nederland het opgewekte getoeter van dixieland- en swingorkesten. De presentator met zijn doorrookte stem en sobere voordracht bracht nieuwe stromingen zoals de bop naar de huiskamers. Vanavond wordt in het BIM-huis in Amsterdam en op radio 4 De Ruyters 65ste verjaardag gevierd.

Tribute to Michiel de Ruyter, vanavond, Radio 4, 20.02-24 uur.

Michiel de Ruyter had een missie. Een clubje kon nog niet zó klein zijn, zo arm en zo ver weg, of hij ondernam de reis uit Amsterdam om er een lezing te komen houden. Ik weet dat, omdat ik het zelf heb ervaren. Het was in 1962 en op de Rijks-HBS te Enkhuizen waren we op het idee gekomen hem uit te nodigen voor een "causerie over de jazz (met platen)'. Plaats van handeling was de Drommedaris, een oud vestingsbolwerk vol wenteltrappen. Met drie man hebben we hem in zijn rolstoel over die smalle trappen naar boven gedragen. Eenmaal boven heeft hij honderduit verteld, over de Afrikaanse oorsprong, over de oude jazz en over de nieuwe vormen die daaruit waren voortgekomen. Meer dan honderd gulden hebben we hem, meen ik, niet kunnen betalen. Maar zijn zendingsarbeid verrichtte hij niet minder gedreven.

“Hij is bij uitstek in Nederland de propagandist van de jazz geweest”, zegt Piet Hein van den Poel, die voor de NOS-radio het vier uur durende programma Tribute to Michiel de Ruyter samenstelt, waarmee de 65-jarige vanavond - rechtstreeks uit het BIM-huis in Amsterdam - wordt gehuldigd. “Hij is de voice die hier als vervoermiddel heeft gefunctioneerd van alles wat te maken heeft met jazz en geïmproviseerde muziek.”

De Ruyter wordt vanavond toegespeeld door een gelegenheidsformatie bestaande uit Han Bennink, Mischa Mengelberg, Jacques Schols, Piet Noordijk en Paul van Kemenade - de laatste twee voor het eerst samen, omdat Van Kemenade ooit door de jubilaris is uitgeroepen tot "de nieuwe Piet Noordijk'. De jarige ontvangt bovendien het eerste exemplaar van de cd-versie, die bij bv Haast is verschenen, van de De Ruyter Suite van Willem van Manen, ten doop gehouden op het Meervaart-jazzfestival van 1986 en dit voorjaar opnieuw opgenomen. “Toen ik op de middelbare school zat, was Michiel de Ruyter met zijn radioprogramma's voor mij de belangrijkste bron van informatie over jazz-muziek,” verklaart Van Manen. “In het weekend ging ik van mijn zakgeld de platen kopen die hij had gedraaid.”

Schelden

Voor hem en voor mij en voor duizenden anderen was Michiel de Ruyter de man die ons kennis liet maken met een nieuw soort muziek en precies wist te vertellen waar die vandaan kwam. Wat voordien doorging voor jazz, was het opgewekte getoeter van dixieland- en swingorkesten. Het analytische en veel minder voor de feestzaal geschikte geluid van de eerste bop-muzikanten, met hun gemillimeterde haar en strakke jasjes met ragdunne dasjes, had rond 1950 een revolutie teweeg gebracht. De puristen, die vasthielden aan de oude stijl, spraken er schande van. “Tot schelden heb ik mij nimmer laten verleiden, maar eerlijkheidshalve dien ik wel te vermelden dat ik in woord en daad aan de kant van de puristen stond”, bekende De Ruyter zelf een paar jaar later in het boekje Zes over jazz. “Waardoor dezen dit standpunt innamen? Door een gebrek aan muziekkennis, omdat het oordeel over moderne jazz gebaseerd was op slechts een enkel - en zeker niet het beste - grammofoonplatenvoorbeeld, en verder uit dom conservatisme.”

De Ruyter, in het ouderlijk huis grootgebracht met Bach, Beethoven en Brahms, herkende al snel de ononderbroken lijn van oude naar nieuwe stijl, legde zijn klarinet opzij en wierp zich op als promotor van alles wat hij de moeite waard vond. Eerst, vanaf 1950, in geschrifte en daarna, vanaf 1952, bij de radio. Nu kon hij laten horen wat er allemaal te koop was. “Jazz op papier, daar heb je niets aan”, luidde zijn credo. “Je moet het horen.”

Zijn carrière als criticus, onder meer bij Het Parool, leidde nauwelijks tot publikaties van blijvende waarde. Hij stond bekend als de man die alles goed vond, gaf hij toe. “Hij identificeerde zich veel te veel met de muzikanten om als schrijvend criticus te kunnen fungeren”, zegt Pim Gras van het Nationaal Jazz Archief. “Het wonderlijke is, dat ik het nog steeds heel moeilijk vind om erachter te komen wat hij zèlf mooi vindt”, voegt Van den Poel toe. “Hij wilde de muziek niet vanuit een kritische houding aan de man brengen, hij stelde zich op als intermediair. Dat verdraagt zich natuurlijk slecht met de rol van een criticus.”

Bij de AVRO organiseerde hij jazz-competities, waaraan talloze jazz-muzikanten hun eerste bekendheid te danken hebben. In 1955 was hij tevens producer van de baanbrekende platenserie Jazz behind the dikes, waarmee "de moderne jazz in Nederland vaste voet' kreeg. Hij schreef dat zelf, zonder te laten doorschemeren wat daarbij zijn eigen rol was geweest. Pim Jacobs, die met zijn trio op één van die platen prominent aanwezig is, herinnert zich “de middagen die we bij Chiel thuis hebben doorgebracht om nummers uit te zoeken, lekkerbekkend bij de ongelooflijke kast vol platen die hij had.” Als producer was De Ruyter vooral “vriend en adviseur” van alle jonge musici die via hem debuteerden, zegt Jacobs: “Hij was bij elke sessie aanwezig en vormde een geweldige stimulans voor ons.” De serie is dit voorjaar heruitgebracht op cd.

Grafstem

Maar zijn belangrijkste medium bleef de radio. Dicht op de microfoon, met die doorrookte stem en die hoogst Amerikaanse intonatie - en steeds soberder in zijn toelichtingen. Wie er geen affiniteit mee had, vond dat hij sprak met een grafstem. Meyer Sluyser, de oude VARA-bestuurder, beschreef in een boekje over de geschiedenis van de omroep zijn “wat sombere voordracht, die het evenwel in jazz-kringen bijzonder goed doet.” 's Mans verbazing klinkt duidelijk in die passage door; hij begreep niet dat Michiel de Ruyter bewust geen populaire presentatorentoon aansloeg. Dit was geen amusementsmuziek, dit was een genre dat aanspraak maakte op serieuze aandacht. Een paar data, de correcte bezetting en een enkele saillante bijzonderheid waren voldoende, verder moest de opname voor zichzelf spreken.

Twaalf jaar geleden begon hij bij de NOS te bouwen aan wat zijn monument zou worden. De serie Jazzgeschiedenis was bedoeld voor een jaar of twee, maar vorige week presenteerde De Ruyter aflevering 548 en hij gaat er, ondanks zijn vertrek uit vaste dienst wegens de pensioengerechtigde leeftijd, nog minstens anderhalf jaar mee door. “Je kunt dit levenswerk niet afkappen om zo'n marginale reden als een leeftijd”, beaamt Van den Poel. In de aflevering van vorige zaterdag was hij toe aan de parelende klanken die Art Blakey en Horace Silver op 11 november 1955 lieten horen in Cafe Bohemia in New York City. “Volgende week drie stukken van 23 november,” waren zijn laatste woorden, onverstoorbaar als altijd en zonder praatjes voor de vaak.

“Hij heeft onze oren wijder open gezet”, zegt Pim Gras. Morgenavond aflevering 549.