"Het is niet mijn taak de boel op te jutten'

Volendammer Pé Mühren, met afstand de bekendste speaker van Nederland, heeft er een hekel aan als collega's in andere voetbalstadions hun betoog met hallo, hallo beginnen. “Dan heb ik dus al gegeten en gedronken”, zegt de ex-onderwijzer uit het bijzondere dorp aan het IJsselmeer. Mühren begint zelf altijd met een gedicht dat hij speciaal voor de betreffende wedstrijd heeft geschreven. “Ach, ik wil het geen dichten noemen. Ik rijm. Het is niet van al te grote klasse, zie je.”

Een speaker, vindt Pé Mühren gedecideerd, heeft hoe dan ook als belangrijkste taak de mensen op de tribune goede informatie te verstrekken. Op welke manier hij dat doet is weer een ander verhaal. Pé zelf heeft in ieder geval een aparte aanpak. Kinderen die hun vader kwijt zijn laat hij bijvoorbeeld zelf wat in de microfoon zeggen. Hoe heet je, jongen? Jan, meneer. Leuke vader heb jij Jan. Hij laat je zo maar los. “En dan vraag ik of ze hem snel komen halen omdat hij in de cabine aan alle knoppen zit.”

“Je moet”, verklapt Mühren, “gewoon een potje slap lullen.” Hij vindt dat de speaker de sfeer en geest van de club en de gemeente van herkomst moet uitstralen. “Volendam is nu eenmaal een oer-komisch dorp.” Mühren is van mening dat een speaker een insider bij de club moet zijn. Hij wijst erop dat het met de gastomroepers bij Ajax dan ook niet goed is afgelopen. “Freek de Jonge is een patente kerel. Maar in die Europa-Cupwedstrijd tegen Austria heeft hij zich met zijn opmerkingen even vergaloppeerd.”

Pé Mühren is een Volendammer in hart en nieren. Maar ondanks zijn grote liefde voor en verbondenheid aan dorp en club zegt hij nooit partijdige dingen in de microfoon te roepen. “Daar is een speaker niet voor”, vindt hij. “Het is zijn taak niet de boel op te jutten. Ja, ik zeg weleens dat de mensen gerust mogen klappen voor een knap staaltje voetbal. Let op hè, daar bedoel ik dan niet alleen acties van Volendam mee.” Maar soms, heel soms, kan hij het toch niet laten. Hij herinnert zich een scheidsrechter die wel erg lang liet doorspelen en in die extra tijd scoorde de tegenstander van Volendam ook nog. “Toen heb ik geroepen dat we geen nachtvergunning hadden aangevraagd. Moet kunnen.”

Mühren zegt met zijn gepraat "een beetje ontspannen sfeertje' in het stadion te willen creëren. “Want het is tegenwoordig allemaal zo geladen als de pest.” Mühren is zich bewust van een opvoedende taak ten opzichte van lastige jonge fans. Ook daarvoor gebruikt hij meestal ludieke opmerkingen “Ik zal die vlegels nooit op shockerende manier terechtwijzen. Dat helpt toch niet. Een speaker maakt het alleen maar erger als hij dreigende taal uitslaat of gaat schelden. Ik zeg als er bijvoorbeeld iemand met zijn blote kont op de middenstip gaat staan dat hij absoluut niet kan laten zien wat iedereen nog niet weet. Dan wordt er gelachen en is het opgelost.”

Mühren genoot in de tijd dat er nog geen betaald voetbal was meer van het spel en de sfeer dan nu. “Tegenwoordig overheerst de angst om een doelpunt tegen te krijgen. Als het achterin maar dicht zit.” Hij is voorstander van wijzigingen van de spelregels die de scoringskansen zouden kunnen vergroten. “Doelpunten betekenen vreugde. En 0-0 is geen vreugde.” Meer doelpunten zouden ook betekenen dat de stem van Pé Mühren nog meer zal klinken in het stadion. Hij zegt door de jaren heen nog niemand te zijn tegengekomen die zich beklaagde over zijn gepraat. “Men kan het ook niet onprettig vinden, want het is informatief.”

Mühren haalt voor elke wedstrijd de opstelling bij de tegenstanders op. Of ze moeten 'm al zelf bij hem hebben gebracht. Moeilijke namen laat hij dan even uitspreken. “Vaak struikel ik dan expres toch nog over zo'n naam. Lukahalkakkimoeki of zo. Ja, zeg ik dan, ik ben ook al in de zeventig.” Mühren is, zoals hij het zelf weer op bijzondere wijze stelt, “drie kwartjes en een cent”, 76 jaar dus. Aan stoppen denkt hij echter nog niet. “Ik ga door zo lang de Lieve Heer mijn stembanden intact laat én mijn benen hun werk laat doen zodat ik het podium kan bestijgen.”

Mührens "carrière' als speaker begon in 1938. Zijn vader vroeg hem voor een wedstrijd, op het oude terrein nog, "in zo'n ding te praten'. “Het geluid droeg niet verder dan twintig meter, met de wind mee misschien tweeëntwintig meter.” In het nieuwe stadion had Mühren eerst een cabine in een hoek van het veld en sinds de renovatie "hangt' hij ter hoogte van de middenlijn. “De beste plek.” Mühren wordt tijdens de wedstrijden door twee man geassisteerd, één van hen is meestal zijn zoon Henk, verantwoordelijk voor de techniek. Pé Mühren heeft acht kinderen onder wie Arnold, lid van de eens zo razend populaire popgroep The Cats. Die komen elke zondag bij hem op bezoek. Daarom gaat hij niet meer mee met de uitwedstrijden van Volendam. “Maar de radio en teletekst staan dan wel de hele dag aan.”

Op de Dijk in Volendam even rustig met Pé praten kan niet. Jan en alleman komt hem begroeten. Iedereen kent hem, als de ex-onderwijzer, als de speaker van de voetbalclub, maar ook als de schrijver van toneelstukken, cabarets en columns en spreker op bruiloften en begrafenissen. Ze zwaaien allemaal naar hem als hij op zijn brommer voorbijkomt. Mührens bekendheid reikt tot ver buiten het dorp. Hij was diverse malen op televisie te zien. Elk jaar ontvangt hij rondom de jaarwisseling een wenskaart van de Ajax-fanclub. “Ajax ligt ons Volendammers na aan het hart. En echt niet alleen omdat mijn neven Arnold en Gerrie er hebben gespeeld of omdat Jonk er nu zit. Ajax is altijd een beetje ons clubje geweest. Volendam heeft zich in de laatste wedstrijd van het afgelopen seizoen ook rot gevoetbald bij PSV. Het mocht niet baten.”

Mühren zegt best groosk te zijn op de waardering die hij krijgt. “Dat is toch logisch? Ieder mens is afhankelijk van schouderklopjes. Dat geldt zelfs voor de Paus.” Maar Mühren loopt absoluut niet met de borst vooruit. Daar moet je, waarschuwt hij, in een dorp als Volendam ook niet mee aankomen. Daar houden ze niet van kapsones. “Mijn vader zaliger zei altijd: zet je in voor de gemeenschap, maar verwacht geen dank.”

Dan vertelt Mühren tot slot over die hele grote bos sleutels die geruime tijd geleden tijdens een wedstrijd werd gevonden. “Die woog wel een kilo.” Mühren sprak er op zijn bekende manier over in de microfoon. Meerdere malen zelfs. Maar de sleutels werden nooit opgehaald. Ze liggen nu nog in een doosje in de geluidscabine. “Dat geloof je niet, hè”, zegt Mühren. “Die dingen mis je toch, verdorie.”