Het échte financiële schandaal van Japan; "Ministerie van financiën moet eindelijk volwassen worden'; Japanse industrie heeft overheidssteun niet meer nodig

De financiële markten in Japan zijn deze zomer opgeschrikt door schandalen. Compensatie van koersverliezen, fraude in de handel met kunst en onroerend goed, gefingeerde bezittingen. De markten en hun toezichthouders zijn toe aan hervormingen.

Het ministerie van financiën is een moloch, ontworpen voor een tijd dat de financiële instellingen van Japan nog jong waren en men dacht dat ze bescherming en aanmoediging nodig hadden. Tegenwoordig zijn de instellingen volwassen en moet het ministerie dat ook worden. Om rijpheid te bereiken, moet het ministerie op twee manieren veranderen: om de mogelijkheid van tegenstrijdige belangen te verminderen, moet het ministerie in een aantal kleinere regulerende afdelingen worden gesplitst. Bovendien moet de taak van het ministerie verschuiven van het beschermen van financiële firma's naar het verdedigen van investeerders, beleggers en alle andere gebruikers van financiële diensten.

Het ministerie van financiën is een naar alle kanten uitdijende bureaucratie, waarmee vergelijkbare instellingen in Europa en de Verenigde Staten slechts dwergen lijken. Het ministerie int belasting, net als de Internal Revenue Service in de Verenigde Staten. Het stelt de begroting op voor Japan, net als het Amerikaanse ministerie van financiën en het Congres doen. Het ministerie geeft aandelen uit als bedrijven worden geprivatiseerd - zoals de beursgang van Nippon Telephone & Telegraph, de grootste privatisering in de geschiedenis. Aan het ministerie gelieerde instellingen beheren gigantische pensioenfondsen en geven overheidsobligaties uit. Het ministerie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Japanse financiële industrie en tegelijkertijd voor het toezicht op de prestatie van de effectenkantoren.

In de tijd dat Japan nog ontwikkelingsland was, was de ontwikkeling van sterke financiële instellingen nog wel een legitieme prioriteit voor het ministerie. Maar Japan kwam met het BNP boven de 10.000 dollar per hoofd van de bevolking, en heeft zich daarmee gevoegd bij de club van grote industrielanden. Op een bepaald moment in het afgelopen decennium had de Japanse regering de rol van het ministerie moeten wijzigen van het stimuleren van financiële bedrijvigheid naar het controleren ervan. Het ministerie had zich aan de kant moeten stellen van de beleggers, niet aan de kant van de leveranciers van financiële diensten. Helaas is dit niet gebeurd.

De financiële firma's bleven geld werven van mensen met zeer grote spaarzin om met dat geld tegen lage kosten kapitaal te verschaffen aan de industrie. Zij hebben er nooit aan gedacht om aan de kant van de consument te gaan staan. Het ministerie van financiën kiest nog steeds partij voor de verschaffers van de financiële diensten. Tegenwoordig zou de rol van het ministerie - net als in de andere grote industrielanden - moeten zijn de keuzevrijheid van mensen te vergroten en rechtvaardigheid te verzekeren. Het zou het ministerie niet moeten uitmaken of de Japanners worden bediend door een Japanse bank of verzekeringsmaatschappij of een buitenlandse bank of verzekeringsmaatschappij, zo lang ze maar een goede eerlijke service krijgen.

Deze noodzakelijke verandering komt maar niet van de grond door de onverkwikkelijke betrekkingen die de bureaucraten van het ministerie van financiën zijn aangegaan met de financiële kantoren. De ambtenaren van het ministerie van financiën worden op 55-jarige leeftijd gepensioneerd. Maar tegenwoordig is een 55-jarige nog een jonge man en kan hij tenminste nog tien jaar een beroep uitoefenen. Dus nemen de financiële firma's deze gepensioneerden in dienst. Bovendien krijgen voormalige regeringseconomen vaak een baan bij de researchafdelingen van de grote effectenmakelaars. Als gevolg hiervan gaan de ambtenaren van het ministerie van financiën de wereld op dezelfde manier bekijken als de functionarissen van de financiële firma's: beiden zijn zij ingewijden van de markt geworden.

Deze subtiele vorm van corruptie is bekend. Niet zo bekend is een meer schaamteloze vorm. De Japanse regering profiteert direct en indirect van de abnormaliteiten in de Japanse effectenmarkt die zijn gecreëerd door de effectenmakelaars en de banken. Bij voorbeeld: de aandelen van telefoonmaatschappij NTT worden nu verhandeld voor minder dan een derde van de uitgifteprijs die door het ministerie was vastgesteld. Het ministerie was in staat om de investeerders ervan te overtuigen aandelen te kopen voor wat nu een exorbitant hoge prijs lijkt, door misbruik te maken van het oligopolie van de Japanse effectengroep en hun researchinstituten. Telecommunicatie werd bejubeld als de industrie van de toekomst, en de gevoelswaarde van NTT werd opgeblazen. Effectenhandelaren profiteerden ook mee, omdat - dankzij de voorschriften van het ministerie van financiën - Japanse makelaarsfirma's opereren op basis van niet geringe vaste commissies, die stijgen als de aanbodprijs stijgt. De regering krijgt haar geld, de makelaar vult zijn zakken met zijn commissie en de arme, slecht genformeerde investeerders verliezen tweederde van hun investering - tachtig miljard dollar.

Op andere markten zou dit verschijnsel handel met voorkennis en marktmanipulatie kunnen worden genoemd. Het ministerie vraagt de oligopolide aandelenmarkt om de waarde van de NTT veilig te stellen gedurende de beursgang, wat betekent dat zij de stukken aanbevelen aan hun klanten. De makelaars werkten mee omdat de "bescherming' van het ministerie zeer waardevol is. Vorig jaar maakten alleen de Japanse effectenhuizen in Tokio acht keer zoveel winst als alle Amerikaanse en buitenlandse aandelenmaatschappijen in New York verdienden, hoewel de twee markten ongeveer van dezelfde grootte zijn.

Maar de Japanse effectenhuizen en de Japanse regering zijn niet de enigen die profiteren van de macht van het ministerie van financiën. Ook de regering van de Verenigde Staten profiteert. De VS hebben al lange tijd een begrotingstekort en het zijn de Japanners die dat financieren. Ongeveer een derde van de overheidsobligaties is in het bezit van Japanse investeerders.

Vele jaren geleden bemerkten Japanse banken en verzekeringsmaatschappijen dat de Amerikaanse overheidsobligatie een waardeloze koop was. Toen de dollar zwakker werd in het midden van de jaren tachtig zakten de Amerikaanse overheidsaandelen sterk in waarde.De meeste instellingen moesten verliezen van miljarden dollar afschrijven op deze obligaties, en zullen nog miljarden aan extra verliezen af te schrijven hebben. Waarschijnlijk zullen er verscheidene firma's failliet gaan; de meeste willen er vanaf. Maar het ministerie was er altijd om hen onder druk te zetten.

Tegen mei 1988 hadden de Japanse investeerders genoeg verliezen geleden op de obligaties van de Amerikaanse regering; ze wilden ze niet langer kopen. Wereldmarkten registreerden de Japanse bezorgdheid en vreesden dat de obligatiemarkt ineen zou storten, en dat dit een wereldwijde paniek zou veroorzaken.

Het ministerie van financiën fluisterde de Japanse instellingen toe: “Hoeveel ga je er kopen? hoeveel? hoeveel?” Suggererend dat wat ze van plan waren te gaan kopen niet genoeg was. Ze kochten meer - en zijn helaas doorgegaan met kopen op iedere volgende veiling. Bovendien oefende de regering ook druk uit op deze kantoren om de obligaties die ze al hadden, niet te verkopen. En de kantoren konden niet anders dan meewerken. Men moet daarbij bedenken dat het ministerie ook de fiscus is. Als financiële firma's niet ingaan op de suggesties kan het ministerie ingrijpen en al hun boeken gaan nakijken.

De vernieuwing van het ministerie van financieën is een buitengewoon ingewikkelde opgave die jaren in beslag zal nemen. Een eerste stap zou zijn om het ministerie in verschillende afdelingen naar functie te splitsen. Industriële ontwikkeling zou moeten worden weggehaald bij de centrale regering en bij de plaatselijke autoriteiten moeten worden ondergebracht. Japan hoeft niet langer centraal industrieën te ontwikkelen en de rol van de centrale regering moet worden beperkt tot het opstellen en handhaven van regels en normen. De overblijvende functies van het ministerie - belasting, budgetplanning, regulering van de financiële markt en zo voort - moeten elk hun eigen aparte afdeling hebben. Dit zou een grote stap vooruit zijn op weg naar de uitbanning van tegenstrijdige belangen en de gemanipuleerde markten die de “zeepbel-economie” van de jaren tachtig opbliezen en het ene na het andere schandaal veroorzaakten.

Het ministerie van financiën moet veranderen.

De Japanse markten moeten worden hervormd en gemoderniseerd. Maar fundamentele veranderingen veroorzaken onverwachte bijverschijnselen en veel pijn. De regering van de Verenigde Staten heeft het ministerie van financiën van Japan gebruikt om haar enorme begrotingstekort te financieren en haar investeringsstromen te dirigeren. De economieën van alle bevoorrechte landen zijn medeplichtig aan de macht van het ministerie van financiën. Zij zullen allemaal worden getroffen als die macht wordt weggenomen.

(© The Wall Street Journal. Vertaling Loes Vonk.)