Drakenpret

De draak, hij wordt niet veel bezongen,

Want hij heeft asbest in zijn longen. Draken spugen namelijk vuur, Dat geeft veel hitte op den duur; Ook zijn maag heeft asbestwanden Om niet inwendig te verbranden. Maar hij verbrandt wel zijn omgeving, Hij is gehecht aan die beleving. Laatst stak hij in een ogenblik Tien ministeries in de fik. O, wat genoot hij van het knetteren Van de sectie Kunst en Letteren! En daarom hoor je niet zo vaak Een krachtig loflied op een draak.

Vreemd, dacht Heleens moeder, ik kan me niet herinneren dat ik Heleen bij haar naam heb genoemd.